1TH révision unité 3

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Ik beheers het vocabulaire van unité 3.
Ik kan de werkwoorden op -er vervoegen.
Ik kan de ontkenning gebruiken.

Slide 2 - Tekstslide

VOCABULAIRE

Slide 3 - Tekstslide

Kies de juiste vertaling:
Je fais > les devoirs <.
A
het huiswerk
B
de computer

Slide 4 - Quizvraag

Kies de juiste vertaling:
> Vendredi < commence le week-end.
A
woensdag
B
vrijdag

Slide 5 - Quizvraag

Noteer de juiste vertaling:
> Aujourd'hui < je vais jouer de la guitare.

Slide 6 - Open vraag

Noteer de juiste vertaling:
L'exercice est très > difficile <.

Slide 7 - Open vraag

Kies de juiste vertaling:
> Tekenen < c'est ma passion
A
dessiner
B
jouer

Slide 8 - Quizvraag

Kies de juiste vertaling:
Je suis > slecht in < la biologie.
A
nul en
B
fort en

Slide 9 - Quizvraag

Noteer de juiste vertaling:
J'adore > Engels <.

Slide 10 - Open vraag

Noteer de juiste vertaling:
> De bioscoop < est proche.

Slide 11 - Open vraag

De werkwoorden op -er

Slide 12 - Tekstslide

Kies de juiste optie:
... avec Léa (ik dans).
A
je danse
B
je danses

Slide 13 - Quizvraag

Kies de juiste optie:
... un film (jij kijkt).
A
tu regardes
B
il regardes

Slide 14 - Quizvraag

Vul in (gebruik danser):
... le soir (wij dansen).

Slide 15 - Open vraag

Vul in (gebruik adorer):
... le français (zij is dol op).

Slide 16 - Open vraag

De ontkenning

Slide 17 - Tekstslide

Kies de optie waarin de ontkenning goed is gebruikt:
A
Ce ne est pas facile.
B
Ce n'est pas facile.

Slide 18 - Quizvraag

Kies de optie waarin de ontkenning goed is gebruikt:
A
Il habite ne à pas Paris.
B
Il n'habite pas à Paris.

Slide 19 - Quizvraag

Maak de zin ontkennend:
Tom et Léa sont amis.

Slide 20 - Open vraag

Maak de zin ontkennend:
Julie est au collège.

Slide 21 - Open vraag

Leerdoelen
Ik beheers het vocabulaire van unité 3.
Ik kan de werkwoorden op -er vervoegen.
Ik kan de ontkenning gebruiken.

Slide 22 - Tekstslide