Leesvaardigheid - hoofdgedachte, onderwerp en tekstdoel

Vandaag: 
- Bespreken: Zelfportret, CE Nederlands​

- Schrijfopdracht vorige les afmaken + inleveren​
- Leesvaardigheid (hoofdgedachte, onderwerp en tekst doelen)

1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Vandaag: 
- Bespreken: Zelfportret, CE Nederlands​

- Schrijfopdracht vorige les afmaken + inleveren​
- Leesvaardigheid (hoofdgedachte, onderwerp en tekst doelen)

Slide 1 - Tekstslide

Onderwerp, hoofdgedachte en tekst doelen:
- Tekst doelen: amuseren, informeren, overtuigen (betoog), opiniëren (beschouwing), instrueren of activeren
- Het onderwerp: in één of enkele woorden wordt verteld waar de tekst over gaat. 
- De hoofdgedachte: één zin die de hele tekst samenvat. 

Slide 2 - Tekstslide

Welk tekstdoel hoort bij welke hoofdgedachte?
Opiniëren of beschouwen
Informeren
Overtuigen
We moeten ons allemaal bewuster worden van onze eetgewoonten.
Veel mensen vinden het eten van krekels een vies idee, maar is dat wel zo vies?
De wolf in Nederland heeft al veel vee gedood.

Slide 3 - Sleepvraag

Wat voor tekstdoel hoort bij:
'een gebruiksaanwijzing'?
A
Instrueren
B
Informeren
C
Amuseren
D
Overhalen

Slide 4 - Quizvraag

Wat voor tekstdoel hoort bij:
'een grappige film'?
A
Overhalen
B
Betogen
C
Beschouwen
D
Amuseren

Slide 5 - Quizvraag

Wat voor tekstdoel hoort bij:
'een reclame'?
A
Instrueren
B
Informeren
C
Activeren
D
Amuseren

Slide 6 - Quizvraag

Voor het lezen van de tekst:

- Hoe zullen auto's er over 20 jaar uit zien?
- Welke brandstof gebruiken we voor de toekomstige auto's?


Lees nu de tekst.

Slide 7 - Tekstslide

Noteer in maximaal 3 woorden het onderwerp van de tekst.

Slide 8 - Open vraag

Wat is de hoofdgedachte van de tekst?
De hoofdgedachte omschrijf je altijd in één zin.

Slide 9 - Open vraag

Wat is het tekstdoel van de tekst? Waarom is dit het doel?

Slide 10 - Open vraag

Welke bedrijven zijn er momenteel bezig met het ontwikkelen van vliegende auto's?

Slide 11 - Open vraag

Wat moet een bestuurder halen om een vliegende auto te mogen gebruiken?

Slide 12 - Open vraag

Woordenschat:
Omschrijf de volgende woorden in je eigen woorden.
- futuristisch
- professionele instanties
- vernuftig

Slide 13 - Open vraag

Na het lezen van de tekst: Omschrijf in minimaal 25 woorden, hoe je nu denkt dat auto's er uit zullen zien over 20 jaar.

Slide 14 - Open vraag

Nabespreking
- Wat zijn het onderwerp, de hoofdgedachte en de tekstdoelen van een tekst?
- Hoe pas je dit toe tijdens het lezen?

Slide 15 - Tekstslide