In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Formuleren - havo 4 - 01
Slide 1 - Tekstslide
Onduidelijke verwijzing
Het verwijswoord klopt wel, maar kan op meer woorden slaan.
Bron: Transavia magazine, augustus 2022
Slide 2 - Tekstslide
Naar wie wordt verwezen met 'ze': 'De vakbonden hebben geen akkoord bereikt met de werkgevers, omdat ze de eisen niet accepteerden.'
Slide 3 - Open vraag
Naar wie verwijst 'zijn': 'Peter vertelde aan Tim dat zijn vriendin had gelogen over haar relatie.'
Slide 4 - Open vraag
Hoe los je dit op?
1. gebruik een ander verwijswoord (deze, laatstgenoemde, diegene);
2. is dat te moeilijk of te formeel, noem dan de naam.
Slide 5 - Tekstslide
Ronde 1 - herken de fout
De fouten zijn allemaal dubbelopfouten.
Slide 6 - Tekstslide
Die internetprovider is zo slecht! Er is geen dag voorbijgegaan dat ik geen internet had.
A
Onjuiste herhaling
B
Tautologie
C
Pleonasme
D
Dubbele ontkenning
Slide 7 - Quizvraag
Graag zou ik u uitnodigen om uw brief in een mondeling gesprek toe te lichten.
A
Tautologie
B
Pleonasme
C
Contaminatie
D
Dubbele ontkenning
Slide 8 - Quizvraag
Tot nu toe heb ik niet eerder meegemaakt dat een middelbare scholier op één tiende zakte.
A
Onjuiste herhaling
B
Tautologie
C
Pleonasme
D
Contaminatie
Slide 9 - Quizvraag
Over het voorstel wilde hij na eindeloos smeken en bidden over nadenken.
A
Onjuiste herhaling
B
Tautologie
C
Pleonasme
D
Contaminatie
Slide 10 - Quizvraag
Je betaalt je scheel; het kost veel duurder als je een verlengde Mercedes op afbetaling koopt.
A
Onjuiste herhaling
B
Tautologie
C
Pleonasme
D
Contaminatie
Slide 11 - Quizvraag
Ronde 2 - verwijswoorden
Welke zijn de juiste?
Slide 12 - Tekstslide
We maakten als huiswerk een oefening, ... de moeilijkste van allemaal was.
A
die
B
dit
C
dat
D
wat
Slide 13 - Quizvraag
De gemeenteraad heeft in ... laatste vergadering de raadsleden bedankt voor ... diensten.
A
zijn, haar
B
zijn, hun
C
haar, zijn
D
haar, hun
Slide 14 - Quizvraag
De directeur is iemand ... je altijd kan vertrouwen.
A
waarop
B
op wie
Slide 15 - Quizvraag
... hebben mijn auto gewassen, dus heb ik ... wat geld gegeven.
A
Ze, ze
B
Ze, hun
C
Hen, hun
D
Hun, hen
Slide 16 - Quizvraag
Hoewel het fruit net op de schaal lag, vond ik ... er maar bedorven uitzien.
A
hem
B
haar
C
hen
D
het
Slide 17 - Quizvraag
Ronde 3 - fouten verbeteren
Vul alleen in wat het moet worden:
Vraag: Het formulier die daar lag, was al ingevuld.
Antwoord: die=dat
Slide 18 - Tekstslide
De politie kwam met zwaailicht en sirene op zijn bestemming.
Slide 19 - Open vraag
De leidraad voor het opnemen van gesprekken van de KNMG moet artsen geruststellen en geeft hen advies over hoe ze met de nieuwe situatie om moeten gaan.
Slide 20 - Open vraag
Helaas liet het Nederlands elftal het na om in de tweede helft niet meer te scoren.
Slide 21 - Open vraag
Boven Antwerpen daalde het vliegtuig snel naar beneden, om via Rotterdam en Utrecht naar de luchthaven van Amsterdam te vliegen.