To be going to

To be going to 
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

To be going to 

Slide 1 - Tekstslide

BK boek pagina 129: theorie + opdracht 4, 5, 6 
TO BE GOING TO
Wanneer?
In de toekomst EN het is gepland/ je weet het zeker

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TO BE GOING TO
Hoe?
Bevestigend
to be (am/is/are) + going to + hele ww
I am going to visit my friends this weekend.
Ontkennend
to be (am/is/are) + not + going to + hele ww
She is not going to buy a new dress.
Vragend
to be (am/is/are) + pers.vnw. + going to + hele ww
Are we going to play soccer?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

To be going to (+)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

To be going to (-)

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

To be going to (?)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

to be going to gebruik je:
A
Om te praten over wat je doet.
B
Om te praten over wat je gaat doen.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin met to be going to is goed?
A
He is go visit his grandma next Tuesday.
B
He is go to visit his grandma next Tuesday.
C
He is going to visit his grandma next Tuesday.
D
He is going to visiting his grandma next Tuesday.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin met to be going to is juist?
A
She am going to sing later today.
B
They are go to play the piano tomorrow
C
He is going to visit his grandma next Tuesday.
D
We are going to driving to school later today.

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin met to be going to is juist?
A
We are going to play a song.
B
He's go to work at home.
C
I am going school tomorrow.

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I_______ (to be going to) watch TV.
A
am going to
B
is going to
C
are going to

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I____fix it today
A
is going not to
B
is going to not
C
am not going to
D
am to not going

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

They ____ drive home.
A
am going to
B
is going to
C
are going to

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gebruik: to be going to
Look! He _______________ fall!

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Look at the picture. Write what you're going to do.

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Look at the picture. Write what you're going to do.

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan zinnen maken met to be + going to + hele werkwoord.
A
helemaal niet
B
een beetje
C
voldoende
D
goed

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies