V5 V6 Littérature Romantisme Réalisme/Naturalisme Fin de siècle 3

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Is de Romantiek een logisch vervolg op de Verlichting of eerder een breuk ermee?
A
Het is een logisch vervolg
B
Het is een breuk met de Verlichting
C
Het loopt erin over
D
De romantiek legt de nadruk op gevoel en de Verlichting op de ratio

Slide 2 - Quizvraag

Welke periode valt onder de romantiek?
A
Eind 18e eeuw
B
15e eeuw
C
20e eeuw
D
Begin 19e eeuw

Slide 3 - Quizvraag

Wie is een bekende romantische schrijver?
A
Alfred de Musset
B
Voltaire
C
Victor Hugo
D
Molière

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een kenmerk van de romantiek?
A
Natuur als inspiratie
B
Rationele benadering
C
Focus op maatschappij
D
Emotionele expressie

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Fin de siècle
1850 - 1900

Slide 18 - Tekstslide

Waar doet het woord "fin de siècle" je aan denken? Wat roept het bij je op?

Slide 19 - Open vraag

Fin de siècle = eind van de eeuw
  • À la fois un sentiment de déclin et une transition vers quelque chose de nouveau.
  • Période de profonds bouleversements culturels et intellectuels
  • Sentiments de décadence, de pessimisme, mais aussi des expérimentations artistiques et littéraires novatrices.  


Slide 20 - Tekstslide

Contexte historique
  • Troisième République française (1870-1940), Suite à la chute du Second Empire après la guerre franco-prussienne (1870-1871) et la Commune de Paris (1871)
  • Période d’instabilité politique, d’agitation sociale et de progrès technologique. 
  • Modernisme et progrès scientifiques
  • Tensions politiques et sociales: l'affaire Dreyfus, les mouvements féministes et ouvriers émergent, réclamant des réformes sociales.

Effervescence culturelle et expérimentations artistiques

Paris devient un centre d’innovation intellectuelle et artistique, avec des mouvements comme le symbolisme et la décadence.

Les Expositions universelles de 1889 et 1900 illustrent la modernité de la France.


Slide 21 - Tekstslide

Wat is het dubbele gevoel dat heerst tijdens het "fin de siècle"?
A
Pessimisme over een beschaving die verloren gaat en optimisme over de vooruitgang
B
Angst voor het einde van de tijd en blijdschap over de nieuwe kunst
C
Boosheid over de achteruitgang en blijdschap over het einde van de oorlog
D
Blijdschap over de Industriële revolutie en boosheid over emoties

Slide 22 - Quizvraag

Contexte sociétal
  1. Dégénérescence morale <->             avancées scientifiques:  découverte de la radioactivité et psychanalyse Freud: inconscient
  2. Philosophes Schopenhauer et Nietzsche, influence:  nihilisme, crise des valeurs.
  3. Rôles traditionnels remis en question: mouv. féministes et perception de la sexualité. 
 



.

4. Genre et Sexualité
Les rôles traditionnels sont remis en question avec l’émergence de mouvements féministes et de nouvelles perceptions de la sexualité.

Des écrivains comme Rachilde (Marguerite Eymery) explorent la fluidité du genre et les tabous sexuels, notamment dans Monsieur Vénus (1884).
Symbolisme en littérature et en art
  • Saisir une réalité plus profonde et mystique au-delà du monde visible. 
  • Le sentiment du "spleen".
  • Thèmes, décadence, irrationnel, mystique, sensualité, mélancholie et ennui
  •  Poètes maudits (gedoemde dichters): Charles Baudelaire, Paul Verlaine et Arthur Rimbaud

Slide 23 - Tekstslide

Welke kunstenaars passen bij de periode van de "fin de siècle" ?
(2 correcte antwoorden)
A
Vincent van Gogh en Paul Cézanne
B
Paul Gauguin en Auguste Rodin
C
Mondriaan en Rietveld
D
Leonardo Da Vinci en Rembrandt

Slide 24 - Quizvraag

Bij welke literaire stroming naast het symbolisme werd de kunstenaar ook gezien als verheven speciale persoon die contact kon leggen met een voor anderen onzichtbare werkelijkheid?
A
Het Classicisme
B
Het Realisme
C
De Renaissance
D
De Romantiek

Slide 25 - Quizvraag

Welke woorden over het "fin de siècle" kloppen niet?
A
Literatuur uit die tijd is meestal poëzie
B
Gevoelens van heimwee, nostalgie, niet thuisvoelen
C
Ontstaan van de eerste Franse Republiek
D
Aandacht voor het onderbewuste, diepere zin, geestverruimende middelen

Slide 26 - Quizvraag

Belle Époque
1900 - 1914

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide