stofeigenschappen en dichtheid

stofeigenschappen

  • Ik weet wat er voor verschillende soorten stofeigenschappen zijn.
  • Ik kan met behulp van verschillende stofeigenschappen een scheidingsmethode kiezen om twee stoffen uit elkaar te halen.
  • Ik kan met de formule ρ=m/V  rekenen aan de dichtheid van een stof.
  • Ik kan aan de hand van de dichtheid bepalen of een stof zweeft, drijft of zinkt.






1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

stofeigenschappen

  • Ik weet wat er voor verschillende soorten stofeigenschappen zijn.
  • Ik kan met behulp van verschillende stofeigenschappen een scheidingsmethode kiezen om twee stoffen uit elkaar te halen.
  • Ik kan met de formule ρ=m/V  rekenen aan de dichtheid van een stof.
  • Ik kan aan de hand van de dichtheid bepalen of een stof zweeft, drijft of zinkt.






Slide 1 - Tekstslide

stofeigenschappen
Wat is een stofeigenschap?
Een stofeigenschap is een kenmerk van een stof. Aan de hand van stofeigenschappen kun je bepalen wat voor stof iets is.
Er zijn verschillende stofeigenschappen. 
Vaak is één eigenschap niet genoeg om te bepalen welke stof het is.
Wat voor stofeigenschappen zijn er?
Er zijn verschillende stofeigenschappen zoals, 
Kleur, Geur, Smaak, Smeltpunt, Kookpunt, Dichtheid. 
Er zijn nog meer stofeigenschappen maar dit zijn voor nu de belangerijkste.

Slide 2 - Tekstslide

Wat zijn de stofeigenschappen?
A
geur en massa
B
geur en brandbaarheid
C
geur en vorm

Slide 3 - Quizvraag

Wat zijn stofeigenschappen?
A
Kleur, geur, brandbaarheid, vierkant
B
Geur, kleur, brandbaarheid, smaak
C
Brandbaarheid, hardheid, rondheid
D
Hardheid, kleur, geur, doorzichtigheid

Slide 4 - Quizvraag

Een stofeigenschap
Géén stofeigenschap
Kleur
Geur
Massa
Smaak
Hardheid
Dichtheid
Volume
Vorm

Slide 5 - Sleepvraag

Met welke stofeigenschappen kun jij water van cola onderscheiden?

Slide 6 - Open vraag

Je kunt een stof herkennen aan bepaalde eigenschappen. Alleen niet elke eigenschap is een stofeigenschap.

Maak de zinnen kloppend.
In de supermarkt kun je suiker kopen. Een pak suiker weegt één kilo en smaakt zoet. Het gewicht van het pak suiker is .................... stofeigenschap en de zoete smaak is .................... stofeigenschap.
geen
wel een

Slide 7 - Sleepvraag

Zijn onderstaande eigenschappen wel of geen stofeigenschap?
Stofeigenschap
Geen stofeigenschap
Smaak
Geur
Vloeibaar
Brandstof
Oplosbaarheid
Plastic

Slide 8 - Sleepvraag

Maak de zin kloppend.

........................................ is een stofeigenschap, omdat 

........................................ per eenheid van .........................................

altijd hetzelfde is.
volume
de massa
dichtheid

Slide 9 - Sleepvraag

Met welke stofeigenschappen kan je onderscheid maken tussen goud en zilver?

Slide 10 - Open vraag

stofeigenschap
geen stofeigenschap
volume
massa
dichtheid
smeltpunt
poeder
elastisch
goed oplosbaar in water
temperatuur
fase bij kamertemperatuur
kleur
geur

Slide 11 - Sleepvraag

Dichtheid
Wat is dichtheid?
Dichtheid is hoeveel iets weegt voor hoe groot iets is. 
een kilo lood en een kilo veren zijn allebij een kilo, maar een kio veren is veel groter. 
Hoe bereken je de dichtheid?
De dichtheid bereken je door de massa (hoe zwaar iets is) te delen door het volume (hoe groot iets is). 
dichtheid=massa/volume
Je moet opletten dat je de massa in gram hebt, en het volume kubieke centimeter. 
Voorbeeld
Een stuk hout met een volume van 40 cm3.
Het stuk hout heeft een massa van 25 gram.
Dichtheid = massa / volume
dichtheid = 25 / 40 = 0,625 g/cm3

Slide 12 - Tekstslide

drijven, zweven of zinken.
Drijven, zweven of zinken
Of een stof blijft zweven zinken of drijven is afhankelijk van de dichtheid.  Als iets een kleinere dichtheid heeft dan blijft het drijven op een grotere dichtheid. Op het moment dat een stof dezelfde dichtheid heeft zal deze zweven in de stof er omheen. En als een stof een grotere dichtheid heeft zal deze zinken,
Waarom hout drijft?
Het stuk hout van het vorige voorbeeld drijft op het water. 
Dat komt omdat de dichteid van water altijd 1 g/cm3 is. 
De dichtheid van het hout is 0,625 g/cm3.
De dichtheid van het hout is dus kleiner dan die van het water. 

Slide 13 - Tekstslide

Als de dichtheid van de vloeistof en het voorwerp gelijk zijn zal het
voorwerp ...

Als de dichtheid van de vloeistof kleiner is dan de dichtheid van het voorwerp zal het voorwerp ...

Als de dichtheid van de vloeistof groter is dan de dichtheid van het voorwerp zal het voorwerp ...

Zweven
Drijven
Zinken

Slide 14 - Sleepvraag

De sleepvraag gaat over een blokje dat je in een vloeistof laat zakken. Wat gebeurt er met het blokje?
De dichtheid is groter dan de vloeistof 
De dichtheid is gelijk aan de vloeistof 
De dichtheid is kleiner dan de vloeistof 
zinken 
drijven 
zweven 

Slide 15 - Sleepvraag

Sleep de  beschrijving naar het juiste woord
Drijven
Zweven
Zinken
De dichtheid van een voorwerp is kleiner dan de dichtheid van een vloeistof
De dichtheid van een voorwerp is groter dan de dichtheid van een vloeistof
De dichtheid van een voorwerp is even groot als de dichtheid van een vloeistof

Slide 16 - Sleepvraag

Wat is de formule om de dichtheid mee te bereken.
A
Dichtheid = volume / massa
B
Dichtheid = volume x massa
C
Dichtheid = massa / volume
D
Dichtheid = massa x volume

Slide 17 - Quizvraag

welke vloeistof heeft de ...
laagste dichtheid
hoogste dichtheid

Slide 18 - Sleepvraag

dichtheid  = 

Formule voor dichtheid:







Dezelfde formule in symbolen: 
   
                                                                
 
 

volume
massa
:
x
ρ = m x V
ρ = m : V
ρ = V : m
ρ = V x m

Slide 19 - Sleepvraag

Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Volume = 4.5 cm3
Dichtheid = 3 g/cm3
massa =
massa = dichtheid x volume
massa = 4.5 x.3
13.5 g
massa = dichtheid : volume
0.7 g
1.5 g
Massa = volume : dichtheid
Massa = 3 : 4.5
massa = 4.5 : 3

Slide 20 - Sleepvraag

Bereken de dichtheid en geef aan of het materiaal drijft zweeft of zinkt.
Een vis heeft een massa van 100 gram en een volume van 100 cm3.

Slide 21 - Open vraag

Bereken de dichtheid en geef aan of het materiaal drijft zweeft of zinkt.
Een olievlek heeft een massa van gram en een volume van 50 cm3.

Slide 22 - Open vraag

Bereken de dichtheid en geef aan of het materiaal drijft zweeft of zinkt.
Een plasticfles heeft een massa van 8 gram en een volume van 30 cm3.

Slide 23 - Open vraag

Bereken de dichtheid en geef aan of het materiaal drijft zweeft of zinkt in water.
Een steen heeft een massa van 800 gram en een volume van 50 cm3.

Slide 24 - Open vraag

Hoe ging de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 26 - Open vraag

Waar wil je nog extra aandacht aan besteden?

Slide 27 - Open vraag