Hoofdstuk 4 Taalverzorging

Hoofdstuk 4 Taalverzorging
bladzijde 258 
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 4 Taalverzorging
bladzijde 258 

Slide 1 - Tekstslide

Korte herhaling werkwoorden
- Nog even samen oefenen met werkwoorden ( herhaling ) 

- Nieuw: sterke en zwakke werkwoorden !

Slide 2 - Tekstslide

Werkwoorden
Een werkwoord vertelt wat iemand (of iets) doet.

Slide 3 - Tekstslide

Samen oefenen
1. Juf Marjolein valt iedere ochtend uit haar bed

2. De bakker drinkt elke dag tien bier

3. Jan en Piet lopen samen naar de maan 


Slide 4 - Tekstslide

Zoek de werkwoorden 
Heb je er wel eens over nagedacht hoe smerig mensen zijn? Of dieren? Vast niet ! Anders zou je nooit meer je mobieltje aanraken, op een toilet gaan zitten of naar een zwembad gaan. Of een ongewassen appel eten.....
Jij bestaat uit vocht, slijm, snot, bloed en ander smerig weefsel. Hoe smerig het ook is, veel mensen vinden het stiekem best interessant ..

Slide 5 - Tekstslide

Wat zijn werkwoorden? 
Sleep alle werkwoorden naar 'Werkwoord' .  De rest sleep je naar   'Geen werkwoord'.
Werkwoord
Geen werkwoord
huis
goede
verhuizen
heb
zijn
hond
tafel
bloempje
Kopje
rood
tent
bijzonder
denken
lopen
huilen
moeten
wil
geeft

Slide 6 - Sleepvraag

Sterk werkwoord
Kan veranderen 
(lopen/ liep)
Zwak werkwoord
Kan niet veranderen 
werken/ werkte 

Slide 7 - Tekstslide

Sterke en zwakke werkwoorden
1. Jan en Piet fietsen op de maan.       Sterk / Zwak 
2. Piet viel van zijn fiets .                         Sterk / Zwak 
3. Jan lacht hard om Piet                        Sterk / Zwak 

Slide 8 - Tekstslide

DRINKEN is een werkwoord
A
Dat klopt
B
Dat klopt niet

Slide 9 - Quizvraag

DRINKEN is sterk werkwoord

( drinken/ dronk )
A
Dat klopt niet
B
Dat klopt

Slide 10 - Quizvraag

BOVEN is een werkwoord
A
Dat klopt
B
Dat klopt niet

Slide 11 - Quizvraag

Zwemmen is een sterk werkwoord

Zwemmen/ zwom
A
Dat klopt
B
Dat klopt niet

Slide 12 - Quizvraag