Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
Woordvolgorde NT2
Oefenen met woordvolgorde
1 / 23
volgende
Slide 1:
Tekstslide
NT2
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 1
In deze les zitten
23 slides
, met
interactieve quizzen
,
tekstslides
en
1 video
.
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Oefenen met woordvolgorde
Slide 1 - Tekstslide
Standaardzin
Ik ga
naar school
Ik ga vanmiddag naar de supermarkt
Ik ga naar de supermarkt
Ik =onderwerp
ga=werkwoord
naar school=rest
Slide 2 - Tekstslide
Zin met inversie (=omkering)
Morgen
ga ik
naar school
1. Morgen
2. ga=werkwoord
3. ik=onderwerp
4. naar school=rest
Slide 3 - Tekstslide
Vraagzin die begint met werkwoord
gaan
Ga ik
morgen naar werk?
Ga jij morgen naar werk?
Gaat hij/zij morgen naar werk
Gaan jullie, wij zij, morgen naar werk?
ga jij morgen naar de supermarkt?
wat, wie, waar, waarom, hoe, wanneer
Slide 4 - Tekstslide
Vraagzin die begint met vraagwoord
Waarom doe jij dat? Omdat ik dat leuk vind.
wat wie waar wanneer hoe waarom?
Slide 5 - Tekstslide
Zinnen met twee werkwoorden
Ik
wil
morgen naar werk
gaan
.
Ik ben gisteren naar de supermarkt geweest
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Video
Nu jij!
Slide 8 - Tekstslide
1.tijd - 2.manier - 3.plaats
Ik ga
morgen
(=tijd)
op de fiets
(=manier)
naar werk
(=plaats).
Jij loopt morgen naar de supermarkt
Zij gaat morgen met de auto naar de dierentuin
Slide 9 - Tekstslide
Zet in de goede volgorde:
heb – drie weken geleden(ago) – Ik – gekocht – een paar schoenen
Slide 10 - Open vraag
Zet in de goede volgorde:
teruggegaan – naar de winkel – de volgende dag – Ik – ben
Slide 11 - Open vraag
Zet in de goede volgorde:
nu – Ik – moet – lopen – met – twee verschillende schoenen
Slide 12 - Open vraag
Zet in de goede volgorde:
nu – Ik – moet – lopen – met – twee verschillende schoenen
Slide 13 - Open vraag
Zet de zin in de juiste volgorde
Er zijn twee mogelijkheden!
ik- bijhouden- dit tempo-niet-kan
A
Ik kan niet bijhouden dit tempo.
B
Dit tempo kan ik bijhouden niet.
C
Dit tempo kan ik niet bijhouden.
D
Ik kan dit tempo niet bijhouden.
Slide 14 - Quizvraag
Zet de zin in de juiste volgorde, denk aan de vervoeging. Het is een vraagzin.
nadenken - je - over de vraag - wel- heb - goed- ?
A
Heb je over de vraag wel goed nagedacht?
B
Heb je over de vraag wel goed nagedenkt?
C
Heb je wel nagedacht goed over de vraag?
D
Heb je goed wel nagedenkt over de vraag?
Slide 15 - Quizvraag
Wat is de juiste woord-volgorde?
A
Tijd, manier, plaats
B
Tijd, plaats, manier
C
Plaats, tijd, manier
D
Plaats, manier, tijd
Slide 16 - Quizvraag
___________ mogen we niet praten in de les? Omdat je dan niet goed kunt opletten.
A
Waar
B
Wanneer
C
Waarom
D
Omdat
Slide 17 - Quizvraag
Zet de woorden in de juiste volgorde (vraagzin)
?- gemaakt- zij - geen huiswerk - waarom - heeft
A
Waarom zij heeft geen huiswerk gemaakt?
B
Zij heeft geen huiswerk gemaakt waarom?
C
Waarom heeft zij geen huiswerk gemaakt?
D
Waarom zij geen huiswerk heeft gemaakt?
Slide 18 - Quizvraag
Zet de woorden in de juiste volgorde:
geweest- Achmed en Fatima- drie weken-naar Spanje- met vakantie- zijn
Ik was gisteren naar de bioscoop
Achmed en Fatima waren drie weken met vakantie naar Spanje
A
Drie weken Achmed en Fatima zijn met vakantie geweest naar Spanje.
B
Achmed en Fatima zijn drie weken met vakantie geweest naar Spanje.
C
Achmed en Fatima zijn naar Spanje geweest drie weken met vakantie.
D
Achmed en Fatima zijn drie weken met vakantie naar Spanje geweest.
Slide 19 - Quizvraag
Zet de woorden in de juiste volgorde
Er zijn twee antwoorden goed!
zijn- bij de dokter-om elf uur-ik- moet
A
Om elf uur ik moet zijn bij de dokter.
B
Om elf uur moet ik bij de dokter zijn.
C
Ik moet zijn om elf uur bij de dokter.
D
Ik moet om elf uur bij de dokter zijn.
Slide 20 - Quizvraag
Zet de woorden in de juiste volgorde (vraagzin)
in Amsterdam-wel eens-je-geweest-ben-?
A
Ben je wel eens in Amsterdam geweest?
B
Ben je wel eens geweest in Amsterdam?
C
Ben je in Amsterdam geweest wel eens?
D
In Amsterdam ben je wel eens geweest?
Slide 21 - Quizvraag
Zet de woorden in de juiste volgorde
stil-de voetbalwedstrijd- vanwege-is- op straat- het
A
Op straat vanwege de voetbalwedstrijd het is stil.
B
Het is stil op straat vanwege de voetbalwedstrijd.
C
Vanwege de voetbalwedstrijd is het op straat stil.
D
Op straat het is stil vanwege de voetbalwedstrijd.
Slide 22 - Quizvraag
Zet de woorden in de juiste volgorde
Het is een vraagzin.
herhalen-ik-waarom-elke keer-moet-dat-?
A
Ik moet dat elke keer herhalen waarom?
B
Waarom moet ik herhalen elke keer dat?
C
Waarom ik moet dat elke keer herhalen?
D
Waarom moet ik dat herhalen elke keer?
Slide 23 - Quizvraag
Meer lessen zoals deze
Woordvolgorde NT2
January 2024
- Les met
24 slides
NT2
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 1
Woordvolgorde NT2
January 2025
- Les met
24 slides
NT2
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 1
Woordvolgorde NT2
March 2023
- Les met
24 slides
NT2
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 1
Woordvolgorde NT2
February 2025
- Les met
24 slides
NT2
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 1
Woordvolgorde NT2
February 2025
- Les met
24 slides
NT2
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 1
woordvolgorde_1
November 2022
- Les met
13 slides
NT2
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 1
NT2 8 februari 2022, Woordvolgorde
November 2022
- Les met
13 slides
NT2
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 1
Inversie
October 2023
- Les met
29 slides
Nederlands
Hoger onderwijs