In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 20 min
Onderdelen in deze les
Herhaling vorige week
Slide 1 - Tekstslide
Nivea biedt producten aan in verschillende categorieën, zoals gezichtscrème, deodorant en zonnebrandcrème, allemaal onder dezelfde merknaam. Wat voor merk is dit?
A
individueel merk
B
global merk
C
paraplumerk
D
b-merk
Slide 2 - Quizvraag
Een fabrikant introduceert een nieuw product en geeft het een unieke merknaam die losstaat van andere producten in het assortiment. Hoe wordt dit type merk genoemd?
A
individueel merk
B
global merk
C
paraplumerk
D
corporate merk
Slide 3 - Quizvraag
Een supermarkt verkoopt zowel Coca-Cola als haar eigen frisdrankmerk. De frisdrank van de supermarkt is vaak goedkoper en minder bekend. Hoe wordt dit type merk genoemd?
A
A-merk
B
B-merk
C
C-merk
D
Fabrikantenmerk
Slide 4 - Quizvraag
Een supermarkt verkoopt producten met eenvoudige, witte verpakkingen zonder merknaam, zoals suiker en pasta. Welk type merk is dit?
A
private label
B
eigen merk
C
huismerk
D
wit merk
Slide 5 - Quizvraag
Wat is het doel van een corporate merk?
A
De reputatie van het bedrijf versterken en één duidelijke merkidentiteit creëren
B
De productcategorieën uitbreiden
C
Iedere productcategorie draagt een andere merkstrategie uit
D
Draait om het gebruiken van één fabrikant voor meerdere merken
Slide 6 - Quizvraag
line extension
brand extension
co-branding
Slide 7 - Sleepvraag
Albert Heijn introduceert binnen zijn bestaande productlijn van koekjes een nieuwe smaakvariant. Wat is dit een voorbeeld van?
A
Brand extension
B
Co-branding
C
line stretching
D
Line filling
Slide 8 - Quizvraag
Het gebruiken van een bestaande merknaam voor nieuwe productcategorieën heet...
A
Line stretching
B
Brand extension
C
Line filling
D
Co-branding
Slide 9 - Quizvraag
Samsung, dat bekend staat om zijn smartphones, introduceert nu ook koelkasten en wasmachines onder dezelfde merknaam. Welke merkstrategie is dit?
A
line filling
B
brand extension
C
co-branding
D
line stretching
Slide 10 - Quizvraag
Toetsterm 6.1 & 6.2
Slide 11 - Tekstslide
Wat moet je eerst doen bij het opstellen van een plan?
A
Interne analyse
B
Implementatie
C
Probleemstelling formuleren
D
Strategische keuzes maken
Slide 12 - Quizvraag
In Eindhoven werken bloemenwinkels steeds meer samen. Hierdoor kopen zij steeds vaker rechtstreeks in bij de kwekers.
Van welke beweging in de bedrijfskolom is hier sprake?
A
Integratie
B
Differentiatie
C
Parallellisatie
D
Specialisatie
Slide 13 - Quizvraag
Hoe heet het als een bedrijf zijn assortiment uitbreidt met andere productgroepen?
A
differentiatie
B
integratie
C
parallellisatie
D
specialisatie
Slide 14 - Quizvraag
Welke fase komt voor de implementatie?
A
Strategische opties beschrijven
B
Probleemstelling formuleren
C
Evaluatie
D
Opstellen operationeel plan
Slide 15 - Quizvraag
Van welke beweging in de bedrijfskolom is sprake als fabrikanten direct gaan leveren aan consumenten?
A
Integratie
B
Differentiatie
C
Parallellisatie
D
Specialisatie
Slide 16 - Quizvraag
Wat is de eerste stap in het marketingplanningsproces?
A
Implementatie
B
Evaluatie
C
Probleemstelling formuleren
D
SWOT-analyse
Slide 17 - Quizvraag
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Stap 6
Stap 7
Stap 8
Probleemstelling formuleren
Situatieanalyse
Strategische opties
Strategische keuzes
implementatie
Evaluatie
Opstellen operationeel plan
SWOT-analyse
Slide 18 - Sleepvraag
De wijn en notenhandelaar besluit alleen nog wijn te gaan verkopen. Van welke beweging is hier sprake?
A
parallellisatie
B
specialisatie
C
integratie
D
differentiatie
Slide 19 - Quizvraag
Een horecagroothandel, besluit meerdere delicatessenzaken te openen, waar men rechtstreeks aan consumenten gaat leveren. Hoe wordt deze beweging in de bedrijfskolom ook wel genoemd?
A
Differentiatie
B
Integratie
C
Parallellisatie
D
Specialisatie
Slide 20 - Quizvraag
In welke fase van de productlevenscyclus zijn de productiekosten per product het hoogst?
A
In de volwassenheidsfase
B
In de groeifase
C
In de introductiefase
D
In de verzadigingsfase
Slide 21 - Quizvraag
Jan gaat naast produceren, ook kaas verkopen
een activiteit in de bedrijfskolom afstoten
focus op een beperkter assortiment
Action begint steeds meer op een supermarkt te lijken
assortiment verbreden
integratie
differentiatie
specialisatie
parallellisatie
branchevervaging
Slide 22 - Sleepvraag
In welke fase van de productlevenscyclus is de concurrentie het grootst?
A
Groeifase
B
Introductiefase
C
Neergangsfase
D
Verzadigingsfase
Slide 23 - Quizvraag
De autodealer besluit de autowerkplaats af te stoten. Van welke beweging is hier sprake?
A
parallellisatie
B
specialisatie
C
integratie
D
differentiatie
Slide 24 - Quizvraag
Deze toiletborstel is nieuw op de markt. In welke fase zit dit product?
A
introductiefase
B
groeifase
C
volwassenheidsfase
D
verzadigingsfase
Slide 25 - Quizvraag
Een winkel die alleen meubels verkoopt, gaat nu ook vloerbedekking en lampen aanbieden. Van welke beweging in de bedrijfstak is hier sprake?