Examentraining les 3 beroepshavo

Examentraining les 3
Je weet wat argumentatieschema's zijn en herkent deze.
Je krijgt tips en noteert deze.
Je weet wat er met argumentatiestructuur wordt bedoeld en kan deze uit een tekst halen.
Ik kan kernzinnen onderstrepen uit een tekst.
Ik weet welke type examenteksten er zijn.

1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Examentraining les 3
Je weet wat argumentatieschema's zijn en herkent deze.
Je krijgt tips en noteert deze.
Je weet wat er met argumentatiestructuur wordt bedoeld en kan deze uit een tekst halen.
Ik kan kernzinnen onderstrepen uit een tekst.
Ik weet welke type examenteksten er zijn.

Slide 1 - Tekstslide

Uit de syllabus:
Voorbeeldvraag: 
Van welk argumentatieschema is hier sprake?

Slide 2 - Tekstslide

Aan de slag met argumentatieschema's
Wat is het? Welke zijn er?
Examentraining, blz. 68 t/m 71

Nieuw Nederlands (blz. 8 e.v.): opdr. 1 t/m 6
Klaar?

Slide 3 - Tekstslide

Argumentatiestructuur
Niet verwarren met argumentatieschema!
  • Enkelvoudig / Meervoudig
  • Nevenschikkend
  • Onderschikkend
  • Dit doe je met de letters:
  • S->
  • A1, A2   / A1.1  / A2.2.2
Examentraining
Blz. 62, 63, 64

Maken:
Oef. 4.2 2+4

Slide 4 - Tekstslide

Slide 6 - Link

toon/houding/stijlmiddel

Je moet de soorten toon en houding kennen.
Ken je ze? Even checken.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Oefenset 2
Kernzinnen onderstrepen in tekst 2
timer
15:00

Slide 9 - Tekstslide

Soorten teksten + doelen
Uiteenzettende, beschouwende of betogende teksten.

informeren/             ter overweging              tot actie aanzetten/                    uiteenzetten                  aanbieden            overtuigen                                     

Zie ook: blz. 41-44-45, Examentraining, havo, Nederlands



Slide 10 - Tekstslide

Doelen: let op!
Doelen kunnen gecombineerd voorkomen!

Wat  is het belangrijkste schrijfdoel?
Voornamelijk een uiteenzettend, beschouwend of betogend karakter.

Slide 11 - Tekstslide

Vlekkeloos Nederlands
Test 26-28-33 (blz. 127 e.v.)

Slide 12 - Tekstslide