Wat voor effect zal de trilling hebben op de vlam?
a. De vlam beweegt op en neer;
b. De vlam beweegt van de luidspreker af;
c. De vlam beweegt heen en weer;
d. De vlam beweegt helemaal niet;
e. De vlam wordt uitgeblazen;
f. Ik denk iets anders, namelijk…
Leg uit wáárom je dat denkt. Gebruik daarbij de kennis die je al hebt over geluidsgolven.