Th4 - bs 3 en 4


Beenverbindingen
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les


Beenverbindingen

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

H1a

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Planning
- Vragen over het huiswerk?
- Basisstof 3 en 4
- Maken aantekeningen/werkblad

Slide 5 - Tekstslide

Vragen over het huiswerk

Opdracht 1, 2, 3, 4 en 6

Blz 10 tm 14
Opdracht 1, 2, 3 en 5
blz 17 tm 19




Slide 6 - Tekstslide

Opdracht 2, blz. 11

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 3, blz. 12

Slide 8 - Tekstslide

Weet je het nog? 
Het skelet bestaat uit beenderen. 
In totaal hebben volwassenen 206 beenderen. 
Hoofd, romp en ledematen.
Botgroepen.

Slide 9 - Tekstslide

Samenstelling van botten
Kalk ( voor de stevigheid)

Lijmstof ( buigzaam)

Slide 10 - Tekstslide

Botweefsel
Kraakbeenweefsel 
Tussencelstof met veel lijmstof en weinig kalk

Slide 11 - Tekstslide

Na de les kun je...
... de beenverbindingen beschrijven.
... de bouw van de gewrichten beschrijven.
... de werking beschrijven van het: scharniergewricht, kogelgewricht, rolgewricht.
... de werking van spieren beschrijven.

Slide 12 - Tekstslide

Beenverbindingen 
Er zijn verschillende verbindingen. 
vergroeiing - naadverbinding - kraakbeenverbinding - gewricht

Slide 13 - Tekstslide

Naadverbinding
Je schedelbeenderen zijn verbonden met een naadverbinding
De naden zijn kronkelig.

Bij een baby zitten de schedelbeenderen nog niet helemaal aan elkaar gegroeid.
Dit noemen we fontanel. 
Er is dan nog een beetje beweging tussen de schedelbeenderen mogelijk. 

Er is geen beweging mogelijk. 

Slide 14 - Tekstslide

Kraakbeenverbinding
Wanneer twee botten met kraakbeen verbonden zijn, noemen we dit een kraakbeenverbinding.
De ribbenkast en ruggenwervel zijn hier voorbeelden van. 
Er is weinig beweging mogelijk

Slide 15 - Tekstslide

Bouw van een kogelgewricht

  1. Gewrichtskogel en kom
  2. Gewrichtskapsel
  3. Gewrichtssmeer
  4. Kapselbanden
  5. Kraakbeenlaagje

Slide 16 - Tekstslide

Gewrichten
Gewrichten zijn ook een verbinding tussen 2 beenderen. 
Je hebt 3 soorten:
kogelgewricht
scharniergewricht
rolgewricht

Slide 17 - Tekstslide

kogelgewricht
De kop van het bot beweegt in de kom van het andere bot. 
Voorbeelden:
schouder - heup 

Er is veel beweging mogelijk. 

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Scharniergewricht
Een scharniergewricht kan botten alleen maar laten buigen of strekken. 
voorbeeld: knie, elleboog

Er is veel beweging mogelijk. 

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Rolgewricht
een rolgewricht zorgt ervoor dat twee beenderen langs elkaar kunnen bewegen.
Voorbeeld: je onderarm (spaakbeen/ellepijp) 

Er is veel beweging mogelijk. 

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Spierstelsel

- Spierstelsel: alle skeletspieren samen 
- Aan de botten zitten spieren vast
- Door de spieren kunnen wij bewegen

Slide 24 - Tekstslide

Spieren in je organen
(onbewust)
In de wand van je maag en je darmen > voedsel kneden en vervoeren

In je huid > kippenvel

Het hart > rond pompen van bloed


Orgaanspieren

Slide 25 - Tekstslide

Pezen
Een spier zit vast aan een bot met pezen.

De plaats waar een pees aan een bot vastzit, heet aanhechtingsplaats.

Een spier trekt zich samen, een pees niet
Spier wordt korter en dikker bij het samentrekken

Slide 26 - Tekstslide

Werking van een spier
• De spier krijgt een seintje van zenuwcellen.
• De spiervezels trekken hierdoor samen.
• De spier wordt korter en dikker.
• De spier trekt de botten waar hij aan vastzit, naar elkaar toe.
• Er ontstaat een beweging.
Spier samengetrokken: korter en dikker.
Spier ontspannen: lang en dun.

Slide 27 - Tekstslide

Opdracht werking van de spieren:
Geef in beide situaties (gebogen en gestrekt) aan 
welke spieren samengetrokken en welke ontspannen zijn.
Situatie 1 gebogen arm
Armbuigspier=
Armstrekspier=
Situatie 2 gestrekte arm
Armbuigspier=
Armstrekspier=

Slide 28 - Tekstslide

Antagonistisch paar(spieren)
Spieren waarvan het samentrekken een tegengesteld effect heeft, noem je een antagonistisch paar.

Opdracht
Hoeveel antagonisten zijn er te vinden in de afbeelding? 
schrijf ze op!

Tip: 1 antagonist = 2 spieren

Slide 29 - Tekstslide

Na de les kun je...
... de beenverbindingen beschrijven.
... de bouw van de gewrichten beschrijven.
... de werking beschrijven van het: scharniergewricht, kogelgewricht, rolgewricht.
... de werking van spieren beschrijven.

Slide 30 - Tekstslide

Huiswerk
Opdracht 1, 2, 3, 4 en 5
blz 25 tm 27
Opdracht 1, 2, 3, 5 en 6
Blz 33 tm 35

Slide 31 - Tekstslide

Nr. 1. van afbeelding 1 is de gewrichtskogel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag

De ribben en het borstbeen zijn verbonden door gewrichten.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 33 - Quizvraag

Hoe zit het staartbeen vast aan het heiligbeen?
A
naden
B
vergroeid
C
kraakbeen
D
gewrichten

Slide 34 - Quizvraag

Welke beenverbindingen zijn beweeglijk?
A
2 en 3
B
1 en 2
C
1 en 3

Slide 35 - Quizvraag

Botten kunnen op verschillende manieren verbonden zijn. Noem de 4 beenverbindingen.

Slide 36 - Woordweb

Wat is de functie van gewrichtssmeer?
A
Slijtage voorkomen
B
Splinteren voorkomen
C
Schok voorkomen
D
Soepeler laten bewegen

Slide 37 - Quizvraag

Een naadverbinding is ...
A
een beetje beweeglijk.
B
beweeglijk.
C
niet beweeglijk.

Slide 38 - Quizvraag

Een kogelgewricht zit in je
A
onderarm en onderbeen.
B
schouder en heup.
C
opperarmbeen en ellepijp.

Slide 39 - Quizvraag

Hoe noem je het bot dat met een kogel vast zit in de kom van de heup?
A
opperarmbeen
B
dijbeen
C
ellepijp
D
spaakbeen

Slide 40 - Quizvraag

Vertel in eigen woorden wat je deze les geleerd hebt. Noem iets wat je nog niet wist.

Slide 41 - Open vraag

Leerdoelen §4.3
6. Je kunt de beenverbindingen beschrijven.
7. Je kunt de bouw van de gewrichten beschrijven.
8. Je kunt de werking beschrijven van het: scharniergewricht, kogelgewricht, rolgewricht.

Slide 42 - Tekstslide

Aan de slag
leren § 4.1 en § 4.2
lezen § 4.3
mk en lr § 4.3 gewrichten 

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Video