Werkzaamheden met haren

Werkzaamheden met haren
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Werkzaamheden met haren

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag voor onderwerpen behandelen? 
  • Hoe wassen we op de juiste manier haren bij de kapperswasbak, en welke technieken gebruiken we hierbij? 
  • Hoe drogen we haren en waar houden we rekening mee? 
  • hoe kan ik verschillende kapsels maken met o.a behulp van een Donut.  

Slide 2 - Tekstslide

Haren wassen bij de kapperswasbak: 
Wat heb je allemaal nodig bij het wassen van de haren:
  • twee handdoeken
  • 1 cape
  • shampoo
  • crèmespoeling 
  • haarmasker

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

verschillende wastechnieken
Oppervlakkige was techniek: 
- bij een gevoelige hoofdhuid
- als klant een vette hoofdhuid heeft.
- als haar geverfd of gepermanent gaat worden.
je geeft een zeer lichte druk. 
Normale was techniek:
- bij normaal haar om te reinigen en te verzorgen. 

Diepte was techniek:
- bij sterk verontreinigd haar 
-bij klanten met droge hoofd huid. 

Slide 5 - Tekstslide

wassen:

Hoeveel shampoo gebruik je? 
Je gebruikt ongeveer zoveel als een  euro muntje. Verdeel dit over twee handpalmen en dan over het haar. 

Je gaat gaat via de bovenkant, de kruin ,de zijkanten, het nekgedeelte, en het achterhoofd. je neemt ongeveer 5 minuten om goed het haar te wassen. 

Je spoelt de shampoo uit van boven naar beneden met lauwwarm water. Denk aan het kommetje! 
Maak haar handdoek droog en verder föhnen.

Slide 6 - Tekstslide

Drogen:
Bij drogen met een föhn houdt je altijd voldoende afstand van het haar omdat het kan verbranden. Haar is erg kwetsbaar. 
Je kunt er ook altijd een hittespray in doen. 

Slide 7 - Tekstslide

Haar stylen:

Jullie hebben al veel geoefend met vlechten! 

Nu tijd voor iets anders! 
Ik laat een filmpje van de donut zien die zullen wij vandaag ook gaan oefenen. 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Wat gaan we vandaag doen:
  • We gaan haren wassen oefenen op elkaar of op de pop! 
  • We gaan een vlecht laten zien. 
  • We gaan de donut oefenen. '
  • De poster van je eigen kapsalon. 

Slide 10 - Tekstslide