Toets voorkennis havo 3

Toets voorkennis havo 4
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Toets voorkennis havo 4

Slide 1 - Tekstslide

Los op.
5(x - 3) = 7x + 8
A
-11,5
B
1,9
C
-0,6
D
22

Slide 2 - Quizvraag

Bereken de coördinaten van het snijpunt S van de lijnen
l : y = 0,4x + 1
m : y = -1,2x + 3
A
S(5, -3)
B
S(5, -4)
C
S(1,25; 1,5)
D
S(1,25; 0,5)

Slide 3 - Quizvraag

Los op.
2 + 3(x - 5)> -(x - 2)
A
x > 3,75
B
x < 3,75
C
x <9,5
D
x > 9,5

Slide 4 - Quizvraag

Gegeven is f(x) = 0,4x - 2. Het punt B gaat door punt B met x = 10. Geef y.
A
-2
B
2
C
6
D
-6

Slide 5 - Quizvraag

Bereken de x-coördinaat van de top van de grafiek van
f(x)=x2+2x+10
A
x = 1
B
x = 2
C
x = 3
D
x = 4

Slide 6 - Quizvraag

Ontbind in factoren

x29x+14
A
(x + 14)(x - 9)
B
(x - 15)(x + 2)
C
(x + 2)(x + 3)
D
(x - 2)(x - 9)

Slide 7 - Quizvraag

Los op.
(x + 10)(x - 2)
A
x = 10 en x = 5
B
x = -10 en x = 2
C
x = -5 en x = -2
D
x = 1 en x = -1

Slide 8 - Quizvraag

Herleid.
2(5 - x)(4x + 3) - 2x
A
4x2+35x+15
B
8x2+32x+30
C
x2+3x2
D
5x2+15x5

Slide 9 - Quizvraag

Herleid.

4a3
A
43a
B
4a3
C
34a
D
3a4

Slide 10 - Quizvraag

Herleid.
2a25a5+3a44a3
A
10a712a12
B
2a2
C
2a7
D
10a2+12a7

Slide 11 - Quizvraag

Herleid.
20
A
2
B
210
C
510
D
25

Slide 12 - Quizvraag

Herleid.
1257
A
542
B
1257
C
52
D
57

Slide 13 - Quizvraag

Wat is de richtingscoëfficient?
3x - 2y = 20
A
-3
B
1,5
C
-10
D
20

Slide 14 - Quizvraag

Van driehoek PQR is QR=10 en PQ=5 en hoek P is een rechte hoek.
Bereken hoek Q.
A
60 graden
B
30 graden
C
26,6 graden
D
1,0 graad

Slide 15 - Quizvraag

In Oeganda hebben ze op 1 januari 2018 39,6 miljoen inwoners. Dit aantal wordt jaarlijks met 1,033 vermenigvuldigd. Stel de formule op van het aantal inwoner N van Oeganda met t de tijd in jaren en t=0 op 1 januari 2018.
A
N=1,033t+39,6
B
N=39,6t2+1,033
C
N=39,6+1,033t
D
N=39,61,033t

Slide 16 - Quizvraag

In 1995 waren er 101990 voertuigen in Nederland. In 2002 waren dit er 120482. Geef met interpoleren een schattig van het aantal voertuigen in 2000.
A
115197
B
135201
C
105450
D
125550

Slide 17 - Quizvraag

In 1995 waren er 101990 voertuigen in Nederland. In 2002 waren dit er 120482. Geef met interpoleren een schattig van het aantal voertuigen in 2000.
A
5tan(42)
B
cos(5)5
C
5cos(42)
D
tan(42)5

Slide 18 - Quizvraag