pv tt

Persoonsvorm tegenwoordige tijd
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Persoonsvorm tegenwoordige tijd
Een werkwoord heeft verschillende vormen. Een daarvan is de persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt). Bij de spelling van die persoonsvorm ga je uit van de ik-vorm.

Zo vind je de ik-vorm:
De ik-vorm is het woord dat in de tegenwoordige tijd achter ik komt te staan.
kijken → kijk
dromen → droom
blijven → blijf
vinden → vind
zeggen → zeg
kiezen → kies

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Mijn zus ....(surfen) de hele avond rond op het internet.

Slide 6 - Open vraag

........(vinden) jij het heel erg dat Hanna niet op jouw appjes reageert?

Slide 7 - Open vraag

Een gazelle ........(grazen) gemiddeld 18 uren per dag.

Slide 8 - Open vraag

Joop ...... (verbazen) zich over de onverschillige houding van zijn vriend.

Slide 9 - Open vraag

Splitsbaar werkwoord
Het hele werkwoord wordt gesplitst in de zin. Alle twee deze delen vormen samen nog steeds het hele werkwoord.

Slide 10 - Tekstslide

Ik-vorm van: aanstellen

Slide 11 - Open vraag

Ik-vorm van: meedoen

Slide 12 - Open vraag

Zelfstandig werken
Cursus 7 Spelling
Paragraaf 8: persoonsvorm tegenwoordige tijd
--> Opdracht 1 t/m 6 (mag digitaal)

Slide 13 - Tekstslide