Werkwoordspelling

Werkwoordspelling
persoonsvorm en voltooid deelwoord

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Werkwoordspelling
persoonsvorm en voltooid deelwoord

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
  • Je leert de spelling van werkwoorden die beginnen met ver-, ge-, be-, her als persoonsvorm en voltooid deelwoord.

Slide 2 - Tekstslide

UITLEG
Werkwoorden die beginnen met ver-, ge-, be-, of her-

                   vertellen - gebeuren - bepalen - herhalen 

Deze werkwoorden lijken in de persoonsvorm op een voltooid deelwoord, maar de spelling is verschillend.

Slide 3 - Tekstslide

Bekijk de voorbeelden
Hij vertelt een verhaal.  
Hij heeft een verhaal verteld

Er gebeurt hier nooit iets.  
Er is hier nooit iets gebeurd.

De manager bepaalt de regels. 
De manager heeft de regels bepaald.  

Deze week herhaalt de docent alle lesstof.  
Vorige week heeft de docent alle lesstof herhaald


Slide 4 - Tekstslide

Regel
Hij vertelt een verhaal. (pv tt: stam + -t)
Hij heeft een verhaal verteld. (vd: eindigd op -d )

Er gebeurt hier nooit iets.  (pv tt: stam + -t)
Er is hier nooit iets gebeurd. (vd: eindigd op -d)

De manager bepaalt de regels.  (pv tt: stam + -t)
De manager heeft de regels bepaald(vd: eindigd op -d)

Deze week herhaalt de docent alle lesstof.  (pv tt: stam + -t)
Vorige week heeft de docent alle lesstof herhaald. (vd: eindigd op -d)


Slide 5 - Tekstslide

LET OP!

Als de stam van het werkwoord eindigt op -t, -k, -f, -s, -ch, of -p ( 't kofschip)
dan is de laatste letter van het voltooid deelwoord ook een -t.

De timmerman bewerkt het hout.
De timmerman heeft het hout bewerkt.

Ivan gebruikt mijn laptop.
Ivan heeft mijn laptop gebruikt

Hoe zat het ook alweer met 't Kofschip???? Bekijk de volgende video met de uitleg!

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Oefenen
Je gaat nu een aantal vragen beantwoorden over werkwoorden die beginnen met ge-, ver-, be-, her-. 

Benoem bij iedere oefening eerst: gaat het om een persoonsvorm tt of een voltooid deelwoord?

Slide 8 - Tekstslide

Hij heeft zijn telefoon in zijn tas ......
A
bewaard
B
bewaart

Slide 9 - Quizvraag

Tijdens het bakken heeft Nina haar hand ......
A
verbrand
B
verbrandt

Slide 10 - Quizvraag

Michael ........... volgende week naar Eindhoven.
A
verhuisd
B
verhuist

Slide 11 - Quizvraag

Hij ............ zich steeds weer in de datum.
A
vergist zich: vd
B
vergist zich: pv

Slide 12 - Quizvraag

Jurre heeft tijdens de vakantie van alles ............
A
beleeft
B
beleefd

Slide 13 - Quizvraag

Wesley ............ de taart in acht stukken.
A
verdeeld
B
verdeelt

Slide 14 - Quizvraag

Heb jij die tekening zelf gemaakt?
A
gemaakt: pv
B
gemaakt: vd

Slide 15 - Quizvraag

Tijdens de stage heeft Simone 50 euro ...........
A
verdient
B
verdiend

Slide 16 - Quizvraag

Die oude man .............. al maanden zijn hond.
A
verwaarloosd
B
verwaarloost

Slide 17 - Quizvraag

Hij ........zijn oude vriend niet meer terug.
A
herkent
B
herkend

Slide 18 - Quizvraag

Evaluatie:
'Ik vind het lastig om de persoonsvorm in de zin te vinden.'
A
ja
B
nee

Slide 19 - Quizvraag

Evaluatie:
'Ik vind de spelling van het voltooid deelwoord (-d of -t) nog verwarrend.'
A
ja
B
nee

Slide 20 - Quizvraag