NK, Kapitel 4, les 8, week 14 Ankie

Guten Morgen liebe Schuler
Guten Morgen liebe Schüler
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Guten Morgen liebe Schuler
Guten Morgen liebe Schüler

Slide 1 - Tekstslide

Lernziel(e)
 Vandaag weet je of je goed bent voorbereid op op de toets en kun je :
     - het regelmatig werkwoord in de tegenwoordige en voltooide          tijd vervoegen.
     - ken je de Duitse woorden van dit hoofdstuk en weet je deze            in te vullen in opdrachten. 

Slide 2 - Tekstslide

Programma:
Deel 1:
* Opdrachten nakijken
* Extra grammatica uitleg

Deel 2:
* oefentoets maken


Slide 3 - Tekstslide

Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?
Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?

Slide 4 - Tekstslide

Opdracht
  1. Pak je schrift
  2. Vervoeg nu in je schrift het werkwoord "fragen"
  3. Schrijf als laatste ook het voltooid deelwoord op.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide



Hoe vorm ik de stam van een werkwoord?

Slide 7 - Tekstslide

Persoonlijke voornaamwoorden

Slide 8 - Tekstslide

Regelmatige werkwoorden
Vervoegen van het werkwoord doe je door eerst de stam op te schrijven. 

Wat is de stam van een werkwoord?
  • De stam is het hele werkwoord - en of - n

Slide 9 - Tekstslide

Ezelsbruggetje
Achter de stam van het werkwoord komt de uitgang.
Dit zijn de volgende letters:  

                   (FE)    E - ST - T - EN - T - EN


 

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Regelmatige werkwoorden: uitgangen
werkwoord: kaufen (kopen), stam: kauf
ich kauf e
du  kauf st
er/sie/es/man/wer  kauf t
wir kauf en
ihr kauf t
sie kauf en
Sie kauf en


Slide 12 - Tekstslide

Wat is een voltooid deelwoord?

Slide 13 - Tekstslide

Hoe vorm je deze in het Duits?

GE + STAM + T

Slide 14 - Tekstslide

Uitzonderingen
1. Werkwoorden op -ieren            =  STAM+T
    
Voorbeeld
fotografieren -> ich habe fotografiert

Slide 15 - Tekstslide

Uitzonderingen
2. Werkwoorden met beof ver-  = STAM+T

Voorbeeld:
versorgen -> ich habe versorgt
besuchen ->  ich habe besucht

Slide 16 - Tekstslide

Hoe maken we 26?
1. Schrijf in je schrift wat het voltooid deelwoord is. 
2. Spreek de zinnen uit en corrigeer elkaar.

Slide 17 - Tekstslide

HUISWERK nakijken
1. Wiederholung K4, Aufgabe 1 ,2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11
    in je boek



2. Leer de woorden en grammatica van hoofdstuk 4 via slim stampen.

Slide 18 - Tekstslide

Wiederholung Aufgabe 1

Slide 19 - Tekstslide

Aufgabe 2


Slide 20 - Tekstslide

Aufgabe 3

Slide 21 - Tekstslide

Aufgabe 4

Meine Freundin und ich kennen uns schon seit 5 Jahren. Wir wohnen in Wien. Kyra spielt Tennis und ich tanze gern. Sie lernt gern Spanisch. Ich mag Mathe, also rechne ich lieber. Wir sind unterschiedlich, aber trotzdem gute Freundinnen.


Slide 22 - Tekstslide

Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?
Aufgabe 5
1 heißt                             6 laufen
2 Schreibt                        7 schwimmt
3 lieben                            8 Hört
4 macht
5 Besuchst




Slide 23 - Tekstslide

Aufgabe 6

Slide 24 - Tekstslide

Aufgabe 7
1 Ich habe gespielt.
2 Du hast gehört.
3 Er hat gewohnt.
4 Wir haben besucht.
5 Ihr habt gewünscht.
6 Sie haben versorgt.

Slide 25 - Tekstslide

Aufgabe 8
1 Ich bin gewesen.
2 Du bist gelaufen.
3 Sie haben gefressen.
4 Wir haben beschrieben.

Slide 26 - Tekstslide

Aufgabe 9

Slide 27 - Tekstslide

Aufgabe10

Slide 28 - Tekstslide

Aufgabe 11

Slide 29 - Tekstslide

An die Arbeit 
1. Maak de opdrachten van het werkblad.

2. Ben je klaar? Leer de woorden van Kapitel 4
    via slim stampen in de methode.

Slide 30 - Tekstslide

Kapitel 4 Quiz
1. Pak je laptop erbij.
2. Ga naar LessonUp.com en login via Entree.
3. Geef de code van deze les in om deel te nemen. 

Tijdens de quiz werk je zelfstandig en stil.

Slide 31 - Tekstslide

Hoe noemen we groente ook alweer in het Duits?
A
Gemüse
B
Grünte
C
Obst
D
Speisen

Slide 32 - Quizvraag

Wat is het werkwoord 'doen' in het Duits?

Slide 33 - Open vraag

Welk lidwoord (m/v/o) hoort voor het Duitse woord enkelvoud: Spinne? (spin)
A
Der
B
Die
C
Das

Slide 34 - Quizvraag

Hoe heet dit dier in het Duits?

Slide 35 - Open vraag

Ich habe es fotografiert
Stam
Zwak Voltooid deelwoord
Feesttenten
idewis
Hele werkwoord -en
Streichel
stam + t
er/sie/es/man
Gevormd met hulp van hulpwerkwoord

Slide 36 - Sleepvraag

Wat is het voltooid deelwoord van het Duitse werkwoord 'gehen' (gaan)
A
Gegeht
B
Gehen
C
Geht
D
Gegangen

Slide 37 - Quizvraag

Wat is het voltooid deelwoord van het Duitse werkwoord 'schreiben' (schrijven)
A
Geschreiben
B
Geschrieben
C
Schrieb
D
Geschreibt

Slide 38 - Quizvraag

Hoe goed ben jij voorbereid op de toets van Kapitel 4? (vorm voor jezelf een eerlijk antwoord!)
A
Ik begrijp alles
B
Ik moet nog een beetje leren, weet het grootste deel wel
C
Ik moet nog veel oefenen, maar het gaat me lukken
D
Ik denk dat ik het helemaal niet kan

Slide 39 - Quizvraag

1. Maak de oefentoets van Kapitel 4
2. Ben je klaar? Leer de woorden van Kapitel 4 via slim stampen


 
Nu gaan we zelfstandig werken!

Slide 40 - Tekstslide

Hausaufgaben 04-04-25

Slide 41 - Tekstslide

Kijk nu terug naar de lesdoelen:
 Ben je goed voorbereid voor de toets en kun je :
     - het regelmatig werkwoord in de tegenwoordige en                            voltooide tijd vervoegen.
     - ken je de Duitse woorden van dit hoofdstuk en weet je deze          in te vullen in opdrachten. 

Slide 42 - Tekstslide

Hausaufgaben für nächste Woche, Kapitel 3

1.  Leren: werkwoorden haben / sein
                    zwakke werkwoorden tegenwoordige tijd
                    leren Wörterliste A, S. 41

2. Maken van Kap. 3:  
     3.3 t/m 3.6, 4.3,  5.2, 6.4, 8.2 , 19.4

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide