Wiskunde examentraining - A. Algebraïsche verbanden

Wiskunde examentraining
  A. Algebraïsche verbanden
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Wiskunde examentraining
  A. Algebraïsche verbanden

Slide 1 - Tekstslide

Verbanden
De volgende verbanden moet je kennen:
  • Lineaire verbanden
  • Exponentiële verbanden
  • Wortelverbanden
  • Machtsverbanden
  • Omgekeerd evenredige verbanden
  • Periodieke verbanden

Slide 2 - Tekstslide

Lineair verband
  • Gelijke toe- of afname
  • Rechte lijn (liniaal)

    Formule: y = ax + b
  •  a = hellingsgetal of richtingscoëfficiënt
  • b = beginwaarde

Slide 3 - Tekstslide

lineaire grafiek

Slide 4 - Tekstslide

Lineair verband
Een lineair verband herkennen
(Tabel en grafiek tekenen bij een lineair verband)

Slide 5 - Tekstslide

Exponentieel verband
  • Hoeveelheid wordt met een vaste factor per tijdseenheid groter of kleiner
  • Steeds sneller stijgen of dalen

    Formule
    : N = b x g ^ t
  • b = beginwaarde
  • g = groeifactor per tijdseenheid

Slide 6 - Tekstslide

Exponentieel verband

Slide 7 - Tekstslide

Exponentieel verband
aantal = begingetal x groeifactor





tijd

Slide 8 - Tekstslide

Exponentieël verband

Slide 9 - Tekstslide

Procentuele toename berekenen

Slide 10 - Tekstslide

Groeifactor bij percentage
Van procenten naar groeifactor
Toename:
(100% + toename) : 100 = groeifactor
toename van 5,4%
100 + 5,4 = 105,4 : 100 = 1,054

Afname:
(100 - afname) : 100 = groeifactor
afname van 6,1% 
100 - 6,1 = 93,9 : 100 = 0,939


Slide 11 - Tekstslide

5,8% van 51

Slide 12 - Open vraag

Hoeveel % is 18 van 51?

Slide 13 - Open vraag

Een toename van 60 naar 80

Slide 14 - Open vraag

Een afname van 80 naar 60

Slide 15 - Open vraag

60 neemt toe met 18%

Slide 16 - Open vraag

80 neemt afmet 18%

Slide 17 - Open vraag

Een toename met 18% geeft 80. Hoeveel had je eerst?

Slide 18 - Open vraag

Een afname met 18% geeft 60. Hoeveel had je eerst?

Slide 19 - Open vraag

Wortelverbanden
  • Formule met een wortel erin
  • Vloeiende kromme 

Slide 20 - Tekstslide

Machtsverband
  • Formule met een wortel erin
  • Vloeiende kromme 

Slide 21 - Tekstslide

Omgekeerd evenredig verband
Omgekeerd evenredig verband:
kromme lijn
  • Formule: y = a : x


Slide 22 - Tekstslide

Periodieke verbanden

  • De grafiek herhaalt steeds
  • Regelmatig terugkerend








Slide 23 - Tekstslide

Hoort bij deze tabel een lineair verband?

A
Ja
B
nee

Slide 24 - Quizvraag

Hoe ziet de formule van een lineair verband eruit?
A
y=hellingsgetal+xstartgetal
B
y=hellingetalx+startgetal
C
y=startgetalx+hellingsgetal
D
y=startgetal+hellingsgetalx

Slide 25 - Quizvraag

Welke grafiek hoort bij een lineair verband?
A
1 (links)
B
2
C
3
D
4 (rechts)

Slide 26 - Quizvraag

Bij welke tabel is er sprake van een lineair verband?
A
B
C
D

Slide 27 - Quizvraag


Hoort deze grafiek bij een lineaire verband?
A
ja
B
nee
C
geen idee
D
Geen van allen

Slide 28 - Quizvraag

wat voor verband is dit?
A
lineair verband stijgend
B
exponentieel verband
C
lineair verband dalen
D
omgekeerdevenredig verband

Slide 29 - Quizvraag

Onderzoek of er een exponentieel verband is.
Zo ja, maak de formule.
t
0
1
2
3
aantal
2
20
200
2000

Slide 30 - Open vraag

Welk verband zie je hier en waarom?

Slide 31 - Open vraag

Een voorbeeld van een wortelverband
A
aantal= 10 x √7 ​
B
aantal= 6 a
C
T= 5 x √a
D
boete= 5 + 3x

Slide 32 - Quizvraag

Welk verband hoort er bij deze formule?
A
Lineair verband
B
Machtsverband
C
Kwadratisch verband
D
Wortelverband

Slide 33 - Quizvraag

Welke grafiek hoort bij een wortelverband?
A
plaatje 1
B
plaatje 2
C
plaatje 3
D
plaatje 4

Slide 34 - Quizvraag


Slide 35 - Open vraag


Slide 36 - Open vraag


Slide 37 - Open vraag