4.2 Tussen de Wereldoorlog (Deel 1)

4.2 Tussen de Wereldoorlog (Deel 1)
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

4.2 Tussen de Wereldoorlog (Deel 1)

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel
In deze paragraaf leer je: 
- Hoe Rusland een totalitaire dictatuur werd

- Hoe Italië een totalitaire dictatuur werd

- Hoe Duitsland een totalitaire dictatuur werd

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet jij eigenlijk van het Communisme?

Slide 3 - Woordweb

Nieuwe staten
  • Geallieerden sloten vredesverdrag met Duitsland
  • 1919: Verdrag van Versailles
  • Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse rijk vielen uiteen
  • Volken wilden een eigen staat -> nationalisme
  • Joegoslavië: Kroatië, Servië en Bosnië
  • Deel Ottomaanse rijk werd Turkije

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Verliezers
" Na de Eerste wereldoorlog sloten de overwinnaars met Duitsland het verdrag van Versailles. Duitsland werd gestraft. Oostenrijk(-Hongarije) en het Ottomaanse rijk vielen uiteen en er ontstonden nieuwe staten"

Slide 6 - Tekstslide

Verdrag van Versailles

Duitsland was de boeman uit de Eerste Wereldoorlog en moest gestraft worden
Afspraken:
  • Inleveren kolonies
  • Leger van max. 100.000 mannen
  • Herstelbetalingen
  • Duitsland moest land afgeven aan Frankrijk en Polen.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Communisten
  • Voedseltekorten zorgden voor stakingen en demonstraties
  • Oorlog tegen Duitsland ging slecht. Soldaten sloten zich aan bij demonstranten
  • Tsaar (Russische vorst) trad af
  • Oktober 1917: Staatsgreep Lenin
  • Burgeroorlog gewonnen door Lenin

Slide 9 - Tekstslide


In juli 1918 worden tsaar Nicolaas II (Keizer van Rusland) en zijn gezin op brute wijze vermoord door de communisten. 

Slide 10 - Tekstslide

Dictatuur in Rusland
  • Onder leiding van Lenin werd Rusland een dictatuur (alleenheerschappij).
  • Het communistische regime (ondemocratische regering) verbood alle andere partijen en onderdrukte de bevolking met terreur (bangmakerij met geweld).
  • Tegenstanders werden in concentratiekampen gevangen gezet of vermoord. 
  • Lenin werd opgevolgd door Stalin. Hij was een nóg strengere dictator. Onder Stalin werd de Sovjet-Unie een totalitaire staat: waarin de overheid de samenleving volledig wilde beheersen.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Lenin: 1917 - 1924
Stalin: 1928 - 1953

Slide 13 - Tekstslide

Jozef Stalin
  • Jozef Stalin wint machtsstrijd --> concurrenten werden vermoord
  • 1928: invoering planeconomie 
  • Totalitaire dictatuur:
  1. Leiderschapsverheerlijking
  2. Censuur (Controlerende macht overheid)
  3. Propaganda (communicatiemiddel om mening van het volk te beïnvloeden)
  4. Terreur (bangmaken met geweld)
  • Tegenstanders in goelags

Slide 14 - Tekstslide


Planeconomie


  • Onder Stalin werd de Sovjet-Unie een planeconomie.
  • De staat besliste wat én hoe er moest worden geproduceerd.

Slide 15 - Tekstslide




  • Exacte aantallen zijn onbekend, maar tussen 1936 en 1950 zijn vermoedelijk 12 miljoen mensen om het leven gekomen in de goelags.

  • Meestal als gevolg van de vreselijke omstandigheden, een combinatie van: honger, kou en zware lichamelijke inspanning

Slide 16 - Tekstslide


Goelag

Miljoenen 'tegenstanders' kwamen terecht in een goelag, een strafkamp.
In deze 'opvoedingskampen' moesten de gevangenen, onder zeer zware omstandigheden, dwangarbeid verrichten.

Veel van deze kampen hadden niet eens hekken, omdat ontsnappen zinloos was: de kou en de wolven zouden je uiteindelijk wel doden

Slide 17 - Tekstslide

Navalny
...een strafkamp waar o.a. Navalny (politieke tegenstander van Poetin) zit opgesloten. 

Slide 18 - Tekstslide

Dictatuur in Italië
- Na WO1 - parlementaire democratie
- 1922 - Benito Mussolini wordt regeringsleider
- Ideologie (denkwijze) - fascisme
- Totalitaire dictatuur - mensen mochten niks inbrengen
- Propaganda (verspreiden van ideeën)
- Il duce - leider

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Tekstslide

Fascisme

Slide 22 - Tekstslide

Persoonsverheerlijking

Slide 23 - Tekstslide

Persoonsverheerlijking: sterk en mannelijk afgebeeld
(Links: Poetin, rechts: Mussolini)

Slide 24 - Tekstslide

De VS in de jaren '20
  • De VS werden begin 20e eeuw het sterkste industrieland ter wereld
  • Henry Ford maakt auto’s met de lopende band: een nieuwe manier van produceren
  • De welvaart in de VS nam enorm toe in de jaren '20
  • Er ontstond een 'consumptiemaatschappij'
  • Veel mensen kopen “op krediet”

Slide 25 - Tekstslide

De VS als eerste consumptiemaatschappij
  • De Amerikanen produceerden sneller en goedkoper dan de Europeanen
  • De Amerikaanse economie bloeide op en de welvaart nam toe
  • Keukenapparatuur, stofzuigers, radio's, auto's en andere luxeartikelen deden hun intrede

Slide 26 - Tekstslide

Duitsland na WO I 
  • Duitsland wordt een democratie--> werkt slecht, veel extreme partijen
  • Om de herstelbetalingen te kunnen betalen wordt er geld bij gedrukt.
  • Economisch gaat het slecht (uitzondering 1924-1929)

Slide 27 - Tekstslide

Dolkstootlegende
De nieuwe linkse regering had wapenstilstand gesloten na WOI.
En daarmee soldaten verraden.

Slide 28 - Tekstslide

Republiek van Weimar
  • Van 1918 -1933 heet DU zo
  • Geen keizer, democratie
  • Niet populair
  • Veel gevechten op straat tussen communisten en de  nazi's (nat. socialisten)


Slide 29 - Tekstslide


Duitsland 
1924-1929


Gaat economisch goed met Duitsland. NSDAP blijft daardoor klein. Komt door steun vanuit Amerika.




Slide 30 - Tekstslide

Economische crisis
1929
- Beurskrach in Verenigde Staten
- crisis slaat over naar Europa 

Slide 31 - Tekstslide

Economische crisis

Wereldcrisis, dus ook in DU.

In de Republiek van Weimar ging het extra slecht door:

1) Herstelbetalingen

2) Geen leningen VS meer

3) Geen koloniën

Slide 32 - Tekstslide

HYPERFLATIE
je geld is niets meer waard

Slide 33 - Tekstslide

4. Hitler komt aan de macht
Hitler komt aan de macht

Slide 34 - Tekstslide

Adolf Hitler



Ontevreden veteraan
Richt de NSDAP op
Mislukte staatsgreep 1923
           Schrijft "Mein Kampf" 

Slide 35 - Tekstslide

NSDAP
  • NSDAP neemt fascistische standpunten over ...

  • + voegt rascisme toe (op basis van afkomst)--> rassenleer en antisemitisme.

*  Gebruikt propaganda en terreur

Slide 36 - Tekstslide

Hitler onze laatste hoop stond op verkiezingsposters van de NSDAP

Slide 37 - Tekstslide




Propaganda

Slide 38 - Tekstslide

 Nationaal-Socialisme
  • Met Nationaal-Socialisme wordt het Duits fascisme in de periode 1933-1945 bedoeld

  • Ook wel: nazisme genoemd

  • De aanhangers worden ook wel nazi's genoemd

  • De Nederlandse NSB was ook nationaal-socialistisch

Slide 39 - Tekstslide

Kenmerken van nationaal-socialisme

  • Het Duitse ras moet raszuiver worden gehouden.

  • Rassenleer en antisemitisme (jodenhaat)

  • Het Duitse volk heeft Lebensraum (=levensruimte) nodig.

  • Heim ins Reich: alle Duitsers moeten in één groot rijk wonen

Slide 40 - Tekstslide

Duitsland wordt een totalitaire staat
  • Het belang van de groep en de staat gaat voor alles.
  • Wie niet wou luisteren werd geïntimideerd.
  • De leider (Der Führer) is allesoverheersend.
  • Duitsland wordt een dictatuur. 
  • Eenpartijstelsel, geen parlementaire democratie.
  • Propaganda.
  • Jeugd geïndoctrineerd.
  • Veel uiterlijk vertoon.

Slide 41 - Tekstslide

In nederland
NSB --> Nationaal socialistische beweging

Niet zo groot, Nederlanders stemden op gematigde partijen

Slide 42 - Tekstslide

Aantekening
in 1917 breekt in Rusland de revolutie uit. Het land wordt hierna communistisch en een eenpartijdictatuur. Onder stalin wordt het leven van de russen zwaar gecontroleerd.
In Italie komen de fascisten aan de macht onder leiding van Benitto mussolini. dit is ook een totalitaire dictatuur die extreem nationalistisch is, ze doen aan persoonverheerlijking en propaganda

Slide 43 - Tekstslide

Begrippen uit deze les
  • Communist
  • Dictatuur
  • Dictator
  • Planeconomie
  • Fascisme
  • Terreur
  • Totalitair

Slide 44 - Tekstslide

S.O. (Schriftelijke overhoring):
Volgende week:
S.O. over paragraaf
4.1 en 4.2 


Begrippen en wie, wat, waarom belangrijk!


Slide 45 - Tekstslide

Huiswerk
4.2 Tussen de Wereldoorlogen
Vraag 1, 2 en 4

Slide 46 - Tekstslide