klinisch redeneren en vitale functies

klinisch redeneren en vitale functies
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

Onderdelen in deze les

klinisch redeneren en vitale functies

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klinisch redeneren

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je al over klinisch redeneren?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is klinisch redeneren zo belangrijk?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Klinisch redeneren 
- Doe je continue als je in de zorg werkzaam bent
- Theorie koppelen aan praktijk
- Volgens een methode gegevens analyseren en acties uitzetten op een systematische manier. 

Het doel van klinisch redeneren is om onderbouwd tot een beslissing te komen welke zorg voor een zorgvrager nodig is.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vitale functies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Observeren / Vitale functies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn vitale functies?
Vitale functies zijn de belangrijkste functies van het lichaam die nodig zijn om in leven te blijven.

Slide 15 - Tekstslide

Vraag de leerlingen om voorbeelden te geven van vitale functies en bespreek deze kort.
Waarom zijn vitale functies belangrijk?
Vitale functies zijn belangrijk omdat ze ons inzicht geven in de gezondheidstoestand van een persoon. Afwijkingen in vitale functies kunnen wijzen op onderliggende problemen.

Slide 16 - Tekstslide

Beschrijf waarom het belangrijk is om de vitale functies in de gaten te houden.
Vitale functies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de vitale functies?
Hartslag
Ademhaling
Temperatuur
Bloeddruk
Bewustzijn

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De vitale functies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vitale functies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vitale functies
Wat kan je meten en observeren?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je als zorgverlener weten:

  • Wat zijn de vitale functies;
  • Wat zijn normale waarden van vitale functies 
  • Hoe verloopt de procedure bij herkenning van bedreigde vitale functies.  

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vitale Functies
Vitale functies zijn de essentiële lichaamsfuncties voor een mens om te blijven leven

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

hoe meet je de vitale functies?
Hartslag                
                                                     Bloeddruk   
Temperatuur
                                                    Ademhaling
Bewustzijn

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom moet je bloeddruk goed zijn?
A
zodat je bloed niet stolt.
B
zodat je organen en spieren genoeg zuurstof krijgen.
C
zodat je longen goed kunnen werken.

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk antwoord beschrijft alleen vitale functies?
A
hartslag, bewustzijn, temperatuur
B
ademhaling, koorts, bloeddruk
C
hartslag, ademhaling, pijnprikkel
D
hartslag, temperatuur, bloedsomloop

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom moet je vitale functies meten?
A
Om te bepalen of je hart nog goed werkt.
B
Omdat dit door de arts wordt voorgeschreven.
C
Afwijkingen kunnen wijzen op onderliggende problemen.
D
Zodat het zorgdossier op orde is.

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 3
  • Zoek 3 zorgvragers binnen jouw afdeling waarbij afwijkende vitale functies voorkomen.
  • Beredeneer wat deze afwijkende functies zeggen over de gezondheidstoestand van de zorgvrager.

  • Upload je beredenering via de feedback-knop aan de vakdocent.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


volgende les:
evaluatie
vragen?

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies