Afweersysteem

Afweer
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
AnatomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Afweer

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zit je erbij vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Je kunt uitleggen in welke drie verdedigingslinies het afweersysteem is opgebouwd en welke functies ze hebben.
Je kunt beschrijven op welke manieren je immuun kunt worden voor een ziekte
Je kunt beschrijven op welke vier manieren huid en slijmvliezen zich verdedigen tegen ziektekiemen.
Je kunt beschrijven hoe een ontstekingsreactie ontstaat, hoe je die herkent en wat de  functie is.
Je kunt uitleggen hoe de cellen van de niet-specifieke afweer ziektekiemen aanvallen.


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

lesdoelen
Je kunt uitleggen hoe de cellen van de specifieke afweer ziektekiemen aanvallen.
Je kunt uitleggen waar de zwezerik en de milt in je lichaam liggen en wat hun functies zijn.
Je kunt uitleggen waar de belangrijkste onderdelen van het
 lymfestelsel liggen, hoe ze zij n  opgebouwd en welke functies ze hebben.
Je kunt beschrijven op welke manieren je immuun kunt worden voor een ziekte

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afweer bestaat uit drie verdedigingslinies
1. Is de buitenkant van je lichaam, je huid en slijmvliezen vormen voor het overgrote deel van de ziektekiemen een onneembare barrière.
2. Bestaat uit witte bloedcellen (leukecyten), die komen in actie zodra ziektekiemen binnen dringen en in je inwendige lichaam terecht komen.
3. Bestaat uit lymfocyten, dit type witte bloedcel komt vooral voor in het lymfesysteem.

De drie belangrijke organen maken onderdeel uit van het afweersysteem

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1e linie: Externe niet specifieke afweer = 1e verdediging tegen infecties
  • De huid: talg, zweetklieren, goedaardige bacteriën (commensalen)
  • Spijsverteringsstelsel: maagzuur, darmflora
  • Luchtwegen: trilhaarcellen en slijmcellen
  • Ogen: traanvocht
  • Urinewegen: urine, lage ph
  • Vagina; het slijm is een beetje zuur, waar veel ziekteverwekkers niet tegen kunnen

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is bacterieflora

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bacterieflora
De eerste afweerlinie (=verdediging tegen infecties) zit vol goede bacteriën. Je lichaam zit er vol mee. 
Zo leven er colibacteriën in de dikke darm en bepaalde bacteriën in de vagina. 
Ook op de huid leven veel eigen bacteriën. 
De lichaamseigen bacteriën zijn onschadelijk. 
Ze zijn onmisbaar voor het goed functioneren van het lichaam.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is de huid moeilijk doorlaatbaar?
A
Het is dik en zwaar
B
Het is een afgesloten orgaan
C
Het bevat veel bloedvaten
D
Het is altijd vochtig

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat produceren talgklieren in de huid?
A
Water, voor hydratatie
B
Vitamines, voor huidgezondheid
C
Zweet, voor afkoeling
D
Talg, een vettige substantie

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afweer door huid en slijmvliezen
De huid is een afgesloten orgaan, waar ziektekiemen moeilijk doorheen komen.
De talgklieren in je huid produceren talg, een vettige substantie die zorgt dat je huid waterafstotend werkt en er minder snel ziektekiemen aanblijven hechten.

De bovenste laag van de huid bestaat uit verhoornde cellen, die voortdurend worden afgestoten.

Doordat de huid ook zweet produceert en dit zuur is vinden ziektekiemen dit minder aantrekkelijk om hier te groeien


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afweer open plaatsen huid
De huid is op meerdere plaatsen niet gesloten: ogen, mond, vagina, plasbuis. Hoe gaat de afweer van ziektekiemen op die plaatsen? 


plasbuis: urine spoelt de urinewegen gemiddeld elke drie tot vier uur schoon
In de maag worden ziektekiemen verjaagd door maagzuur,
De luchtwegen zijn bedenkt met trilhaar en een laagje slijm, hierdoor hebben ziektekiemen geen kans


Slide 12 - Tekstslide

ogen: traanvocht bevat bacteriedodende stoffen;
mond: speeksel bevat bacteriedodende stoffen;
vagina: de schede produceert een zure afscheiding waarin
De lymfocyt is een witte bloedcel. Deze komt vooral voor in het lymfestelsel van je lichaam; vandaar de naam lymfocyt
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fagocyten zijn een type witte bloedcel die een belangrijke rol spelen in het immuunsysteem. 

Hun belangrijkste functie is het opsporen, opnemen en vernietigen van ziekteverwekkers, zoals bacteriën en schimmels, evenals dode of beschadigde cellen.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2e linie: interne niet specifieke afweer
  • Leukocyten (monocyt, granulocyt, )
  • Ontsteking
  • Natural killercell





Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

3e verdedigingslinie
bestaat uit specifieke afweercellen. Dit zijn de B-lymfocyten en de T-lymfocyten.

Deze twee soorten lymfocyten hebben een geheugenfunctie. Na een eerste infectie zijn ze in staat om bij een volgende infectie de ziektekiem te herkennen. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3e linie: specifieke afweer
De B-lymfocyten worden vooral in beenmerg aangemaakt en produceren antistoffen. 
De T-lymfocyten ontwikkelen zich uit stamcellen die zich vooral in de zwezerik (thymus) bevinden. 

Zijn instaat om antigenen te herkennen

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De zwezerik is een orgaantje dat gelegen is tussen het borstbeen en de luchtpijp met een gewicht van ongeveer 35 gram. Het is vooral actief vanaf de geboorte tot aan de puberteit.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontstekingsreactie
Als ziektekiemen in lichaamsweefsel terecht komen, reageert je lichaam met een ontstekingsreactie

 Deze ontstekingsreactie is het begin van een hele reeks gebeurtenissen met als doel het uitschakelen van de ziektekiemen.

Een ontstekingsreactie is herkenbaar: zwelling, roodheid, warmte, pijn en een gestoorde functie

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het niet specifieke afweersysteem
De belangrijkste witte bloedcellen van de niet specifieke afweer zijn de granulocyten en macrofagen.

Granulocyten maken de ziektekiemen onschadelijk door ze op te nemen (fagocytose).

Macrofagen zijn groter dan granulocyten. Deze afweercellen nemen de resten van dode granulocyten

Ophoping van pus in het weefsel noem je een abces.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het specifieke afweersysteem en de zwezerik
Specifieke afweercellen zijn B-lymfocyten en T-lymfocyten.
B-lymfocyten worden vooral in beenmerg aangemaakt en produceren antistoffen
De T-lymfocyten ontwikkelen zich uit stamcellen die zich vooral in de Zwezerik (thymus) bevinden. Zij vallen de ziektekiemen aan.
De zwezerik is het orgaantje dat gelegen is tussen het borstbeen en de luchtpijp met een gewicht van ongeveer 35gram.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

lymfestelsel
Het lymfestelsel is een gesloten buizensysteem. Het bevat helder en kleurloze vloeistof; de lymfe.
Het lymfestelsel neemt het overtollige vocht op en geeft het na zuivering aan het bloed terug. In totaal bevindt zich 3,5 liter lymfe in het lymfestelsel.
De kleinste lymfevaten heten lymfehaarvaten

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lymfeknopen
In het verloop van het lymfesysteem liggen strategische plaatsen lymfeknopen.
In de spreektaal noemen we lymfeknopen ook wel de klieren.
De lymfeknopen werken als een filter van de lymfe en bevatten vele lymfocyten.
De lymfeknopen en lymfocyten komen in contact met ziektekiemen en worden gestimuleerd om antistoffen aan te maken.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Organen



Deze drie belangrijke organen maken onderdeel uit van het afweersysteem: 

het beenmerg, de milt en de zwezerik (thymus)
Zoek nu zelf op wat deze organen doen!

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Milt
De milt (Lien) ligt links in je buikholte onder je middenrif en achter je maag. De milt is boonvormig, twaalf bij zeven bij vijf centimeter groot en heeft een gewicht van 200 gram.
De milt is opgenomen in je bloedsomloop
Je kunt het orgaan beschouwen als een reuze lymfeknoop maar meer gelegen in de bloedbaan.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Functies van de milt
Wat zijn de functies van de milt?

Slide 27 - Tekstslide

Circulerende ziekte- kiemen worden uit het bloed verwijderd. Ziektekiemen en afvalstoffen stimuleren de afweercellen in de milt tot het aanmaken van antistoffen.
Oude rode bloedcellen wegvangen uit het bloed. De miltcellen breken de rode bloedcellen af, het ijzer uit deze bloedcellen gebruikt je lichaam
 opnieuw.
Filteren van het bloed. 
Bloedreservoir. Bij bloedverlies kan de milt zich samentrekken en bloed afgeven aan de bloedbaan
Verwerkingsopdracht + zelftoets maken
https://edition.thiememeulenhoff.nl/secure/next/arrangement/traject_3_af/resource/thip.ab629a8d-0c04-4578-9d18-04b7a157d357/exercises

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijn de lesdoelen behaald? 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgende week


Deel 2 van het afweersysteem (alle theorie lezen in Thieme)

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies