Observeren aan de spijsvertering

De spijsvertering observeren
G4BOE
5 maart

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

De spijsvertering observeren
G4BOE
5 maart

Slide 1 - Tekstslide

Hoe gaat het?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Lesdoelen
  • Je kunt aangeven wat je kunt observeren aan de spijsvertering (slikken, braken, ontlasting, ontlastingspatroon).
  • Je kunt aandachtspunten noemen voor het observeren van ontlasting , het ontlastingspatroon en de voedingstoestand. 

Slide 3 - Tekstslide

Hoe is de kennis van vorige week?

Slide 4 - Tekstslide

Welke stof wordt door de lever afgebroken?
A
Hemoglobine
B
ijzer
C
Vit C

Slide 5 - Quizvraag

  • Oude rode bloedcellen (erytrocyten) worden afgebroken door de milt en de lever.
  • Hemoglobine uit deze erytrocyten wordt afgebroken door de lever.
  • Het afvalproduct is bilirubine (donker geel/groene kleur).
  • De lever scheidt deze bilirubine uit in de gal.
  • Daardoor kleurt de ontlasting geel/bruin.


Slide 6 - Tekstslide

Welke stof wordt door de lever geproduceerd?
A
Stollingsfactoren
B
ijzer
C
Vit A

Slide 7 - Quizvraag

  • De lever maakt eiwitten zoals stollingsfactoren en het eiwit albumine.
  • Stollingsfactoren zijn eiwitten die nodig zijn voor de bloedstolling.
  • De lever scheidt deze af naar het bloed.
  • Albumine zorgt voor het vasthouden van water in het bloed.

Slide 8 - Tekstslide

Bilirubine ontstaat door afbraak van:
A
Cholesterol
B
Hemoglobine
C
Eiwit uit de voeding

Slide 9 - Quizvraag

Wat zijn de functies van de lever, noem er 2

Slide 10 - Open vraag

Functies lever
  • Ontgiften
  •  Productie stollingsfactoren
  • De lever kan, net als spieren, glucose opslaan in de vorm van een lange keten glucosemoleculen (glycogeen)
  • Opslag vitamines en ijzer
  • Productie en uitscheiding van gal
  • Rol in cholesterol stofwisseling
  • Afbraak hemoglobine 

Slide 11 - Tekstslide

Naar welk orgaan gaat bloed dat voedingsstoffen uit de darm heeft opgenomen het éérst?
A
Het hart
B
De lever
C
De nieren
D
De longen

Slide 12 - Quizvraag

Welk proces verloopt niet goed als er geen gal in de darm komt
A
Vertering van eiwitten
B
Vertering van koolhydraten
C
Vertering van vetten

Slide 13 - Quizvraag

De bruine kleur van de ontlasting wordt veroorzaakt door....
A
Bacteriën
B
Bilirubine
C
Vet
D
Vezels

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Video

Een student heeft op een avondtussen 22.00 en 1.00 uur zestien glazen alcohol gedronken. Wanneer is de alcohol op zijn vroegst uit zijn bloed verwijderd?

Slide 16 - Open vraag

Alcoholafbraak kost 1 tot 1,5 uur per standaardglas alcohol. De afbraak van zestien glazen kost minimaal zestien uur. Op zijn vroegst is de alcohol dus zestien uur na de start van het drinken (22.00 uur) afgebroken. Dan kom je uit op ’s middags om 14.00 uur.

Slide 17 - Tekstslide

Wat is de functie van insuline?
A
Glucose uit het bloed de cel in laten gaan
B
Glycogeen afbreken tot glucagon
C
Glycogeen afbreken tot glucose
D
Verhogen van de bloedsuikerspiegel

Slide 18 - Quizvraag

Insuline zorgt ervoor dat glucose uit het bloed de cel in kan. Als glucose uit het bloed de cel ingaat, daalt de bloedsuikerspiegel. Insuline breekt geen stoffen af.
Glucagon is het andere alvleesklierhormoon, met een tegenovergestelde werking. Glucagon zorgt ervoor dat glycogeen (opgeslagen keten van glucose) in de cellen wordt afgebroken tot glucose. Glucose verlaat de cel en komt in het bloed. Glycogeen verhoogt zo de bloedsuikerspiegel.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Noem 1 orgaan wat omgeven is door het buikvlies (perineum) en 1 orgaan wat niet is omgeven door het buikvlies

Slide 21 - Open vraag

Als verzorgende observeer je de spijsvertering. Waar let je op?

Slide 22 - Open vraag

Observatiepunten
  • Slikken en slikproblemen
  • Braken
  • Defecatie en feces

Slide 23 - Tekstslide

Braken
  • Braken dient als bescherming: schadelijke stoffen uit de maag en darm worden uit het lichaam verwijderd. 
  • Braken gebeurt als het braakcentrum in de hersenstam wordt geprikkeld door: prikkels uit het maagdarmkanaal (een virusinfectie of bacteriële infectie), gifstoffen (waaronder ook alcohol), chemotherapiemiddelen en andere medicijnen, bestraling, prikkeling van de evenwichtsorganen (reisziekte), hormonen (zwangerschap).

Slide 24 - Tekstslide

Braakproces
  1. Meestal is iemand misselijk voordat het braken begint. 
  2. Vaak wordt vlak voor het braken extra speeksel afgescheiden. 
  3. De maagspieren trekken vervolgens krachtig samen. 
  4. De pylorus (maagportier) is gesloten, waardoor de maaginhoud naar boven wordt gestuwd en uitgebraakt. 
  5. Het strotklepje sluit, zodat de maaginhoud niet in de luchtpijp komt.
  6. Meestal voelen mensen zich opgelucht na het braken.
  7. Soms vindt het braken met grote kracht plaats: explosief braken of projectielbraken. Dat kan wijzen op een maag- of darmafsluiting.

Slide 25 - Tekstslide

Bijzonderheden in samenstelling
  • Gal in braaksel
  • Onverteerde voedselresten
  • Slijmbijmenging
  • Rood braaksel
  •  Bruin-zwart braaksel
  • Ontlasting in braaksel

Slide 26 - Tekstslide

Bij het observeren van de ontlasting (feces) let je op:

Slide 27 - Open vraag

Bij het observeren van de ontlasting (feces) let je op:
  • Frequentie en hoeveelheid
  • Consistentie (vorm en vastheid): dun (diarree) – dik/hard (obstipatie)
  • Kleur
  • Samenstelling

Slide 28 - Tekstslide

Frequentie en hoeveelheid
Een normale hoeveelheid is 200 gram per dag. Een normale frequentie van defecatie varieert van 2-3 keer per dag tot 1-2 keer per week.

Slide 29 - Tekstslide

Consistentie 

Slide 30 - Tekstslide


Slide 31 - Open vraag


Slide 32 - Open vraag


Slide 33 - Open vraag


Slide 34 - Open vraag

Samenstelling van def
Normale ontlasting bestaat uit water, slijm en zouten, bilirubine, vezels, darmbacteriën en afgestoten darmslijmvliescellen. Soms zijn deels onverteerde voedselresten zichtbaar.

Slide 35 - Tekstslide

Voedingstoestand 
Het lichaamsgewicht blijft ongeveer gelijk wanneer de inname van voedingsstoffen gelijk is aan het verbruik. Onbedoeld afvallen kan wijzen op (het ontstaan van) ondervoeding.
Overgewicht is een gewicht dat hoger is dan het gemiddelde bij een bepaalde lichaamslengte. De voedingstoestand wordt vaak uitgedrukt in de BMI (Body Mass Index). De BMI wordt uitgerekend op basis van lengte en lichaamsgewicht.

Slide 36 - Tekstslide

Aan de slag
Test je kennis bij 5, 6 en 7

Slide 37 - Tekstslide