2AHA 10-3-25

2AHA 10-3-25
Startaufgabe:
Logo! Denke dir zu jedem Thema 2 Fragen aus:
- Sturm in Australien
- Transgender in den USA 
- Warum Vögel zwitschern
- 25 Jahre London Eye
- Seelöwen gerettet 

timer
4:00
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

2AHA 10-3-25
Startaufgabe:
Logo! Denke dir zu jedem Thema 2 Fragen aus:
- Sturm in Australien
- Transgender in den USA 
- Warum Vögel zwitschern
- 25 Jahre London Eye
- Seelöwen gerettet 

timer
4:00

Slide 1 - Tekstslide

Was wir heute machen:
- Startaufgabe
- Hausaufgaben kontrollieren
- Arbeitsblatt 
- Abschluss


Lernziele:
- Je kunt de regels voor de uitgangen van ein- en kein- toepassen.
- Je kent de bezittelijke voornaamwoorden.
- Je kunt vragen bij de onderwerpen van Logo bedenken en beantwoorden.




Slide 2 - Tekstslide

Hausaufgaben kontrollieren
A: 27/28/29

H: 24/25/27/28

Slide 3 - Tekstslide

Arbeitsblatt

Slide 4 - Tekstslide

Lernziel check
- Je kunt de regels voor de uitgangen van ein- en kein- toepassen.
- Je kent de bezittelijke voornaamwoorden.
- Je kunt vragen bij de onderwerpen van Logo bedenken en beantwoorden.

Slide 5 - Tekstslide

Bezittelijk voornaamwoord
mijn
A
sein(e)
B
mein(e)

Slide 6 - Quizvraag

Bezittelijke voornaamwoord
(mijn) ......... Zimmer
A
dein
B
meine
C
mein
D
meine

Slide 7 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
hun
A
sein(e)
B
unser(e)
C
euer(e)
D
ihr(e)

Slide 8 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
zijn (Bruder)
A
sein
B
ihr
C
mein
D
dein

Slide 9 - Quizvraag

BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

Dat is hun huis.
A
Das ist Ihr Haus.
B
Das ist ihr Haus.

Slide 10 - Quizvraag

Bezittelijke voornaamwoorden
(haar) ......... Schwester
A
ihr
B
ihre

Slide 11 - Quizvraag

Bezittelijke voornaamwoorden
(mijn) ......... Mutter
A
mein
B
meine

Slide 12 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
zijn
A
sein(e)
B
ihr(e)
C
mein(e)
D
dein(e)

Slide 13 - Quizvraag

Bezittelijke voornaamwoorden
(mijn) ......... Zimmer
A
mein
B
meine

Slide 14 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
vertaal: uw ______ Haus
A
Ihr
B
Ihre
C
eure
D
euer

Slide 15 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord
uw
A
Ihr-
B
ihr-
C
dein-
D
euer

Slide 16 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord
haar (Hund)
A
sein
B
ihr
C
mein
D
dein

Slide 17 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
haar
A
sein(e)
B
ihr(e)
C
mein(e)
D
dein(e)

Slide 18 - Quizvraag

Hoe ver ben ik met het bezittelijk voornaamwoord?
A
Ik snap alles.
B
Ik snap het een beetje.
C
Ik snap het niet.

Slide 19 - Quizvraag