Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2
Test jezelf
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerkeerSpeciaal OnderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2
Test jezelf

Slide 1 - Tekstslide

Voor wie geldt de regel
‘Je moet voorrang geven aan verkeer van rechts’?
A
voor voetgangers
B
voor bestuurders en voetgangers
C
voor bestuurders

Slide 2 - Quizvraag

Er komt iemand aan. Wat nu?
Wat is waar als er op een kruispunt verkeer van links of rechts komt?
A
Er zijn voorrangsregels voor bestuurders
B
Er zijn voorrangsregels voor bestuurders en voetgangers

Slide 3 - Quizvraag

Welke zinnen horen bij elkaar?
Je komt bij een gewoon kruispunt
Je nadert haaientanden.
Je krijgt een ga-maar-voor-gebaar
je mag voorgaan
Je geeft bestuurders van rechts voorrang.
Je geeft bestuurders van links en rechts voorrang.

Slide 4 - Sleepvraag

Welk verkeer is met Eva op dezelfde weg.
A
Tim en auto 1
B
Tim en Isa
C
Isa en auto 2
D
Tim en auto 2

Slide 5 - Quizvraag

waar
niet
waar
Je moet bestuurders van links voorrang geven.
Je moet bestuurders van rechts voorrang geven.
Je moet voetgangers van links voorrang geven.
Je moet voetgangers van rechts voorrang geven.

Slide 6 - Sleepvraag

Je staat bij een uitrit van een woonerf
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Je moet iedereen voor laten gaan
A
waar
B
niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Je moet alleen voetgangers voor laten gaan
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

ik mag voorgaan
ik laat de auto van rechts voorgaan
ik laat beide auto's voorgaan
1
2
3

Slide 10 - Sleepvraag

Wie mag er voor?
A
voetganger
B
auto

Slide 11 - Quizvraag

Iemand komt uit een uitrit,
moet je die persoon voor laten gaan?
A
ja
B
nee

Slide 12 - Quizvraag