1. Een fietser rijdt met een snelheid van 54 km/u. Zet deze snelheid om naar
m/s.
2. Een trein rijdt met 108 km/u. Hoeveel m/s is dit?
3. Een autorit duurt 3,2 uur. Hoeveel minuten duurt de rit?
4. Een film duurt 2 uur en 15 minuten. Hoeveel minuten duurt de film in totaal?
5. Een voetbalwedstrijd duurt 90 minuten. Hoeveel seconden duurt de wedstrijd?
6. Een zwemmer zwemt 200 meter in 4 minuten en 20 seconden. Hoeveel seconden duurt dit in totaal?