HV1A De verbanden in een tekst les 1 3/4

Welkom
- Leg je leesboek , je lesboeken, schrift, pen (of etui) op tafel
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Welkom
- Leg je leesboek , je lesboeken, schrift, pen (of etui) op tafel

Slide 1 - Tekstslide

10 minuten lezen

Slide 2 - Tekstslide

Energizer 3-minutenpauze
-  Armen strekken 
-  Schouders losmaken
- Nek rekken 
- Even los schudden




timer
3:00

Slide 3 - Tekstslide

De verbanden in een tekst les 1

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen
- Je weet van signaalwoorden zijn en wat de functie is van verbanden.
- Je kunt signaalwoorden en verbanden  in een tekst herkennen.
- Je kunt uitleggen wat de verbanden in een tekst zijn.
- Je kunt zelf verbanden leggen en deze toepassen in eigen teksten. 

Slide 5 - Tekstslide

Vandaag
- Pauze- strekken 3
- Opdrachten nakijken 5'
-  Instructie'
- Werken aan opdrachten



Slide 6 - Tekstslide

Huiswerk nakijken

- Opdrachten 8 en 9 blz. 64-65 van je oefenboek.
- Opdracht: structuur van een tekst
- Opdracht 3 en 4 blz. 66 van je oefenboek

Slide 7 - Tekstslide

Instructie blz. 52-53 van je handboek
Signaalwoord=twee zinnen verbinden/ verbanden in een tekst aangeven 
Voorbeeld: Ik ga naar school. Ik heb geen zin. Ik ga naar school, maar ik heb geen zin.
Maar= SIGNAALwoord  
Een signaal kan zijn let op er komt een reden.
Voorbeeld: Jan is boos, omdat hij niet naar buiten mag.
Omdat =signaalwoord
Het schema met signaalwoorden en verbanden staat op blz. 52 van je handboek).


Slide 8 - Tekstslide

Signaalwoord geeft een teken om de tekst beter te snappen!
Na een signaalwoord komt bijvoorbeeld:
- Opsomming (eerst, daarna uiteindelijk).
- Reden (omdat, daarom, want).
- Een conclusie (dus)
- Een tegenstelling (maar)
etc.
Voorbeeld: Jan is boos, omdat hij niet naar buiten mag.
Omdat =signaalwoord


Slide 9 - Tekstslide

Aan de slag
Wat? Maken opdracht 5, 6 en 7 blz. 67 van je oefenboek
Hoe ? Je mag overleggen met de klasgenoot die naast je zit.
Tijd? Tot het einde van de les (Klaar? Dan heb je geen huiswerk. Niet af? Dan  is huiswerk voor vrijdag 4 april 4e uur)
Klaar? Je mag huiswerk maken voor een ander vak.

Slide 10 - Tekstslide

Huiswerk vrijdag 4 april 4e uur
- Maken: opdracht 5, 6 en 7 blz. 67 van je oefenboek.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Waarvoor dient een inleiding ook weer?

Slide 14 - Open vraag

Welke informatie vind je in het middenstuk of de kern?

Slide 15 - Open vraag

Waarmee eindig je een tekst in het slot?

Slide 16 - Open vraag

1P 6 maart §4.2 structuur van een tekst

Slide 17 - Tekstslide