2. Leer de woorden en grammatica van hoofdstuk 4 via slim stampen.
Slide 18 - Tekstslide
Wiederholung Aufgabe 1
Slide 19 - Tekstslide
Aufgabe 2
Slide 20 - Tekstslide
Aufgabe 3
Slide 21 - Tekstslide
Aufgabe 4
Meine Freundin und ich kennen uns schon seit 5 Jahren. Wir wohnen in Wien. Kyra spielt Tennis und ich tanze gern. Sie lernt gern Spanisch. Ich mag Mathe, also rechne ich lieber. Wir sind unterschiedlich, aber trotzdem gute Freundinnen.
Slide 22 - Tekstslide
Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?
Aufgabe 5
1 heißt 6 laufen
2 Schreibt 7 schwimmt
3 lieben 8 Hört
4 macht
5 Besuchst
Slide 23 - Tekstslide
Aufgabe 6
Slide 24 - Tekstslide
Aufgabe 7
1 Ich habe gespielt.
2 Du hast gehört.
3 Er hat gewohnt.
4 Wir haben besucht.
5 Ihr habt gewünscht.
6 Sie haben versorgt.
Slide 25 - Tekstslide
Aufgabe 8
1 Ich bin gewesen.
2 Du bist gelaufen.
3 Sie haben gefressen.
4 Wir haben beschrieben.
Slide 26 - Tekstslide
Aufgabe 9
Slide 27 - Tekstslide
Aufgabe10
Slide 28 - Tekstslide
Aufgabe 11
Slide 29 - Tekstslide
An die Arbeit
1. Maak de opdrachten van het werkblad.
2. Ben je klaar? Leer de woorden van Kapitel 4
via slim stampen in de methode.
Slide 30 - Tekstslide
Kapitel 4 Quiz
1. Pak je laptop erbij.
2. Ga naar LessonUp.com en login via Entree.
3. Geef de code van deze les in om deel te nemen.
Tijdens de quiz werk je zelfstandig en stil.
Slide 31 - Tekstslide
Hoe noemen we groente ook alweer in het Duits?
A
Gemüse
B
Grünte
C
Obst
D
Speisen
Slide 32 - Quizvraag
Wat is het werkwoord 'doen' in het Duits?
Slide 33 - Open vraag
Welk lidwoord (m/v/o) hoort voor het Duitse woord enkelvoud: Spinne? (spin)
A
Der
B
Die
C
Das
Slide 34 - Quizvraag
Hoe heet dit dier in het Duits?
Slide 35 - Open vraag
Ich habe es fotografiert
Stam
Zwak Voltooid deelwoord
Feesttenten
idewis
Hele werkwoord -en
Streichel
stam + t
er/sie/es/man
Gevormd met hulp van hulpwerkwoord
Slide 36 - Sleepvraag
Wat is het voltooid deelwoord van het Duitse werkwoord 'gehen' (gaan)
A
Gegeht
B
Gehen
C
Geht
D
Gegangen
Slide 37 - Quizvraag
Wat is het voltooid deelwoord van het Duitse werkwoord 'schreiben' (schrijven)
A
Geschreiben
B
Geschrieben
C
Schrieb
D
Geschreibt
Slide 38 - Quizvraag
Hoe goed ben jij voorbereid op de toets van Kapitel 4? (vorm voor jezelf een eerlijk antwoord!)
A
Ik begrijp alles
B
Ik moet nog een beetje leren, weet het grootste deel wel
C
Ik moet nog veel oefenen, maar het gaat me lukken
D
Ik denk dat ik het helemaal niet kan
Slide 39 - Quizvraag
1. Maak de oefentoets van Kapitel 4
2. Ben je klaar? Leer de woorden van Kapitel 4 via slim stampen
Nu gaan we zelfstandig werken!
Slide 40 - Tekstslide
Hausaufgaben 04-04-25
Slide 41 - Tekstslide
Kijk nu terug naar de lesdoelen:
Ben je goed voorbereid voor de toets en kun je :
- het regelmatig werkwoord in de tegenwoordige en voltooide tijd vervoegen.
- ken je de Duitse woorden van dit hoofdstuk en weet je deze in te vullen in opdrachten.