02. 3T H3.2 winst en verlies (24-3-25)

H3 De winkel in
KGT Paragraaf 2: Tel uit je winst
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 2,3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

H3 De winkel in
KGT Paragraaf 2: Tel uit je winst

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
Huiswerk bespreken
Hoofdstuk 3 paragraaf 2
Vragen beantwoorden
Huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Bespreken 3.1:

Slide 3 - Tekstslide

Deze kun je terugvinden in teams
Neem deze over in je schrift

Slide 4 - Tekstslide


BK

Maken Hoofdstuk 3:
paragraaf 1

(incl rekentrainer)


KGT

Maken Hoofdstuk 3:
paragraaf 1

(incl rekentrainer)

Huiswerk

Slide 5 - Tekstslide

Rekentrainer
Controleren

Slide 6 - Tekstslide

Bespreken
opdracht 

Slide 7 - Tekstslide

Doel 3.2
  • Ik weet wat afzet en omzet is.
  • Ik kan de winst van een bedrijf berekenen.

Slide 8 - Tekstslide

Omzet
De verkoopopbrengst in een periode.
Afzet x verkoopprijs per product = omzet

Slide 9 - Tekstslide

Verkoopopbrengst
Ontvangen geld door de verkoop van producten.


Afzet x verkoopprijs per product = omzet

Slide 10 - Tekstslide

Afzet
Aantal verkochte producten in een periode.

Slide 11 - Tekstslide

Inkoopwaarde

De inkoopprijs van de verkochte producten.

Slide 12 - Tekstslide

Brutowinst

Het verschil tussen de omzet en de inkoopwaarde van de omzet.

Omzet - inkoopwaarde = brutowinst

Slide 13 - Tekstslide

Formule:
Omzet
 inkoopwaarde
brutowinst
bedrijfskosten
nettowinst
-

-

Slide 14 - Tekstslide

Omzet = €110
Inkoopwaarde = €30,-
Brutowinst=....
A
€140,-
B
€80 verlies
C
€80,- winst
D
30x110 = €3.300,-

Slide 15 - Quizvraag

Nettowinst
Het bedrag dat overblijft als de bedrijfskosten zijn afgetrokken van de brutowinst.

Slide 16 - Tekstslide

Verlies
Het tekort nadat de bedrijfskosten zijn afgetrokken van de brutowinst.

Slide 17 - Tekstslide

Formule:
Omzet
 inkoopwaarde
brutowinst
bedrijfskosten
nettowinst
-

-

Slide 18 - Tekstslide

Doel bijstellen of nieuw doel?

Slide 19 - Tekstslide

3.2 opdracht 6
c) Hoeveel zijn haar gemiddelde ontvangsten per maand samen?
d) Hoeveel procent van haar gemiddelde ontvangsten per
maand bestaat uit overdrachtsinkomen?
Rond af op hele procenten.





  1. Waar komt ? 
  2. Zet je gegevens in een tabel
  3. Bepaal waar de 1 komt te staan
  4. Reken uit
  5. Geef antwoord op de vraag.
Stappenplan:
%

Slide 20 - Tekstslide

3.2 opdracht 6
c) Hoeveel zijn haar gemiddelde ontvangsten per maand samen?
d) Hoeveel procent van haar gemiddelde ontvangsten per
maand bestaat uit overdrachtsinkomen?
Rond af op hele procenten.





  1. Waar komt ? 
  2. Zet je gegevens in een tabel
  3. Bepaal waar de 1 komt te staan
  4. Reken uit
  5. Geef antwoord op de vraag.
Stappenplan:
   2300
   1
     80
%
   100
      ?

Slide 21 - Tekstslide

Nabespreking
Hoe is het gegaan?
Wat ging goed?
Wat vond je moeilijk?
Welke vragen heb je nog?

Slide 22 - Tekstslide

3.2 opdracht 6
c) Hoeveel zijn haar gemiddelde ontvangsten per maand samen?
d) Hoeveel procent van haar gemiddelde ontvangsten per
maand bestaat uit overdrachtsinkomen?
Rond af op hele procenten.





  1. Waar komt ? 
  2. Zet je gegevens in een tabel
  3. Bepaal waar de 1 komt te staan
  4. Reken uit
  5. Geef antwoord op de vraag.
Stappenplan:
%

Slide 23 - Tekstslide

Extra uitleg:

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Slide 26 - Video