Les 20 september bedrijvend en lijdend

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
Lezen voor de fictietoets
Bedrijvende en lijdende zinnen

Slide 2 - Tekstslide

Lezen
timer
20:00

Slide 3 - Tekstslide

Toets (10%)
Vrijdag 4 oktober 3e uur
Stof uit hoofdstuk 2 en 3 (zie SOM).

Slide 4 - Tekstslide

Lesdoelen
Ik kan NG en WG van elkaar onderscheiden.
Ik kan verschillende soorten werkwoorden herkennen in een zin.
Ik kan verschillende voornaamwoorden onderscheiden.
Ik kan bedrijvende zinnen lijdend maken en andersom

Slide 5 - Tekstslide

Huiswerk vandaag
3.3 B
Verder: volg je eigen route.

Slide 6 - Tekstslide

ontleedvolgorde
Onderstreep de persoonsvorm
Hak de zin in stukken.
En dan ontleden in de volgende volgorde:
1.pv (persoonsvorm)
2.ow (onderwerp)
3.wg of ng (werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde)
4.lv (lijdend voorwerp)
5.mv (meewerkend voorwerp)
6. bijwoordelijke bepaling

Slide 7 - Tekstslide

Jara /laat/ de hond /uit.


Wat is het onderwerp? Jara

Jara doet iets-> ze laat de hond uit


Als het ONDERWERP de handeling verricht van het WG noem je de zin BEDRIJVEND of ACTIEF.

Slide 8 - Tekstslide

De hond/ wordt/ door Jara/ uitgelaten.

Het onderwerp ondergaat de handeling (het uitlaten).

Als het ONDERWERP de handeling ondergaat, noemen we de zin LIJDEND of PASSIEF.

Slide 9 - Tekstslide

Omzetten bedrijvend ->lijdend
  • Het lijdend voorwerp wordt onderwerp.
  • Het onderwerp wordt een bijwoordelijke bepaling die begint met door.
  • In het gezegde komt een vorm van het hulpwerkwoord worden  of zijn te staan.

Slide 10 - Tekstslide

Wat is het nut?
1. Afwisseling

2. De persoon/ het iets dat iets ondergaat staat meer centraal.
Hij slaat de hond. De hond wordt geslagen door hem.

3. Het kan onduidelijk blijven wie de handeling uitvoert. Dat kan passend zijn. Of spannend.
Voorbeeld: de hond wordt geslagen (Maar door wie? Dat kun je weglaten)

Slide 11 - Tekstslide

oefenen...

De man koopt de computer.


De computer wordt door de man gekocht. 

Slide 12 - Tekstslide

De man zal de computer kopen. 
De computer zal door de man gekocht worden.


De man zou de computer gekocht hebben. 
De computer zou door de man gekocht zijn. 

Slide 13 - Tekstslide

Omzetten lijdend->bedrijvend
  • De 'doorbepaling' wordt het onderwerp.
  • Het onderwerp wordt LV.
  • Haal uit het gezegde de vorm van 'worden' weg.


Slide 14 - Tekstslide

Aan het werk
Maken: 3.2 B
Klaar? Maak een keuze uit extra oefeningen in paragraaf 3.1 t/m 3.3. Je mag ook teruggaan naar hoofdstuk 2. Oefen wat jij nu nodig hebt om de stof te begrijpen.

Verlengde instructie nodig? Bij het bord wordt nog een keer uitleg gegeven over de stof.


Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide