Ergonomie en verplaatsingstechnieken

Ergonomie en verplaatsingstechnieken
Unit 6 module 4
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Ergonomie en verplaatsingstechnieken
Unit 6 module 4

Slide 1 - Tekstslide

Regels Arbowet
  • De werkgever moet het werk zo organiseren dat de veiligheid en de gezondheid van de werknemer niet in gevaar komen.
  • De inrichting van de arbeidsplaatsen, de werkmethoden en de gebruikte hulpmiddelen moeten zoveel mogelijk op ergonomisch verantwoorde wijze aan de werknemer zijn aangepast.
  • Onveilige situaties moeten zoveel mogelijk worden vermeden. Als een zekere mate van gevaar onvermijdelijk is, moet het gevaar zoveel mogelijk geminimaliseerd worden en moet de werknemer zich snel in veiligheid kunnen stellen.


Slide 2 - Tekstslide

Wat betekent ergonomisch werken?

Slide 3 - Woordweb

Oorzaken van overbelasting
Te veel kilo’s tillen. 
De cliënt niet genoeg laten meewerken. 
In een verkeerde houding werken of niet helemaal goed timen.


Slide 4 - Tekstslide

Arbowet
Sinds 1990 zijn richtlijnen opgesteld door de overheid
Werkgever is in eerste instantie verantwoordelijk
Werknemer heeft ook eigen verantwoording

Slide 5 - Tekstslide

Waarom heeft de medewerker zelf ook een verantwoording bij ergonomisch werken?

Slide 6 - Woordweb

Wat klopt niet in deze zin:
Het is niet verstandig om langer dan 1 minuut te werken met een gedraaide en/of meer dan 30 graden voor- en zijwaarts gedraaide romp
A
1 minuut moet 3 minuten zijn
B
30 graden moet 60 graden zijn
C
romp moet nek zijn
D
voor- en zijwaarts moet zijn voor of zijwaarts

Slide 7 - Quizvraag

Risicovolle factoren
  • chemische factoren (vloeistoffen, gassen, straling, dampen, stof);
  • microbiologische factoren (virussen, bacteriën, schimmels)
  • fysieke belasting (werkhouding, tillen, staan, zitten, reiken, duwen, trekken, repeterende bewegingen);
  • psychische belasting (agressie/intimidatie);
  • zintuiglijke belasting (kijken, zien, verlichting, daglicht, uitzicht, horen, luisteren, ruiken, voelen);
  • werktijden en rusttijden die niet in balans zijn.





Slide 8 - Tekstslide

Norm bij tillen
In de ideale omstandigheden is de norm 23 kilo

Slide 9 - Tekstslide

Belangrijke uitgangspunten bij tillen zonder hulpmiddel
  • Houd de last zo dicht mogelijk bij je lichaam.
  • Probeer de last bij het oppakken ervan op een hoogte van ongeveer 75 cm te houden.
  • Verplaats de last naar voren niet meer dan 25 cm.
  • Til bij voorkeur met beide handen.
  • Zorg voor goed kunnen tillen, niet gehinderd door obstakels, zoals nachtkastjes en deuren.
  • Draai je romp niet tijdens het tillen.





Slide 10 - Tekstslide

Noem een handeling waarbij statische belasting dreigt

Slide 11 - Woordweb

Noem een hulpmiddel welke je gebruikt om overbelasting te vorkomen

Slide 12 - Open vraag

Als je voorover, zijwaart of gedraaid werkt til je je eigen bovenlichaam. Hoeveel procent van je lichaamsgewicht is je bovenlichaam?
A
45 %
B
55%
C
65%
D
75%

Slide 13 - Quizvraag

Statische belasting is langer dan 1 a 4 minuten ononderbroken werken met?
A
gebogen romp of nek
B
zijwaard gebogen romp of nek
C
gedraaide romp of nek
D
gebogen knieën

Slide 14 - Quizvraag

Wat gebeurd er bij het langdurig aanspannen van de spieren.
A
De spieren worden opgerekt
B
De temperatuur loopt op
C
spieren knijpen eigen bloedvaten dicht
D
Het hart moet te hard werken

Slide 15 - Quizvraag

Noem een belangrijk uitgangspunt bij tillen zonder hulpmiddel

Slide 16 - Woordweb

Hoeveel druk wordt er uitgeoefend op je rug als je 30 graden voorovergebogen staat?
A
25 kilo
B
68 kilo
C
124 kilo
D
180 kilo

Slide 17 - Quizvraag





Hoe noem je dit hulpmiddel

Slide 18 - Woordweb

Wanneer is er de minste belasting
A
Verzorgen op een hoog laag bed
B
Verzorgen op een hoog laag douchestoel
C
Verzorgen op een hoog laag douchebrancard
D
Verzorgen aan de wastafel

Slide 19 - Quizvraag

Bij welke douchebrancard
is de minste belasting ?

Links of recht

Slide 20 - Open vraag

Wanneer ervaar je de minste statische belasting?
A
Met lage schouders werken
B
Van standbeen wisselen
C
Met gebogen knieën staan
D
Met je benen iets wijd staan

Slide 21 - Quizvraag

Wat is beter om te doen: Een bed iets te hoog zetten of een bed iets te laag zetten

Slide 22 - Woordweb

Ben je bekend met de ergo coach op jouw locatie?

Slide 23 - Woordweb

Fysieke belasting

Slide 24 - Tekstslide

Voorwaarden voor de actieve lift

Stafunctie 1 been
Rompbalans
Armfunctie
Begrip
Maat tilband

Slide 25 - Tekstslide

Passieve lift

Slide 26 - Tekstslide

Mobiliteitsklasse
op grond van de beperkingen en mogelijkheden van de cliënt om mee te werken aan bijvoorbeeld een transfer. Niet op ziektebeeld

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Slide 29 - Tekstslide