Nederlands 2KGa 14 januari 2021

Nederlands
Spelling hoofdstuk 3
Donderdag 14 januari 2021
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 34 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Nederlands
Spelling hoofdstuk 3
Donderdag 14 januari 2021

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we deze les doen? 
  • Huiswerk: opdracht 1
  • Uitleg spelling blok 3
  • Huiswerk maandag 18/1

Slide 2 - Tekstslide

Bladzijde 124: Spelling opdracht 1

Slide 3 - Tekstslide

Bladzijde 124: Spelling opdracht 1
Let op! 
  • In welke tijd staat de zin
  • Enkelvoud of meervoud 

Slide 4 - Tekstslide

Bladzijde 124: Spelling opdracht 1
De chauffeur ... (vervoeren) de vrolijke reizigers vorig jaar in ongeveer 24 uur naar Spanje. 

Slide 5 - Tekstslide

Bladzijde 124: Spelling opdracht 1
De chauffeur ... (vervoeren) de vrolijke reizigers vorig jaar in ongeveer 24 uur naar Spanje. 

In welke tijd? 

Slide 6 - Tekstslide

Bladzijde 124: Spelling opdracht 1
De chauffeur ... (vervoeren) de vrolijke reizigers vorig jaar in ongeveer 24 uur naar Spanje. 

In welke tijd? 
Enkelvoud of meervoud?

Slide 7 - Tekstslide

Bladzijde 124: Spelling opdracht 1
De chauffeur ... (vervoeren) de vrolijke reizigers vorig jaar in ongeveer 24 uur naar Spanje. 

In welke tijd? 
Enkelvoud of meervoud?

De chauffeur vervoerde de vrolijke reizigers vorig jaar in ongeveer 24 uur naar Spanje.

Slide 8 - Tekstslide

Bladzijde 124: Spelling opdracht 1
1 vervoerde
2 begeleidde
3 verspreidt
4 beantwoordde
5 vergat
6 verbaast


7 verhuisde
8 verlieten
9 gebeurde
10 begrootte
11 betaalden
12 bewaart

Slide 9 - Tekstslide

Spelling blok 3
Werkwoordsvormen 

Slide 10 - Tekstslide

Persoonsvorm 
De auto's die voorbij kwamen rijden, maakten veel geluid. 

Hoe vind je de persoonsvorm in deze zin? 


Slide 11 - Tekstslide

Persoonsvorm 
De auto's die voorbij kwamen rijden, maakten veel geluid. 

Hoe vind je de persoonsvorm in deze zin? 
Zet de zin in een andere tijd: 

Slide 12 - Tekstslide

Persoonsvorm 
De auto's die voorbij kwamen rijden, maakten veel geluid. 

Hoe vind je de persoonsvorm in deze zin? 
Zet de zin in een andere tijd: 

De auto's die voorbij komen rijden, maken veel geluid.

Slide 13 - Tekstslide

Persoonsvorm 
De auto's die voorbij kwamen rijden, maakten veel geluid. 

Hoe vind je de persoonsvorm in deze zin? 
Zet de zin in een andere tijd: 

De auto's die voorbij komen rijden, maken veel geluid.

Slide 14 - Tekstslide

Andere werkwoordsvormen
De auto's die voorbij kwamen rijden, maakten veel geluid. 
De auto's die voorbij komen rijden, maken veel geluid. 

Slide 15 - Tekstslide

Andere werkwoordsvormen
De auto's die voorbij kwamen rijden, maakten veel geluid. 
De auto's die voorbij komen rijden, maken veel geluid. 

Welk werkwoord staat er verder in deze zinnen, maar verandert niet? 

Slide 16 - Tekstslide

Andere werkwoordsvormen
De auto's die voorbij kwamen rijden, maakten veel geluid. 
De auto's die voorbij komen rijden, maken veel geluid. 

Welk werkwoord staat er verder in deze zinnen, maar verandert niet? 

Rijden

Slide 17 - Tekstslide

Andere werkwoordsvormen
De auto's die voorbij kwamen rijden, maakten veel geluid. 
De auto's die voorbij komen rijden, maken veel geluid. 

Welk werkwoord staat er verder in deze zinnen, maar verandert niet? 

Rijden: hele werkwoord

Slide 18 - Tekstslide

Andere werkwoordsvormen 
Ik heb de was opgehangen. 


Slide 19 - Tekstslide

Andere werkwoordsvormen 
Ik heb de was opgehangen. 

Persoonsvorm: 


Slide 20 - Tekstslide

Andere werkwoordsvormen 
Ik heb de was opgehangen. 

Persoonsvorm: heb


Slide 21 - Tekstslide

Andere werkwoordsvormen 
Ik heb de was opgehangen. 

Persoonsvorm: heb
Staat er nog een werkwoord in deze zin? 


Slide 22 - Tekstslide

Andere werkwoordsvormen 
Ik heb de was opgehangen

Persoonsvorm: heb
Staat er nog een werkwoord in deze zin? 



Slide 23 - Tekstslide

Andere werkwoordsvormen 
Ik heb de was opgehangen

Persoonsvorm: heb
Staat er nog een werkwoord in deze zin? 
Opgehangen: voltooid deelwoord



Slide 24 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
Onze afspraak is verzet. 

Persoonsvorm?

Slide 25 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
Onze afspraak is verzet. 

Persoonsvorm: is

Slide 26 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
Onze afspraak is verzet. 

Persoonsvorm: is
Voltooid deelwoord?

Slide 27 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
Onze afspraak is verzet. 

Persoonsvorm: is
Voltooid deelwoord: verzet

Slide 28 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
Onze afspraak is verzet. 

Persoonsvorm: is
Voltooid deelwoord: verzet

Een voltooid deelwoord kan je bijvoeglijk gebruiken. 

Slide 29 - Tekstslide

Voltooid deelwoord bijvoeglijk gebruikt
Onze afspraak is verzet - de verzette afspraak 

Slide 30 - Tekstslide

Voltooid deelwoord bijvoeglijk gebruikt
Onze afspraak is verzet - de verzette afspraak 
Bij een korte klank, komt er een extra medeklinker 

Slide 31 - Tekstslide

Voltooid deelwoord bijvoeglijk gebruikt
Onze afspraak is verzet - de verzette afspraak 
Bij een korte klank, komt er een extra medeklinker 

Al ons spaargeld is besteed - het bestede spaargeld 
Bij een lange klank, haal je een klinker weg 

Slide 32 - Tekstslide

Voltooid deelwoord bijvoeglijk gebruikt
Onze afspraak is verzet - de verzette afspraak 
Bij een korte klank, komt er een extra medeklinker 

Al ons spaargeld is besteed - het bestede spaargeld 
Bij een lange klank, haal je een klinker weg 

Let op: schrijf het zo kort mogelijk op, dus géén n aan het eind

Slide 33 - Tekstslide

Huiswerk maandag 18/1
Spelling blok 3
Bladzijde 125 en 126
Maak opdracht 2 en 3

Slide 34 - Tekstslide