La ropa

¡Bienvenidos a la clase de español!
¿Qué día es hoy? 
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

¡Bienvenidos a la clase de español!
¿Qué día es hoy? 

Slide 1 - Tekstslide

¿Qué hacemos hoy?
  • ¿Qué hemos hecho? 


  • ¡A trabajar!


  • Fin de la clase








  • Objetivo 
  • ¿Cómo es...?
  • ¿Quién es quién?
  • ¿Cómo eres?
  • ¿Cómo estás?
  • Hablar por hablar
  • Evaluación 

Slide 2 - Tekstslide

¿Qué hemos hecho?
SO maken. ¿Klaar? Beschrijf het uiterlijk en karakter van je buurman of buurvrouw. Doe dit in je schrift. Gebruik woordenlijst 3, 4 , 5 , 6 & 7.

Slide 3 - Tekstslide

Objetivos para hoy...
Pág. 55 (LA)

Slide 4 - Tekstslide

¿Quién es quién?
Beschrijf het uiterlijk en karakter van je buurman of buurvrouw. Doe dit in je schrift. Gebruik woordenlijst 3, 4 , 5 , 6 & 7.

Slide 5 - Tekstslide

Palabra por palabra
Pág. 55 (LA) 

Slide 6 - Tekstslide

Los colores 
la corbata blanca
el vestido blanco
la camisa azul
el calcetín azul
la cazadora roja
el zapato rojo
  • blanco - wit
  • azul - blauw
  • rojo - rood
  • verde - groen
  • marrón - bruin
  • negro - zwart
  • amarillo - geel
  • naranja - orange
  • rosa - roze
  • violeta - violet
  • gris - grijs

Slide 7 - Tekstslide

Waar gebruiken we het werkwoord "llevar" voor?
Llevar betekent "dragen". Met dit werkwoord kun je onder andere de kleding van personen beschrijven.

Slide 8 - Tekstslide

Hoe gebruiken we het werkwoord llevar?
 
Pablo lleva una camiseta roja 
--> Pablo draagt een rood t-shirt.
Llevar betekent "dragen". Met dit werkwoord kun je onder andere de kleding van personen beschrijven.
Llevo un traje negro.
 --> Ik draag een zwart pak.
Nosotros  llevamos un jersey amarillo. 
--> Wij dragen een gele trui.

Slide 9 - Tekstslide

Wat is ook alweer de vervoeging van het werkwoord llevar?
(yo) llevo, (tú) llevas, (él..) lleva, (nosotros) llevamos, (vosotros) lleváis, (ellos..) llevan.

Slide 10 - Tekstslide


Yo_____(llevar) una camisa roja.

Slide 11 - Open vraag


Ricardo y tú_____(llevar) una corbata azul.

Slide 12 - Open vraag



Nélida y Penelope____(llevar) unas sandalias verdes.

Slide 13 - Open vraag


Tú____(llevar) unos vaqueros azules.

Slide 14 - Open vraag

Y tú, ¿qué llevas hoy?

Slide 15 - Open vraag

Y tú, ¿qué llevas?
Usa las palabras 8 y 9

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

¿Qué tal tu objetivo?
😒🙁😐🙂😃

Slide 18 - Poll

Wat ik nog moeilijk vind is...
Wat ik vandaag heb geleerd is...
Wat ik al goed kan is...
Wat ik met de lesstof kan doen is...
Mijn leerdoel van deze les was...




Slide 19 - Woordweb

Fin de la clase...



* ¿Qué salió bien?


* ¿Qué puede mejorar?


* ¿Próxima clase?

Slide 20 - Tekstslide