Agressie in de zorg

Agressie in de zorg
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
DoelgroepenMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Agressie in de zorg

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Met welke vorm van agressie
heb jij de meeste moeite?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Vormen agressie
1. Expressieve agressie - boosheid uiten op situatie/organisatie (niet per se gericht op een persoon)
2. Frustratie agressie - als frustratie niet adequaat wordt opgepakt en is vaak uit emotie (verminderde controle). Vaak een opeenstapeling. Ongericht.
3. Instrumentele agressie - agressie om een doel te bereiken, bewuste actie, denk aan bedreigingen (intimiderend en dwingend). Gericht, om je zin te krijgen.
4. Onbeheerste agressie - onvoorspelbaar en agressief gedrag, realiteitszin ontbreekt (moeilijk te beïnvloeden)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Andere indeling: 5 bronnen van agressie

  • Frustratieagressie: vanuit angst of machteloosheid; 
  • Instrumentele agressie: als strategie om doel te bereiken; 
  • Verzet tegen autoriteit: vanuit machtsverhoudingen tussen professional en cliënt; 
  • Als gevolg van psychische stoornissen, bijvoorbeeld PTSS, autisme, verslaving, persoonlijkheidsstoornis; 
  • Als gevolg van ziektes, bijvoorbeeld stofwisselingsziekte (schildklier, diabetes), dementie, NAH of pijn.


Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Roept weerstand op bij zorgvrager, agressie

  •  De ander proberen te overtuigen 
  • Haast en tijdgebrek 
  • De expertrol nemen 
  • Je eigen perspectief voorop plaatsen Diagnosticeren (etiketjes plakken) 
  • Kritiek uiten 
  • Schuld en schaamte oproepen


Roept weerstand op bij zorgverlener

  • Argumenteren, jou overtuigen 
  • Ontkennen en bagatelliseren 
  • In de rede vallen 
  • Negeren, niet luisteren, afdwalen


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





Hoe voorkom je het?

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij het voorkomen van agressie is het uitgangspunt dat je iemand met respect behandelt.

hiërarchische verhouding voorkomen

  


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aandachtspunten
  • Zorg ervoor dat je zorgvrager zich gehoord voelt, wat niet hetzelfde is als de ander gelijk geven;
  • Laat ook blijken dat je de wens of grens van de ander respecteert, als dat mogelijk is uiteraard; Bij irritaties vraag je vriendelijk naar de redenen daarvan;
  • Heel erg belangrijk is dat je je fouten ruiterlijk toegeeft en je excuses aanbiedt;
  • Verder helpt het dat je patiënten zoveel mogelijk de regie geeft: tempo behalen, behoefte volgen.

‘Wat zou je graag willen?’ of: ‘Wat wil je met dit gedrag bereiken? Zo maak je me bang en wil ik niet meewerken.’


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cirkel van verandering

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overdracht en tegenoverdracht spelen altijd in het contact tussen zorgverlener en zorgvrager
Beide kunnen problematisch zijn. 

Negatieve overdracht komt het vaakst voor. Er is dan sprake van onbegrepen, negatief en vaak agressief gedrag van de zorgvrager tegen de zorgverlener. 

Bij positieve overdracht zet de zorgvrager de zorgverlener als het ware op een voetstuk. Hierin meegaan is verleidelijk maar kan riskant zijn, omdat je dan de zorgvrager gaat ‘redden’.


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4 basisreacties op agressie
Geen van deze zijn heel effectieve reacties. Ze worden vooral ingegeven door je primitieve brein en je levenservaringen.


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe reageren?
Wat helpt bij een dreigende escalatie is vertragen van je primaire reacties en goed reguleren van je ademhaling.

Slaan de irritaties om in verbale of fysieke agressie? Dan wordt het tijd om je grenzen goed aan te geven. Benoem wat de consequenties zijn als iemand doorgaat. (time-out)

Wordt het persoonlijk: STOP-methode
Het is belangrijk om te weten dat dit weliswaar werkt bij frustratieagressie, maar niet bij instrumentele agressie. Het werkt ook minder bij agressie die het gevolg is van ziektes of beperkingen, waarbij de patiënt in (sterk) verminderde mate controle heeft over zijn gedrag.

Instrumentale agressie: confronteren en begrenzen.




 


Slide 15 - Tekstslide

Bij verbale agressie stel je duidelijk dat je zo niet aangesproken wilt worden, maar wel bereid bent om te luisteren. Gaat iemand toch door, herhaal dan de boodschap en zeg dat je het gesprek wilt beëindigen, tenzij de persoon alsnog rustig wordt. Bij lichamelijke agressie geef je aan dat je zo niet langer in gesprek bent. En dat een time out nodig is. Als dat voorstel ook geen effect heeft geef dan aan dat je er iemand bijhaalt of achteraf aangifte doet.
Lees meer: https://www.zorgvoorbeter.nl/kennisbundel-verward-in-de-wijk/agressie
STOP-principe
Stoom afblazen
Tot de orde roepen
Opnieuw beginnen
Passen bij herhaling


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Richtlijnen voor de aanpak van frustratieagressie


  • Zet in op kalmeren: benoem wat je onder het gedrag ziet en voelt 
  • Vat het niet persoonlijk op: hou je eigen emoties onder controle 
  • Laat de ander in zijn waarde 
  • Reageer zo snel mogelijk 
  • Laat stoom afblazen, laat uitrazen 
  • Maak contact door actief te luisteren 
  • Vraag naar feiten 
  • Positieve lichaamstaal 
  • Excuses voor fouten 
  • Sturen: Ik kan niet, maar ik kan of wil wel…


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Richtlijnen voor aanpak instrumentele agressie
  • Zet in op confronteren 
  • Beschrijf en confronteer met gedrag 
  • Meeveren om spanning te reguleren 
  • Grijp zo snel mogelijk in 
  • Hou je eigen emoties onder controle 
  • Congruente lichaamstaal 
  • Maak duidelijk dat dit gedrag voor jou ongewenst is door het gebruik van ik-boodschappen (ik voel… ) 
  • Tot de orde roepen 
  • Voor de keuze stellen 
  • Herhalen; geef niet te snel op 
  • Hulp inroepen


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Richting
Ik; slachtofferschap
Jullie; regels
Jij; bedreigend

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afraders zijn
  • Ontkennen dat er een probleem is 
  • Ontkennen dat er fouten zijn gemaakt 
  • Niet reageren, zwijgen 
  • Zelf boos worden of schelden 
  • De ander de schuld geven


Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontstaan van escalaties
  • het primitieve brein, dit is actief als we steeds meer onder druk komen te staan en als ons iets ergs overkomt; 
  • de neocortex, dit is actief als we weloverwogen of gepland handelen.



In het escalatieproces schuiven we van weloverwogen handelen, via geprikkeld/waakzaam en boos/bang naar razend/paniek. 
In dat proces neemt onze hartslag toe, de bloeddruk gaat omhoog, we krijgen een hogere en snellere ademhaling en er komen stresshormonen vrij. 
Vanaf een bepaald punt hebben we onze reacties en ons gedrag niet meer onder controle.


Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Wetgeving
  • Agressie en geweld zijn in de Arbowet opgenomen bij ‘psychosociale arbeidsbelasting’. Werkgevers zijn op grond van deze wet verplicht om een beleid te voeren dat erop gericht is om deze vorm van arbeidsbelasting te voorkomen of te beperken.
  • Verplichting werkgevers om risico’s in kaart te brengen in een Risico-inventarisatie en -evaluatie.
  • Vervolgens Plan van Aanpak: maatregelen opnemen ter voorkoming van agressie op de werkvloer. Voorlichting aan personeel over de risico’s en de maatregelen die het bedrijf heeft getroffen. De werkgever dient al deze acties aantoonbaar uit te voeren.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Ook het Burgerlijk Wetboek beschermt de werknemer impliciet tegen agressie. Op grond van artikel 7:658 heeft de werkgever een zorgplicht voor de veiligheid van de werkomgeving.
  •  Als een werknemer slachtoffer wordt op grond van zijn godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele geaardheid of burgerlijke staat, dan wordt hij ook beschermd door de Algemene wet gelijke behandeling. Werknemers kunnen in dit geval ook een klacht indienen bij het College voor de Rechten van de Mens.
  • Fysiek geweld valt ook onder het Wetboek van Strafrecht, want dit is een strafbaar feit. Als je betrokken bent bij fysiek geweld is het noodzakelijk zijn om hier aangifte van te doen bij de politie.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies