D2L6- Feedback Expressionisme - Paul van Ostaijen WB p. 132-133

Schrijf ongefilterd op waaraan je op dit moment allemaal denkt.
1 / 48
volgende
Slide 1: Open vraag
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Schrijf ongefilterd op waaraan je op dit moment allemaal denkt.

Slide 1 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Koffie, ja lekker, zwart, bonen op, oh ja… was doen, mam bellen, niet vergeten, koffie klaar, waar is  mijn speciale mok, oh... in vaatwasser, moet ik nog opzetten als de zon begint te schijnen. Witte of gekleurde was? Lekker koffie. Keukenpapier op. Oeh hete koffie. Oh ja witte was.’

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Modernisme (1910-140)

stream of consciousness-techniek
een 20ste-eeuwse reactie op het daarvoor dominerende realisme. 

het realisme = ieder detail moet omschreven worden om de vaak lelijke waarheid bloot te leggen

het modernisme = niet dé realiteit was belangrijk, maar de beleving van de realiteit, oftewel het weergeven van iemands gedachtegang.

Opdracht 2 WB p. 132-133

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Paul van Ostaijen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Antwerpen

Slide 6 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Berlijn

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

modernisme

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

humanitair expressionisme

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

ritmische typografie

Slide 10 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

poésie pure

Slide 11 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Bezette Stad

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat maakt dit gedicht nu typisch eentje van Paul van Ostaijen?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Paul van Ostaijen
  • Dichter uit Antwerpen (1896-1928)
  • Vluchtte in 1918 naar Berlijn en kwam daar in contact met expressionistische Duitse kunstenaars
  • Nieuwe stroming: Dada.  Dada staat voor anti-kunst.
  • Dadaisten zetten zich af tegen alle bestaande kunststromingen. 
  • Dit leidde tot nieuwe poezie, die de werkelijkheid beter weergaf.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Expressionisme (1905-1940)

Slide 18 - Tekstslide

Welke andere kunststroming ken je nog? 

Kenmerken expressionisme in schilderkunst


  • gevoel is belangrijker dan verstand 
  • felle en harde kleuren
  • vervormen werkelijkheid
  • Oef. 1+2 p. 257 
Franz Marc, Grote blauwe paarden

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Lees het gedicht Bedreigde stad  en vorm een eerste indruk

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oef 3.b p. 258
Welke sfeer straalt het gedicht volgens jou uit?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Oef 3.c
Waarover gaat het gedicht volgens jou?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Lees dit artikel over de historische context van het gedicht. 
Vandekerckhove et al., 2012, p. 258

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oef. 4
  • (a) korte, eenlettergrepige woorden, los achter elkaar zonder verklarend zinsverband -> ritme, 'Eins zwei' -> marstempo
  • (b)  vet en groter, dreiging
  • (c) Duitse citaten: eigen ritme
  • (d) weergave geluiden die VO hoorde (inval Duitsers) 
  • (e) Dichter is getuige vanaf balkon

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ritmische typografie
  • Gebruik van verschillende lettertypen, lettergroottes, letterstijlen -> onderstrepen emoties, versterken betekenis woorden

  • Spelen met lay-out en
    bladspiegel (extra betekenis)  -> combinatie visuele en auditieve

Slide 27 - Tekstslide

Klanken belangrijk
Kenmerken expressionisme in poëzie

  • geen traditionele vorm; geen rijm, geen vast metrum, geen vaste strofebouw...; wel ‘vrije verzen’;
  • geen normale zinsbouw, maar onvolledige en ongrammaticale zinnen;
  • alle woorden mogen gebruikt worden in deze poëzie (citaten, andere talen, reclameslogans...);
  • de emotie of gedachte moet zo direct mogelijk geuit worden, zonder belemmeringen van het traditionele taalgebruik.

Slide 28 - Tekstslide

Expressionisme = breken met traditie. Er is maar één wet: er zijn geen wetten. 
De wereld is kapot, dus ook de taal (hij kan in die context bij wijze van spreken geen volzinnen schrijven). 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Readymade - objet trouvé
Fontaine
Marcel Duchamp

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Poésie pure 

  • een van de laatste gedichten van VO

  • ik-loze poëzie
  • zeer eenvoudig, geen betekenis
  • zuivere lyriek, pure klankpoëzie
  • zoals Amarillis met de zeepbellen speelt, zo speelt VO met woorden

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Vijftigers

- Lichamelijke poëzie: zintuiglijke waarnemingen
- Woordenschat is democratisch: alles kan, geen poëtische woorden
- De lezer moet interpreteren, het is niet voorgekauwd

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies

  • Wat gebeurt er fysiek met de moeder?

  • Wat zegt hij over zijn moeder? 

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Naar welk moment keert de dichter terug?


  •  Wat is er veranderd? 


  • Welke emotie hoort bij deze strofe? 

  • Wat is het inhoudelijke verschil tussen het deel met haakjes en het deel zonder haakjes? 

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Wat bedoelt Claus met het laatste vers? 


  •  Welk motief gebruikt Claus? 



  • Sterven / einde van het leven

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorm
  • Traag 
  • = apokoinou
  • Welke stijlfiguren tref je hier nog aan? 
  • Enjambement
  • Alliteratie
  • ! Belangrijkste strofe

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorm
  • Zoek een herhaling

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorm
  • Zoek een metafoor

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Metafoor

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht

  • Schrijf nu zelf een kort fragment in de stijl van De besmette stad. Schrijf dus een gedicht over de voorbije coronatijd. Gebruik min. 40 woorden. Pas de kenmerken van het expressionisme toe en denk aan de typografie!

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatiecriteria
  • De leerling brengt duidelijk zijn/haar emotie of idee over.
  • De leerling heeft nagedacht over de typografie.
  • De leerling gebruikt een vrije vorm (i.t.t. een traditionele vorm).
  • De leerling gebruikt vrije zinsbouw.
  • De leerling maakt geen of vrij gebruik van hoofdletters en interpunctie.
  • De leerling maakt gebruik van een citaat, een slogan of een aantal woorden in een andere taal.

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een voorbeeld

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies