grammatica bij DISK regels en straf: moeten/mogen/ niet mogen

moeten/mogen/ niet mogen
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

moeten/mogen/ niet mogen

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
Aan het einde van de les:

- ken je de betekenis van ' moeten', ' mogen' en ' niet mogen'. 

- kun je 'moeten', ' mogen' en ' niet mogen'  correct in een zin gebruiken.

Slide 2 - Tekstslide

mogen/ niet mogen
Uit: zichtbaar Nederlands

Slide 3 - Tekstslide

de grammatica
Moeten en mogen zijn hulpwerkwoorden. 
Moeten en mogen geven een speciale betekenis aan de zin.

onderwerp + hulpwerkwoord + rest + hele werkwoord

Ik moet met mijn mentor praten.
Wij mogen niet in de gang rennen.

Slide 4 - Tekstslide

Maak een zin met:
moeten - ik

Slide 5 - Open vraag

Maak een zin met:
moeten - hij

Slide 6 - Open vraag

Maak een zin met:
moeten - jullie

Slide 7 - Open vraag

Maak een zin met:
mogen - ik

Slide 8 - Open vraag

moeten
Uit: zichtbaar Nederlands

Slide 9 - Tekstslide

Maak een zin met:
mogen - wij

Slide 10 - Open vraag

Maak een zin met:
mogen - niet - hij

Slide 11 - Open vraag


Ik ken de betekenis van
moeten - mogen - niet mogen.
010

Slide 12 - Poll


Ik kan de werkwoorden
moeten - mogen - niet mogen in een zin gebruiken.
010

Slide 13 - Poll

Opdracht in tweetallen
1. Lees de opdracht.

2. Kies het juiste antwoord en zet een kruisje.
(Je overlegt met elkaar en zet samen 1 kruisje.)

3. Ga daarna naar de volgende opdracht. ...

Slide 14 - Tekstslide