5H Eindexamentraining Framing en figuurlijk taalgebruik

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





Framing

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning en lesdoelen
  1. Introductie FRAMING
  2. Theorie
  3. Figuurlijk taalgebruik of beeldspraak

Lesdoelen:
  1. Jullie weten wat framing is.
  2. Jullie weten hoe media beïnvloeden.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EXAMEN
Een voorbeeld van een vraag is: 

In een tekst kan een standpunt versterkt doorklinken in de woordkeuze.

  Citeer drie woorden of woordgroepen uit de alinea’s 6 tot en met 8 waarin afkeuring van het gedrag van de leidinggevende ten opzichte van zijn ondergeschikten doorklinkt.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Volkskrant is volgens mij...
A
altijd subjectief
B
altijd objectief
C
vaker subjectief dan objectief
D
vaker objectief dan subjectief

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De krant of het nieuws dat ik lees is objectief.
(volledig eens=100)
-1100

Slide 6 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

welke synoniemen ken je voor het werkwoord ETEN?

Slide 7 - Woordweb

Geef hier aan welke woorden welke connotatie hebben: welk gevoel geven ze mee? Wat is de boodschap over de auteur/ hoe wordt iemands mening gevormd door de woordkeuze
Framing
Het zodanig presenteren van een onderwerp dat de ontvangers die (positieve of negatieve) wijze van denken overnemen.
(on)bewuste beïnvloeding

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

frikandel
kadaverstaaf
slechts 10% vet
nu 90% vetvrij
het glas halfvol


het glas halfleeg?
gewasbeschermingsmiddelen  
je roes uitslapen 
een powernap doe
landbouwgif

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing
Plofkip
Kliklijn
Tsunami van vluchtelingen
Schamele fooi
Na deze campagne ging ook de laatste supermarktketen overstag 
om alleen nog 'Beter-Leven' kip te verkopen 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


A
80% Minder vet?
B
20% vet?

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Middelvinger?
A
Ja
B
Nee

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Framing
  • Jullie zagen net voorbeelden van framing
  • Maar wat is framing dan precies?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing
  • Beïnvloedingstechniek
  • Het blijft hangen, klinkt logisch
  • Speelt in op gevoelens (die spelen in de samenleving)
  • Vereenvoudiging van de werkelijkheid
  • Het verloopt via taal en beelden
Het meegeven van een bepaald kader aan een boodschap

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom framen we?
  • Frames blijven lekker hangen
  • Betere verkoopcijfers
  • Imago Bijv. McDonald’s logo>> rode achtergrond vervangen door groen (groen associëren mensen met gezond en duurzaam). Zo hoopt McDonald’s een ander imago te creëren.  
  • Afkraken van tegenpartij in politiek. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het wordt veel gebruikt door:
  • Politici
  • Media
  • Eetwarenindustrie
  • Reclame

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Medelijden

Veel ophef over deze foto/ video
Klimaatverandering? Misschien was de beer wel ziek

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Figuurlijk taalgebruik in het examen
Het gaat om manipulatie van de lezer door bepaalde woordkeuze:
  • Welke sturing wil de schrijver geven aan het onderwerp
  • Is de beeldspraak adequaat of juist manipulatief?
Voorbeelden:
  • De beeldspraak is wel/niet geslaagd, want ...
  • Typeer de schrijfstijl (neutraal/ zakelijk/ objectief/ persoonlijk/ subjectief/ bombastisch/ overdreven/ beeldend

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing zet een auteur dus in om de lezer te beïnvloeden. Figuurlijk taalgebruik kan daarbij helpen
Bijv. door het gebruik van beeldspraak, spot en ironie. 

Aan jou als lezer de taak om te bepalen hoe de auteur jou probeert te sturen door middel van figuurlijk taalgebruik.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld van een vraag:

Geef aan of je de beeldspraak in bovenstaand citaat geslaagd of minder geslaagd vindt en leg je antwoord uit.  

Figuurlijk taalgebruik kan onder meer gebruikt worden om de aandacht van de lezer te trekken 
Welke drie andere effecten van figuurlijk taalgebruik heeft de schrijver van bron 1 waarschijnlijk beoogd?  
Kies uit onderstaande effecten

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenset havo 3
Hitte maken, Vuurwerkverbod, Scheiding landbouw-natuur, Curlingouders 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hitte maken
Vraag 1
(figuurlijk taalgebruik)

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord Vraag 1
maximumscore 1
De kern van een goed antwoord is:
twee van de volgende:
 (Het geloof is …nog niet) “uitgedoofd” (regels 1-3)
 “kernachtig (verwoorde)” (regels 4-5)
 “een klimaat van ontkenning” (regels 8-9)
 “straal (naast zitten)” (regels 20-21)
Beoordeel de spelling.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hitte maken
Vraag 4
(figuurlijk taalgebruik)

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord Vraag 4 
4 maximumscore 2
De kern van een goed antwoord is:
• De woordspeling is dat wordt gesproken van “hitte maken” in plaats van
nucleaire energieopwekking / energie opwekken met kerncentrales 1
• (De lezer kan hiermee beïnvloed worden) doordat hiermee wordt
gesuggereerd dat kernenergie juist voor meer opwarming van de aarde
zorgt / dat kernenergie niet gaat helpen tegen opwarming van de aarde /
dat er verhitte debatten over het thema kernenergie worden gevoerd. 1

Beoordeel de spelling en grammatica.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SCheiding landbouw-natuur
Vraag 7
LET OP HET AANTAL WOORDEN!

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord Vraag 7 (framing)
maximumscore 1
De kern van een goed antwoord is:
Dit woordgebruik versterkt zijn negatieve houding tegenover biologische landbouw.

Maximumlengte van het antwoord: 15 woorden.
Beoordeel de spelling en grammatica.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Scheiding landbouw-natuur Vraag 8

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord vraag 8
maximumscore 1
De kern van een goed antwoord is:
(Het effect hiervan is) dat intensieve landbouw als een goede oplossing voor de toekomst wordt gepresenteerd / dat intensieve landbouw als een betere oplossing wordt neergezet dan biologische landbouw.

Beoordeel de spelling.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Curlingouders Vraag 9

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord Vraag 9
maximumscore 2
De kern van een goed antwoord is:
Fokke zou Jenne zelf het opstel moeten laten schrijven /
de gelegenheid moeten geven fouten te maken 1
en moeten steunen als het onvoldoende is / als het niet goed gaat. 1
Beoordeel de spelling en grammatica.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Curlingouders Vraag 10

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord vraag 10
maximumscore 1
De kern van een goed antwoord is:
Het gevolg is dat kinderen alleen zijn voorbereid op een leven zonder
hindernissen/tegenslagen. / dat kinderen niet zijn voorbereid op een leven
met hindernissen/tegenslagen. / dat kinderen het later moeilijk krijgen als
ze zonder hun ouders problemen moeten oplossen.

Maximumlengte van het antwoord: 20 woorden.
Beoordeel de spelling en grammatica.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Curlingouders Vraag 11

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord Vraag 11
maximumscore 1
De kern van een goed antwoord is:
Curling-opvoeden is geen goed idee. / Ouders moeten hun kinderen
minder beschermen tegen vervelende dingen. / Ouders moeten hun
kinderen gewoon vervelende dingen laten meemaken.

Beoordeel de spelling en grammatica.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Curlingouders Vraag 12

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord Vraag 12
maximumscore 1
De kern van een goed antwoord is:
een van de volgende:
 Ouders moeten hun kinderen steunen.
 Ouders moeten hun kinderen zelfvertrouwen geven.
 Ouders moeten een netwerk om hun kinderen vormen.
 Ouders moeten zelf (kleine) tegenslagen voor hun kind veroorzaken.
Beoordeel de spelling en grammatica.

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat kun je zeggen over de tekstdoelen? 
  • Informeren
  • ➡️ objectief/ uitleg / tekstboek
  • Beschouwen 
  • ➡️ overwegend objectief / opiniëren / meerdere kanten van het 'verhaal' (voor- en tegenstanders) / publiek zelf een mening laten vormen
  • Betogen
  • ➡️ subjectief / schrijver geeft mening/ publiek overtuigen met argumenten
  • Activeren
  • ➡️ subjectief / aanzetten tot 'handelen' / overtuigen / mening geven
  • Amuseren
  • (meestal niet hoofddoel in schoolteksten maar wel belangrijk)

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies