Woorden thema Sport

SPORT
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

SPORT

Slide 1 - Tekstslide

het park
Een grote tuin waar iedereen mag komen.

Meervoud:
de parken
Zin:
Ik loop in het park.

Slide 2 - Tekstslide

de grond
De bodem




Zin:
Het potlood ligt op de grond.

Slide 3 - Tekstslide

het gras
De groene plantjes waarmee bijv. een voetbalveld bedekt is.

Meervoud:
de grassen
Zin:
Wij liggen op het gras.

Slide 4 - Tekstslide

de natuur
Alles dat niet door mensen gemaakt is, zoals bomen, planten en dieren.


Zin:
Wij wandelen in de natuur.

Slide 5 - Tekstslide

sporten
Een sport beoefenen.




Zin:
Wij sporten buiten.

Slide 6 - Tekstslide

Ik
sport
Jij
sport                 (Sport jij?)
Hij/zij/het
sport
Wij
sporten
Jullie
sporten
Zij
sporten

Slide 7 - Tekstslide

houden van
Liefde voelen voor iemand of iets.


Zin:
De meisjes houden van dansen

Slide 8 - Tekstslide

Ik
houd van
Jij
houdt van  (Houd jij van?)
Hij/zij/het
houdt van
Wij
houden van
Jullie
houden van
Zij
houden van

Slide 9 - Tekstslide

wandelen
Lopen, vooral voor je plezier.




Zin:
Wij wandelen in het park.

Slide 10 - Tekstslide

Ik
wandel
Jij
wandelt       (Wandel jij?)
Hij/zij/het
wandelt
Wij
wandelen
Jullie
wandelen
Zij
wandelen

Slide 11 - Tekstslide