D-toets

Bekijk het filmpje en maak daarna de sleepvragen over de regelmatige werkwoorden  -[ar], -[er], -[ir].
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Bekijk het filmpje en maak daarna de sleepvragen over de regelmatige werkwoorden  -[ar], -[er], -[ir].

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Sleep het antwoord naar de juiste plek!
3.  ................ escucho música en mi habitación.
1. ..............hablas con amigos en el salón.
2. ..............camina por el parque.
5. .............................trabajamos en el hotel.
4. ................cantáis muy bien.
6. .........................cantan en la ducha.
Yo
Tú y Carlos
Nosotros
Pedro
Ellos

Slide 3 - Sleepvraag

Sleep de -AR werkwoorden naar de juiste plek.
3.  Yo...................perfectamente el inglés.
1. Tú...............la salsa y el flamenco.
2. Pedro.............música española en su dormitorio.
5. Nosotros..................bien.
4. Carlos y tú .............por el parque.
6. Juan y María .......................en la escuela.
hablo
bailas
escucha
camináis
cantamos
estudian

Slide 4 - Sleepvraag

Sleep de -ER werkwoorden naar de juiste plek.
3.  Yo................un libro en el salón.
1. Tú.............paella.
2. Pedro.............en la cocina.
5. Nosotros..................un café y un refresco.
4. Carlos y tú............holandés.
6. Juan y María .......................francés.
leo
comes
come
aprendéis
bebemos
aprenden

Slide 5 - Sleepvraag

Sleep de -IR werkwoorden naar de juiste plek.
3.  Yo................un correo electrónico.
1. Tú.............la puerta.
2. Pedro.............en Barcelona.
5. Nosotros..................en Helmond.
4. Carlos y tú............en el salón.
6. Juan y María......un Whatsapp a sus amigos.
escribo
abres
vive
discutís
vivimos
escriben

Slide 6 - Sleepvraag

Maak de volgende opdracht in je schrift. Ben je klaar? Klik dan op het envelopje om de antwoorden na te kijken. 

Slide 7 - Tekstslide

Maak de vragen en kijk jezelf na
  1. trabajan
  2. escribe
  3. abren
  4. bebemos
  5. vivo
  6. discutís
  7. estudias
  8. come
1) Ellas _________________________________ (trabajar) en España.
2) Nélida _______________________________ (escribir) una carta.
3) Carla y Penélope nunca ______________ (abrir) la puerta.
4) Juan y yo _________________________ (beber) agua mineral..
5) Yo ______________________________________(vivir) España.
6) Tú y ella siempre _______________________(discutir) .
7) Tú ________ (estudiar) en la biblioteca.
8) Ella _________ (comer) paella.

Slide 8 - Tekstslide

Plaatsbepalingen
Schrijf op waar de voorwerpen/personen zich bevinden. 





José
Carmen
José está enfrente de Carmen

Slide 9 - Tekstslide

¿Dónde está la manzana?
<-- caja

Slide 10 - Open vraag

¿Dónde está la pelota?

Slide 11 - Open vraag

¿Dónde está el oso?

Slide 12 - Open vraag

¿Dónde está el perro?
klik hier
de kraan = el grifo

Slide 13 - Open vraag

¿Dónde está el perro?
klik hier
de kraan = el grifo

Slide 14 - Open vraag

¿Dónde está el elefante?

Slide 15 - Open vraag

¿Dónde está el gato?
klik hier
de doos = la caja

Slide 16 - Open vraag

¿Dónde está el perro?

Slide 17 - Open vraag

¿Dónde está el póster?

Slide 18 - Open vraag

El verbo estar

Vul de juiste vorm in van het 
werkwoord estar.

Slide 19 - Tekstslide

¿Dónde __________ María y Pablo?

Slide 20 - Open vraag

Yo____________ en el instituto.

Slide 21 - Open vraag

¿La farmacia __________ por aquí?

Slide 22 - Open vraag

Máma, ¿dónde _________ mis libros?

Slide 23 - Open vraag

La cama __________ al lado del armario.

Slide 24 - Open vraag

- ¿Cómo ________? * Muy bien, ¿y tú?

Slide 25 - Open vraag

Maak de vragen over de vervoersmiddelen.

Slide 26 - Tekstslide


Paco va al trabajo_____
Maak de zinnen af met de ontbrekende woorden.

Slide 27 - Open vraag


Vamos al colegio______
Maak de zinnen af met de ontbrekende woorden.

Slide 28 - Open vraag


Vamos a Ibiza______
Maak de zinnen af met de ontbrekende woorden.

Slide 29 - Open vraag


Carlos siempre va______ al trabajo.
Maak de zinnen af met de ontbrekende woorden.

Slide 30 - Open vraag


No podemos viajar_____
Maak de zinnen af met de ontbrekende woorden.

Slide 31 - Open vraag


¿Vais _____ a Barcelona?
Maak de zinnen af met de ontbrekende woorden.

Slide 32 - Open vraag


Mañana voy_____ a Amsterdam.
Maak de zinnen af met de ontbrekende woorden.

Slide 33 - Open vraag

Vul de vragen in over de voorzetsels [a], [de] & [en].

Slide 34 - Tekstslide


Vamos al centro ________ metro.
Vul het juiste voorzetsel in: a / en/ de

Slide 35 - Open vraag


Adiós mamá, voy ______ casa de Pepe.
Vul het juiste voorzetsel in: a / en/ de

Slide 36 - Open vraag


¿Cómo vamos? ______ taxi?
Vul het juiste voorzetsel in: a / en/ de

Slide 37 - Open vraag


Soy ______ Sevilla.
Vul het juiste voorzetsel in: a / en/ de

Slide 38 - Open vraag


¿Vas ______ la fiesta de Paula?
Vul het juiste voorzetsel in: a / en/ de

Slide 39 - Open vraag

Vertaal de volgende woorden naar het Spaans.

Slide 40 - Tekstslide


de plattegrond

Slide 41 - Open vraag

het platteland

Slide 42 - Open vraag

de ingang

Slide 43 - Open vraag

de boom

Slide 44 - Open vraag

de beer

Slide 45 - Open vraag

Vertaal de volgende woorden naar het Nederlands.

Slide 46 - Tekstslide

la guía

Slide 47 - Open vraag

de madera

Slide 48 - Open vraag

el pájaro

Slide 49 - Open vraag

la primera vez

Slide 50 - Open vraag

la cantimplora

Slide 51 - Open vraag