Aan het einde van de les weet je wat de begrippen omtrek, oppervlakte en inhoud betekenen.
Aan het einde van de les kun je de omtrek berekenen.
Aan het einde van de les kun je de oppervlakte berekenen.
Aan het einde van de les kun je de inhoud berekenen.
Slide 2 - Tekstslide
Hoe groot een 2D figuur is kun je uitdrukken in de omtrek of de oppervlakte. In de namen zit de betekenis:
omtrek
oppervlakte
Slide 3 - Tekstslide
Omtrek
Omtrek is de lengte die er omheen zit.
Omtrek rechthoek = 2x lengte + 2x breedte
Omtrek vierkant = 4 x zijde
Omtrek figuur = alle zijden bij elkaar optellen
Slide 4 - Tekstslide
Reken uit...
Slide 5 - Tekstslide
Oppervlakte
Oppervlakte rechthoek of vierkant = Lengte x breedte
Oppervlakte driehoek = basis x hoogte : 2
Oppervlakte ruit = lengte x breedte : 2
Slide 6 - Tekstslide
Reken uit...
Ruud koopt tegels voor het terras in zijn tuin.
Hoeveel moet Ruud betalen voor de pakken terrastegels?
Slide 7 - Tekstslide
Inhoud
Een inhoud geeft aan hoe vaak een standaard eenheid in een figuur past.
Het is alsof je een ruimtelijk figuur met blokjes vult.
De inhoudsmaat is 'kubieke'.
Slide 8 - Tekstslide
Inhoud
Eenheden voor inhoud schrijf je met cm3.
Voor twee van die eenheden wordt ook een andere naam gebruikt:
Slide 9 - Tekstslide
Reken uit...
Jordan vult de kiepbak tot 5 cm onder de rand met grond. De wanden en de bodem van de kiepbak zijn even dik. De bovenkant is open. Een kubieke meter grond weegt 1,6 ton.