4.6 Veiligheid en diagnostische toets

4.6 Veiligheid en diagnostische toets


Waar komt dit water vandaan?   3.1 soorten water
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NaskMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

4.6 Veiligheid en diagnostische toets


Waar komt dit water vandaan?   3.1 soorten water

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we deze les doen?
Herhalen les 4.5 Vermogen en energie

Leerdoelen van deze les;  

Introductie, instructie en controle vragen over de les;

Vragen maken die horen bij de les => diagnostische toets 

Slide 2 - Tekstslide

In de afbeelding zie je het typeplaatje van een frituurpan.
Wat is het vermogen van de frituurpan?
A
220 V
B
230 V
C
1260 W

Slide 3 - Quizvraag

Het vermogen van een apparaat is...
A
de hoeveelheid energie die dat apparaat elke minuut verbruikt.
B
de hoeveelheid energie die dat apparaat elke seconde verbruikt.

Slide 4 - Quizvraag

Een boormachine heeft een vermogen van 650 W.

Hoe groot is het vermogen van de boormachine in kW?

kW- hW- daW- W- dW- cW- mW
A
65
B
0,065
C
0,65
D
6,5

Slide 5 - Quizvraag

leerdoelen:
4.6.1 Je kunt beschrijven hoe je de stroomsterkte meet.
4.6.2 Je kunt uitleggen wat overbelasting is en wat het gevolg van overbelasting is.
4.6.3 Je kunt uitleggen wat kortsluiting is en wat het gevolg van kortsluiting is.
4.6.4 Je kunt uitleggen wat een groep is in een elektrische installatie in een woonhuis.
4.6.5 Je kunt uitleggen hoe een smeltveiligheid werkt.
4.6.6 Je kunt uitleggen hoe een installatie-automaat werkt.


Introductie
Elektriciteit kan gevaarlijk zijn. Daarom moet je een elektrische installatie goed beveiligen. En je moet elektrische apparaten altijd op de goede manier gebruiken.


Slide 6 - Tekstslide

Leerdoelen
4.6.1 Je kunt beschrijven hoe je de stroomsterkte meet.
STROOM

In het snoer van een stofzuiger zitten twee draden (afbeelding 1). Eén draad (bruin) gaat van het stopcontact naar de motor van de stofzuiger. De tweede draad (blauw) gaat van de stofzuiger terug naar het stopcontact. Nu is er een stroomkring.Met de schakelaar van de stofzuiger sluit je de stroomkring. De stofzuiger gaat aan. Door de draden gaat stroom lopen. Je kunt de stroom meten met een stroommeter. De stroomsterkte geef je aan in ampère. Als je de stofzuiger inschakelt, gaat er een stroom lopen van ongeveer 4 ampère. Je mag 4 ampère afkorten met 4 A.

Slide 7 - Tekstslide

Kamil is elektromonteur. Hij wil in een huis meten hoe groot de stroomsterkte door enkele leidingen is.

Met welk apparaat kan hij de stroomsterkte meten?
A
stroommeter
B
stroomzoeker

Slide 8 - Quizvraag

Leerdoelen
4.6.1 Je kunt beschrijven hoe je de stroomsterkte meet.
STROOM
Vanuit de meterkast gaan twee draden naar een kamer in huis (afbeelding 2). In deze kamer zijn drie stopcontacten.
• Je sluit een stofzuiger aan, waardoor er een stroom gaat lopen van 4 ampère.
• Je sluit een föhn aan, waardoor er een stroom gaat lopen van 2 ampère.
• Je sluit een koffiezetapparaat aan, waardoor er een stroom gaat lopen van 5 ampère.

Van de meterkast naar de kamer loopt nu een stroom van 4 + 2 + 5 = 11 ampère.
 



Slide 9 - Tekstslide

Leerdoelen
4.6.1 Je kunt beschrijven hoe je de stroomsterkte meet.
Maak opdracht 1 t/m 

Slide 10 - Tekstslide

Leerdoelen
4.6.2 Je kunt uitleggen wat overbelasting is en wat het gevolg van overbelasting is.
OVERBELASTING

Een apparaat waar elektrische stroom doorheen loopt, wordt warm. Ook de draden worden warm. Een beetje warmte is niet erg. Maar als je te veel apparaten aansluit, wordt de stroom te groot. Dat noem je overbelasting. De draden worden heel erg warm. Daardoor kan brand ontstaan. Bij overbelasting schakelt een veiligheid in de meterkast de elektrische stroom uit.

Slide 11 - Tekstslide

Leerdoelen
4.6.3 Je kunt uitleggen wat kortsluiting is en wat het gevolg van kortsluiting is.
KORTSLUITING

De draden in een apparaat kunnen los gaan en daardoor tegen elkaar komen. Ook kan de isolatie van de draden kapotgaan, zodat de koperdraden elkaar raken. De plus en de min raken elkaar dan rechtstreeks. Dit noem je kortsluiting (afbeelding 6). Bij kortsluiting wordt de stroom meteen héél erg groot. Kortsluiting is erg gevaarlijk. Als de stroom niet op tijd wordt uitgeschakeld, kan er brand ontstaan.
Opdracht 1 t/m 5

Slide 12 - Tekstslide

Als er overbelasting is, dan schakelt een veiligheid in de meterkast de elektriciteit .......

A
in
B
uit

Slide 13 - Quizvraag

leerdoelen:
4.6.4 Je kunt uitleggen wat een groep is in een elektrische installatie in een woonhuis.
GROEPEN
De elektrische installatie in een woonhuis is verdeeld in groepen.
Elke groep geeft stroom aan een deel van het huis, bijvoorbeeld de keuken, de badkamer of de huiskamer. Elke groep is beveiligd tegen te grote stroom. In een woonhuis worden meestal smeltveiligheden van 16 ampère gebruikt. Alle groepen zijn parallel geschakeld. Dus als één groep wordt uitgeschakeld, blijven de andere groepen gewoon werken.

Slide 14 - Tekstslide

leerdoelen:
4.6.5 Je kunt uitleggen hoe een smeltveiligheid werkt.
DE SMELTVEILIGHEID

In meterkasten zit in elke groep een zekering. In oude meterkasten is dit vaak een smeltveiligheid. In afbeelding 7 zie je de binnenkant van een smeltveiligheid.

Slide 15 - Tekstslide

Leerdoelen
4.6.3 Je kunt uitleggen wat kortsluiting is en wat het gevolg van kortsluiting is.
Smeltveiligheid

In de smeltveiligheid zit een draadje: de smeltdraad. Alle stroom van de groep gaat door dit draadje. Bij overbelasting of kortsluiting wordt het draadje zo warm dat het smelt. De stroomkring wordt onderbroken. De spanning op de groep is uitgeschakeld.
Op de achterkant van een smeltveiligheid zit een dopje. Dit dopje noem je een verklikker. Als de smeltdraad doorsmelt, dan gaat ook het draadje van de verklikker stuk. Het veertje duwt de verklikker van zijn plaats. Zo kun je aan de buitenkant zien welke smeltveiligheid kapot is. Je kunt nu het probleem zoeken en oplossen. Bijvoorbeeld minder apparaten tegelijk aanzetten. Of bij een apparaat dat kortsluiting maakt de stekker uit het stopcontact halen.


Slide 16 - Tekstslide

Leerdoelen
4.6.3 Je kunt uitleggen wat kortsluiting is en wat het gevolg van kortsluiting is.
Smeltveiligheid

Daarna moet je de smeltveiligheid vervangen. Dat doe je zo:
1 Draai de houder van de kapotte smeltveiligheid los (afbeelding 8).
2 Doe een nieuwe smeltveiligheid in de houder (afbeelding 9).
3 Draai hem daarna weer op zijn plaats (afbeelding 10).


Slide 17 - Tekstslide

Leerdoelen
4.6.3 Je kunt uitleggen wat kortsluiting is en wat het gevolg van kortsluiting is.

Slide 18 - Tekstslide

Op de achterkant van een smeltveiligheid zit een dopje. Dit dopje noem je een...
A
stopper
B
dopje
C
verklikker

Slide 19 - Quizvraag

Leerdoelen
4.6.6 Je kunt uitleggen hoe een installatie-automaat werkt.

INSTALLATIE-AUTOMAAT
In moderne meterkasten zijn de groepen beveiligd met installatie-automaten (afbeelding 12). Dit is een schakelaar die reageert op warmte. Hoe groter de stroom, hoe warmer de schakelaar wordt. Wordt de stroom te groot, dan gaat de schakelaar vanzelf om. De stroomkring van de groep wordt onderbroken. Je kunt nu het probleem zoeken en oplossen. Daarna kun je de schakelaar van de installatie-automaat weer inschakelen.

Slide 20 - Tekstslide

Hoe groter de stroom, hoe warmer de schakelaar wordt. Wordt de stroom te groot, dan gaat de schakelaar vanzelf...
A
omlaag
B
omhoog

Slide 21 - Quizvraag

Onthouden:

Slide 22 - Tekstslide

Aan het werk! NOVA
Wat? 4.6 Veiligheid en diagnostische toets
Opdracht 1 t/m 9
En de afsluiting (diagnostische toets)
Waar? In Magister naar leermiddelen Nova Nask. 
Hoe? Als het bord op rood staat werk je alleen en in stilte.
Als het bord op groen staat mag je fluisterend overleggen met je buurman. 
Heb je vragen? Steek je hand op en ik kom bij je. 
Klaar? Maak test jezelf!

timer
1:00

Slide 23 - Tekstslide

maken:

Slide 24 - Tekstslide


Schrijf drie dingen op die je deze les hebt geleerd.
Dit is een open vraag.

Slide 25 - Open vraag


Stel een vraag over iets wat je 
nog niet zo goed hebt begrepen.
Dit is een open vraag.

Slide 26 - Open vraag