Taalverzorging oefeningen

 Oefenvragen taalverzorgingen 
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

 Oefenvragen taalverzorgingen 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de persoonsvorm altijd?
A
Een zelfstandig naamwoord
B
Een werkwoord
C
Een lidwoord
D
Een bijvoeglijk naamwoord

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Elke goede zin heeft een of meer persoonsvormen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de persoonsvorm in deze zin?

Hoe vind je ook alweer de persoonsvorm?
A
Hoe
B
vind
C
je
D
ook

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat is een persoonsvorm?
A
een werkwoord in de zin dat van tijd kan veranderen
B
een werkwoord staat altijd in de verleden tijd
C
een woord dat iets over een persoon zegt
D
een persoon

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De man (worden) door zijn vrouw opgehaald.
A
worden
B
wordt
C
word

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het is leuk dat het hondje nu na die puppycursus... (gehoorzamen)
A
gehoorzaamd
B
gehoorzaamt
C
gehoorzaamdt
D
gehoorzaamdd

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mijn broer is gevraagd als voorzitter, maar hij ... deze functie niet. (aanvaarden)
A
aanvaard
B
aanvaart
C
aanvaardt
D
vaart aan

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gisteren (worden) de leraar ziek tijdens de vergadering.
A
word
B
wordt
C
werd
D
werdt

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De dief werd door een agent ... (ophalen)

A
opgehaald
B
opgehaalt
C
opgehaaldt

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het stoort me dat jij mijn nieuwe iPhone kapot hebt ...(maken).

A
gemaakd
B
gemaakt
C
gemaakdt
D
gemaken

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hij heeft zijn studie volledig ... (verwaarlozen)

A
verwaarloosd
B
verwaarloost
C
verwaarloosdt
D
verwaarloosde

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op de zomerbarbecue van vorig jaar ... de kinderen een heerlijke maaltijd. (bereiden)

A
bereiden
B
berijden
C
bereden
D
bereidden

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik geloof niets van wat je me daar ... (vertellen)

A
verteld
B
vertelt
C
verteldt

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De glassplinter moet zo snel mogelijk uit het oog van het slachtoffer ... worden. (verwijderen)
A
verwijderd
B
verwijdert
C
verwijderdt
D
verwijd

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voor de feestdagen ... mijn moeder een kalkoen. (braden)
A
braad
B
braat
C
braadt
D
bradt

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik hoop dat je je niet hebt ... (vervelen)
A
verveeld
B
verveelt
C
verveeldt
D
vervelde

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vorig jaar ... de kinderen elkaar vaak. (pesten)
A
pesden
B
pesten
C
pestten
D
persten

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het is niet verstandig dat hij zijn dochter zo ... (verwennen)
A
verwend
B
verwent
C
verwendt
D
verwond

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Helaas ... het huis en de schuur gisteren tot de grond toe af. (afbranden)
A
branden
B
brande
C
brandde
D
brandden

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De man werd overvallen en .... (beroven)
A
beroofd
B
berooft
C
beroofdt
D
berovend

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de persoonsvorm?
De persoonsvorm
Mijn broer
heeft
een auto
gekocht.

Slide 22 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de persoonsvorm?
De persoonsvorm
Mijn moeder
heeft
mijn brood
gesmeerd

Slide 23 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de persoonsvorm?
De persoonsvorm
Die chick
wil
een relatie.

Slide 24 - Sleepvraag

3 minuten
Wat is het onderwerp?

Marina legt het onderwerp uit.
A
Marina
B
legt
C
het onderwerp
D
uit

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het onderwerp?

Ik kan nu het onderwerp uit een zin halen.
A
Ik
B
kan
C
het onderwerp
D
een zin

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

John zingt stukken beter....ik.
A
als
B
dan

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De vrouwen presteren over het algemeen beter.....de mannen.
A
als
B
dan

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de leestekens bij de juiste zinnen.
Waarom doe jij zo onaardig
Hé, dat is mijn fiets
Spruitjes vind ik normaal niet zo lekker, maar vandaag waren ze wel oké
!
.
?

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De tandarts is vandaag afwezig,  want                 is ziek.                 
Nina vindt John leuk. Ze is verliefd op 
Wanneer gaan                     verhuizen?
Hoeveel boterhammen eet                   per dag? 
hij
je
ik
hem
zij

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bal - ballen
Enkelvoud: Eindigt een woord op één klinker en één medeklinker?

Meervoud: Dan verdubbelt de medeklinker.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aap - apen
Enkelvoud: Eindigt een woord op twee klinkers en een medeklinker?

Meervoud: Er valt een klinker weg.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De s>z en de f>v
woorden die eindigen -s of -f

in het meervoud wordt s>z f>v
grens: grenzen laars: laarzen
staaf: staven sluis: sluizen








Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste meervoudsvorm

accu
A
accuus
B
accu's
C
accus

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste meervoudsvorm

cadeau
A
cadeaus
B
cadeau's
C
cadeautjes

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste meervoudsvorm

taxi
A
taxi's
B
taxies
C
taxis

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste meervoudsvorm

ski
A
skies
B
ski's
C
skis

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste meervoudsvorm

café
A
cafees
B
café's
C
cafés

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste meervoudsvorm

pony
A
ponies
B
pony's
C
ponys

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste meervoudsvorm

melodie
A
melodies
B
melodieën
C
melodie's

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

-'s
-ën
-en
-s

Slide 42 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het meervoud van:

zeef

Slide 43 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het meervoud van:

porie

Slide 44 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het meervoud van:

oceaan

Slide 45 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het meervoud van:

zee

Slide 46 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het meervoud van:

mp3

Slide 47 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het meervoud van:

stage

Slide 48 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 49 - Video

Deze slide heeft geen instructies