4.5 onderzoek naar evolutie

TO DO - komende lessen
les 1       * 4.5 bespreken
                * werken aan opdrachten 4.5 en 4.6 

les 2      * 4.6 bespreken
                * werken aan opdrachten 4.7
              
les 3      * bespreken 4.7
                * herhalen / uitloop
          

1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

TO DO - komende lessen
les 1       * 4.5 bespreken
                * werken aan opdrachten 4.5 en 4.6 

les 2      * 4.6 bespreken
                * werken aan opdrachten 4.7
              
les 3      * bespreken 4.7
                * herhalen / uitloop
          

Slide 1 - Tekstslide

Dit kan ik in eigen woorden
uitleggen.

Slide 2 - Woordweb

leerdoelen 4.5



* je kent enkele onderzoeksmethoden naar verwantschap
   - anatomie: rudimentaire, homologe en analoge organen
   - fossielen

* je kunt een evolutionaire stamboom aflezen en construeren (wat is dat?)

Slide 3 - Tekstslide

Dit kan ik in eigen woorden
uitleggen.

Slide 4 - Woordweb

TO DO 
les 1       * huiswerkcontrole, vragen over opdrachten bespreken
                * werken aan opdrachten 5.1 - homeostase en regelkringen of 
                    examentrainer H4 of begrippenlijsten maken.
       
les 2        DENK AAN JE B-BOEK 
                * bespreken 5.1 + start 5.2

les  3       * werken aan 5.2 - het hormoonstelsel
               



vrijdag begrippen SO over begrippen H4
twee kenmerken per begrip
vorm+functie / uitleg+voorbeeld

Slide 5 - Tekstslide

opdrachten van 4.4
die ik nog niet snap

Slide 6 - Woordweb

opdrachten van 4.5
die ik nog niet snap

Slide 7 - Woordweb

Slide 8 - Video

Leg uit of Pokémons
wel of niet evolueren.

Slide 9 - Open vraag

wat is er nodig voor evolutie
* genetische variatie door mutaties en recombinatie
oftewel: veel nakomelingen die allemaal net een beetje anders zijn

* natuurlijke selectie / survival of the fittest
oftewel: van die nakomelingen zullen sommigen beter in de omgeving kunnen overleven en voortplanten, anderen gaan dood en geven hun genen niet door 

* verandering of soortvorming kost veel generaties tijd
oftewel: een SOORT kan evolueren (en misschien wel twee soorten worden), een individu niet


                   

Slide 10 - Tekstslide

onderzoek naar evolutie
Verwantschap kan op verschillende manieren aangetoond worden:

  • Door onderzoek naar overeenkomsten in anatomie (bouw, bijv. homologe organen)
  • Door onderzoek naar rudimentaire organen 
  • Door te kijken naar fossielen 

Slide 11 - Tekstslide

aan de slag - in stilte!
1) Lees paragraaf 4.5.
2) Maak opdracht 67 t/m 78.

KLAAR? Werk aan je begrippenlijst van H4.
DAARMEE KLAAR? Maak de examentrainer.

Na de stiltetijd is er een hw controle! t/m 4.4 af...
timer
15:00

Slide 12 - Tekstslide

homologe organen

Slide 13 - Tekstslide

Dit zijn analoge organen. Organen die niet zijn ontstaan uit dezelfde grondvorm, maar door aanpassingen aan het milieu wel een vergelijkbare functie hebben.

Slide 14 - Tekstslide

rudimentaire organen

Slide 15 - Tekstslide

LEERDOELEN
4.5 onderzoek naar evolutie

* je kent enkele onderzoeksmethoden naar verwantschap

* je kunt verschillen en overeenkomsten herkennen tussen organen en orgaanstelsels van de mens en van verschillende diersoorten

* je kunt een stamboom aflezen en construeren (wat is dat?)

Slide 16 - Tekstslide

Zijn de voorpoot van een krokodil en de voorpoot van een mol (niet zichtbaar) homologe of analoge organen? Leg uit.

Slide 17 - Open vraag

Zijn de vleugel van een vleermuis en de vleugel van een vlieg homologe of analoge organen? Leg uit

Slide 18 - Open vraag

Leg uit hoe het vergelijken van anatomie
een bewijs kan zijn voor... 1) het bestaan van verwantschap, 2) evolutie.

Slide 19 - Open vraag

letters = gemeenschappelijke voorouder
blokje = ontwikkelde eigenschap die  * andere tak niet heeft
                                                                        * alle organismen in takken erboven wel

Slide 20 - Tekstslide

* er vinden in alle takken mutaties en selectie plaats
- de organismen evolueren (veranderen n.a.v. omgeving)
* dus hoe eerder de takken splitsen:
- hoe MEER verschil in DNA
- hoe MINDER verwant

Slide 21 - Tekstslide

* hoe langer geleden een gemeenschappelijke voorouder, hoe minder verwant

        g.v. van ijsbeer en bruine beer
       (een beerachtig wezen)
        
       g.v. van alle genoemde beren

stamboom aflezen
lang geleden
nu
gemeenschappelijke voorouder

Slide 22 - Tekstslide

* gemeenschappelijke voorouder van alle carnivoren:




        
       g.v. van alle genoemde beren

stamboom aflezen
lang geleden
nu
gemeenschappelijke voorouder

Slide 23 - Tekstslide

* hoe meer verwant, hoe meer het DNA op elkaar lijkt

* elke nanometer naar rechts is een verandering in het DNA  

Lijkt het DNA van de bruine beer meer op die van de ijsbeer of van de zwarte beer?


stamboom aflezen
lang geleden
nu
gemeenschappelijke voorouder

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Stamboom aflezen

Slide 26 - Tekstslide

Stamboom aflezen
langer geleden

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Zijn gibbons en orang-oetans meer of minder verwant aan elkaar dan gibbons en chimpansees? Leg uit.

Slide 29 - Open vraag

fossiel = versteende overblijfselen of afdrukken in gesteenten
* kan ook pootafdruk, haren of poep zijn!

* ideale omstandigheden voor fossielvorming

droge, zuurstofarme omgeving zodat reducenten niet het dode organisme kunnen afbreken, 
             bv: - woestijn (droog & dood organisme snel bedekt met zand), 
                    - waar rivier uitmondt in zee (dood organisme snel bedekt met grondmateriaal)

* zachte delen van dood organisme (bijvoorbeeld spierweefsel) worden meestal verteerd                                     niet bij fossiel in barnsteen of onder ijs



Slide 30 - Tekstslide

fossiel = versteende overblijfselen of afdrukken in gesteenten
Wat weten we door fossielen?

* uit de laag waarin ze liggen kun je opmaken wanneer het organisme geleefd heeft
* en in welke tijden de soort er wél en niét was

                                         ontstaan soort          soort is uitgestorven
* OF je ziet de soort veranderen! EVOLUTIE!



Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Link

Slide 33 - Link

Slide 34 - Video

Slide 35 - Video

LEERDOELEN
4.5 onderzoek naar evolutie

* je kent enkele onderzoeksmethoden naar verwantschap

* je kunt verschillen en overeenkomsten herkennen tussen organen en orgaanstelsels van de mens en van verschillende diersoorten

* je kunt uitleggen hoe fossielen laten zien dat evolutie heeft plaatsgevonden

Slide 36 - Tekstslide