In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
4.1 - Leenheren
en leenmannen
Slide 1 - Tekstslide
Planning
Het Frankische Rijk
Het bestuur van het Frankische Rijk
Het leenstelsel
Quiz/zelfstandig werken
Afsluiting
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoelen
Je kunt uitleggen hoe Karel de Grote een machtig koning en keizer werd over een groot rijk.
Je kunt uitleggen op welke manier Karel zijn rijk bestuurde.
Slide 3 - Tekstslide
De Middeleeuwen
De tijd na het Romeinse Rijk (Oudheid) en vóór de Nieuwe Tijd.
Het ligt in het midden van die twee perioden: tussenperiode.
Ongeveer tussen 500 en 1500
Vroege Middeleeuwen: 500-1000
Late Middeleeuwen: 1000-1500
Slide 4 - Tekstslide
Tijd van Grieken en Romeinen
(500 v. Chr. - 500 n. Chr.)
Tijd van Monniken en Ridders
(500-1000)
(Vroege Middeleeuwen)
Tijd van Steden en Staten
(1000-1500)
(Late Middeleeuwen)
1492: Columbus 'ontdekt' Amerika
(Einde van de Middeleeuwen)
⚓️
476: Val van het West-Romeinse Rijk
(Begin van de Middeleeuwen)
🔥
Tijd van Ontdekkers en Hervormers
(1500-1600)
Tijd van Regenten en Vorsten
(1600-1700)
Tijd van Pruiken en Revoluties
(1700-1800)
Slide 5 - Tekstslide
Het Frankische Rijk
DeFrankenwaren een Germaans volk die in Zuid-Nederland en België leefden. Later werd hun rijk uitgebreid naar het huidige Frankrijk.
De bekendste keizer was Karel de Grote. Hij wasdoor de paus tot keizer gekroond. Karel had de paus namelijk geholpen om terug te keren naar Rome.
Leerdoel 1
Slide 6 - Tekstslide
Leerdoel 1
Slide 7 - Tekstslide
Het bestuur
Sinds het uiteenvallen van het Romeinse Rijk was het erg onveilig in Europa.Wegen waren onbegaanbaar en er waren veel (struik)rovers.
Karel de Grote kon niet het hele rijk vanuit één plek besturen, dus reisdeKarel de Grote rond en bouwde verschillende paleizen.
Zo liet hij zijn gezag en overwicht zien.
Leerdoel 2
Slide 8 - Tekstslide
Het belangrijkste paleis stond in Aken.
Maar ook als je rondreist kan je niet zelf het hele rijk besturen.
Dus kreeg Karelhulp van hertogen en graven. Zij waren benoemd om een gebied te besturen.
Leerdoel 2
Slide 9 - Tekstslide
Het bestuur: het leenstelsel
Als een hertog of graaf wordt benoemd, belooft hij de koning bij te staan met raad en daad. In ruil daarvoor zij een stuk grondin leen. Zij mochten dit namens de koning besturen, inkomsten uit halen, rechtspreken en zorgen voor orde en veiligheid. De hertogen en graven werden zijn leenmannen. De koning werd een leenheer.
Het leenstelsel heet ook wel: feodalisme
Leerdoel 2
Slide 10 - Tekstslide
De leenman
De leenheer:
Karel de Grote
Het leen (de grond) dat de leenman 'in leen' krijgt.
De vier plichten van een leenman:
Hij moest trouw zweren aan de koning;
Hij moest zijn gebied besturen en er recht-spreken;
Hij moest jaarlijks belasting aan de koning betalen;
Als er oorlog was in het Rijk, moest hij met zijn eigen soldaten meevechten in het leger van de koning.
De leenman zweert trouw aan zijn leenheer, Karel de Grote.
Slide 11 - Tekstslide
Wat is een goed voorbeeld van een leenstelsel?
A
De koning bestuurt zijn land helemaal in zijn eentje.
B
De koning heeft ministers die hem advies geven over het bestuur van zijn land.
C
De koning heeft niets te zeggen over het bestuur van zijn land.
D
De koning heeft zijn land in twintig stukken verdeeld. Ieder stuk wordt bestuurd door een vriend van hem.
Slide 12 - Quizvraag
Op deze afbeelding uit de dertiende eeuw belooft een leenman trouw aan Karel de Grote.
Is deze uitspraak goed of fout? De man helemaal links op de afbeelding is Karel de Grote.
A
Goed
B
Fout
Slide 13 - Quizvraag
Op deze afbeelding uit de dertiende eeuw belooft een leenman trouw aan Karel de Grote.
Is deze uitspraak goed of fout? De afbeelding gaat over de manier waarop Karel de Grote zijn land bestuurde
A
Goed
B
Fout
Slide 14 - Quizvraag
Aantekeningen
Karel de Grote bestuurde via het leenstelsel. De hertog of de graaf zweert trouw aan Karel de Grote (leenheer). De hertog of de graaf wordt nu een leenman. In ruil voor trouw krijgt de leenman een stuk grond in leen. Hij mag die grond besturen, er inkomsten uit halen en zorgen voor orde en veiligheid. In ruil daarvoor moet de leenman de leenheer bij staan met raad en daad: advies en het leveren van soldaten.
Slide 15 - Tekstslide
Zelfstandig werken
We lezen nu gezamenlijk het kopje "bestuur" door op pagina 57.
Dan ga je zelfstandig aan de slag met de opdracht 3. We gaan deze opdracht deze les bespreken.
Ben je klaar? Lees de paragraaf goed door en ga verder met opdracht 2, 4, 6, en 9.
Slide 16 - Tekstslide
Leerdoelen
Je kunt uitleggen hoe Karel de Grote een machtig koning en keizer werd over een groot rijk.
Je kunt uitleggen op welke manier Karel zijn rijk bestuurde.