THEATER MAKEN | LES 1 Van tekst naar spel

THEATER MAKEN | LES 1
Van tekst naar spel
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMBOMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3Studiejaar 1

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

THEATER MAKEN | LES 1
Van tekst naar spel

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPWARMER | NAMENBAL
Onze afspraken tijdens drama
1. Luister naar elkaar en praat er niet doorheen.
2. Ga voorzichtig om met elkaar en ons materiaal.
3. Blijf bij je groepje en werk samen aan de opdracht.
4. Heb respect voor elkaar.
5. Telefoon in je kluisje.

Heeft docent hand omhoog? = wees stil en luister naar de uitleg.

Slide 2 - Tekstslide

Bespreek kort de regels van drama.
Tijdens de vorige les heeft elke klas afspraken met elkaar gemaakt. Dit is een samenvatting van alle afspraken.
Wat gaan we doen?
  • Teksten lezen en ideeën opschrijven.
  • Groepjes maken voor de speltoets eind april.
  • Keuze maken voor een scène! 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Starten vanuit tekst
Veel theatervoorstellingen starten vanuit een tekst. Een toneelschrijver kan:
- een nieuw toneelstuk schrijven.
- een bestaand toneelstuk of boek bewerken.
- De tekst in samenwerking met de regisseur en de acteurs ontwikkelen.

Vaak worden theaterteksten van een toneelschrijver uit het verleden gebruikt, omdat hun werk nog altijd relevant is: Shakespeare


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tekst wordt speelbaar
Het hebben van tekst is één. Maar hoe ga je de tekst spelen? Er zijn oneindig veel opties!






Nederlandse vertaling:
Ik heb nooit gezegd dat zij mijn geld heeft gestolen.



I never said she stole my money

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tekst wordt speelbaar
Het hebben van tekst is één. Maar hoe ga je de tekst spelen? Er zijn oneindig veel opties!

Bedenk voor jezelf dus altijd het volgende:
- Wat zijn de spelgegevens? (3 W's)
- Wat willen de personages? (doelen + conflict)
- Waar gaat de scène over voor jou? Is er 1 thema of onderwerp waar de nadruk op ligt?

Bijv: Romeo en Julia - Shakespeare
Liefde overwint van haat





Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De speltoets (12 en 13 mei)
  • Je werkt in een drietal voor deze speltoets.
  • Je gaat werken vanuit een bestaande tekst.
  • Je hebt 3 opties voor het maken van jouw scène:
    1. De tekst houden zoals die is.
    2. De tekst een beetje aanpassen naar wens.
    3. De tekst gebruiken als inspiratie en zelf een scène schrijven (let op: kans dat je buiten de lessen door werkt)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samen lezen
Trui - Iris stam

Slide 8 - Tekstslide

Vallende ster - Rick Dros
Samen lezen
In toneelteksten kom je tegen:
- Hoe de scène en de personages heten.
- Beschrijvingen van de scène en/of personages: Neventekst.
- Personage namen en wat zij moeten zeggen in de scène.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Spelgegevens (5W's)
Dit moet duidelijk zijn voor de acteurs en het publiek om het verhaal goed te kunnen begrijpen:
  • WIE?
  • WAT?
  • WAAR?
  • WANNEER?
  • WAAROM?


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 1:
  • Schrijf de titel van de tekst op je papier.
  • Welke spelgegevens kan je uit de tekst halen?
    Schrijf de spelgegevens op.
Belangrijk om een verhaal te begrijpen, voor zowel de acteurs als het publiek:
5 W'S/spelgegevens:

WIE? Personages
WAT? Situatie
WAAR? Locatie
WANNEER? Dag en tijd
WAAROM? Doel (wat wil je?)


Soms zijn de spelgegevens niet duidelijk. TIP: Wat denk jij zelf na het lezen van de tekst?
timer
3:00

Slide 11 - Tekstslide

Tekst: Excuus
Conflict

Tussen personages is er (bijna) altijd sprake van een conflict:
dit hoeft niet een enorme ruzie te zijn maar kan ook een dilemma, misverstand, meningsverschil of probleem zijn...

Denk nog terug aan de vorige zin... wat is het conflict?

"I never said she stole my money"




Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 2: Spelgegevens / 5W's
Lees 4 nieuwe teksten en schrijf van elke tekst op:
  • Titel scène + de spelgegevens (5W's)
  • Verdeel de rollen en lees de tekst hardop

  • Ruil bij de docent je dialoog om voor een nieuwe tekst.
  • Alles gelezen? Schrijf als laatste op welke tekst je het liefst zou willen spelen en waarom? 




Waarom vind je het spannend, emotioneel, stoer, grappig?  Welke ideeën voor een scène heb je?
WIE? Personages
WAT? Situatie
WAAR? Locatie
WANNEER? Dag en tijd
WAAROM? Doel (wat wil je?)

Slide 13 - Tekstslide

Overige 3 teksten:
- Trek je dat aan?
- Dat moest er nog een bij komen ook
- Gezellig

Afronding les 1
  • Wat zijn de 5 spelgegevens? (Van 3 W's naar 5 W's)
  • De wie-wat-waar-wanneer-waarom van een scène (5W's)
  • Heeft de docent genoteerd met wie jij samenwerkt en welke tekst jullie gaan gebruiken voor je scène?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies