Klas 4 les 38 schooljaar 2024-2025

Startaufgabe : Examenbundel blz. 48
Leesstrategie 1: selectief lezen

Je bent op zoek naar woon- en werkruimte in Duitsland. 

Welke advertentie is geschikt voor jou? 

Schrijf de het getal van die advertentie op het wisbordje.
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Startaufgabe : Examenbundel blz. 48
Leesstrategie 1: selectief lezen

Je bent op zoek naar woon- en werkruimte in Duitsland. 

Welke advertentie is geschikt voor jou? 

Schrijf de het getal van die advertentie op het wisbordje.

Slide 1 - Tekstslide

Heute: 
Startaufgabe
Wörterbuch 
Examenfragen 
Lesestrategien I
Pause
Teil II  


Slide 2 - Tekstslide

Na deze les:  
Weet jij: hoe je verschillende tekstsoorten kunt aanpakken
Weet jij: hoe je het beste met moeilijke woorden om kunt gaan
Ken jij: de signaalwoorden 
Weet jij: hoe je signaalwoorden tijdens het examen kunt gebruiken. 
Ken jij: de vertalingen van minstens 10 Duitse examenvragen. 
Kun jij: signaalwoorden op openplekken toepassen
Kun jij: de structuur van een tekst herkennen 

Slide 3 - Tekstslide

Moeilijke woorden zonder woordenboek B5.1(S.68)
1. Kijk voor het lezen of er al begrippen zijn uitgelegd d.m.v een voetnoot. 

2. Kijk naar de zin, probeer een woord uit de context te halen. 
Vaak staat er ook nog een synoniem (ander woord met dezelfde betekenis in de tekst). 

3. knip de woorden in stukjes. Het kan zijn dat je een deel van het woord wel kent. 

Slide 4 - Tekstslide

Woorden raden
Vaak kun je uit de context woorden raden.


Wecker Stellen 
(S. 52) 

Slide 5 - Tekstslide

Waarom is het voor jongeren slim om er vroeg bij te zijn?
A
Zij kunnen alleen voor 9 uur hun verloren spullen afhalen.
B
De te veilen artikelen zijn typische hebbedingetjes voor jongeren.
C
Op die manier maken zij kans op een koopje.
D
Er wordt gratis sterke drank aangeboden.

Slide 6 - Quizvraag

Moeilijke woorden MET woordenboek B5.2 (S.69)
1. Zoek bij een gatentekst alle antwoordmogelijkheden op! 

2. Kies in het woordenboek niet meteen de eerste betekenis, kijk ook naar andere betekenissen (dit is vooral belangrijk bij open vragen). 




Slide 7 - Tekstslide

Examenfragen 
Zorg dat je de meest voorkomende examenvragen (S.71) kunt vertalen. 

Dit scheelt tijdens het examen heeeeeeel veeeeeel tijd. 

Het zijn 45 vragen.
 
Tip: Leer elke dag 5 nieuwe vragen en herhaal degene die je al geleerd hebt. 

Slide 8 - Tekstslide

Welche Überschrift passt zum Absatz? 
Wie verhält sich der Absatz zur Einleitung? 
Was geht aus dem Absatz hervor? 
Welche umschreibung trefft zu? 
Welche Aussage stimmt mit dem Absatz überein?
Hoe verhouden de alinea's zich tot elkaar? 
Welke omschrijving past? 
Welke titel past bij de alinea? 
Wat komt uit de alinea naar voren? 
Welke uitspraak komt met de alinea overeen? 

Slide 9 - Sleepvraag

Was wird hier ausgesagt?
Was ist das Thema des Absatzes? 
Was bedeutet... 
Was wird damit angedeutet? 
Welche Aussage stimmt mit dem Absatz überein?
Wat wordt hiermee aangetoond? 
Wat betekent .... 
Wat wordt hier gezegd? 
Wat is het onderwerp van de alinea? 
Welke uitspraak komt met de alinea overeen? 

Slide 10 - Sleepvraag

Lesestrategien 

2. Voorspellen 
3. Skimmen 
4. Voorkennis gebruiken 

Slide 11 - Tekstslide

Voorspellen 
Titel, plaatjes, opvallende woorden, leestekens
 (dubbele punt of streepje)

Dreck stärkt das Immunsystem
(S.41)

Slide 12 - Tekstslide

Welke uitspraak komt overeen met de tekst?
A
Er is een nieuw medicijn tegen astma ontwikkeld
B
Kinderen van het platteland zijn gelukkiger dan kinderen in de stad.
C
Muizen zijn grotere ziekteverwekkers dan men dacht.
D
Te veel hygiëne kan ongezond zijn.

Slide 13 - Quizvraag

Wat wordt er in de tekst duidelijk over Craig?
A
Door het veelvuldig eten van boterhammen met jam is hij groter dan leeftijdsgenoten.
B
Zijn moeder is erg teleurgesteld dat hij geen warme maaltijden eet.
C
De eenzijdige eetgewoonte heeft geen invloed op zijn gezondheid.
D
Volgens Britse artsen zou het eten van veel groente beter voor hem zijn.

Slide 14 - Quizvraag

Skimmen  
Globaal en snel doorlezen van een tekst om een idee te krijgen waarover deze gaat. 

"Dieser Junge lebt nur von Marmeladenbroten" 
(S. 42/43) 

Slide 15 - Tekstslide

Voorkennis gebruiken 
Wat weet je allemaal al over een onderwerp? Je hoeft niet alles te snappen om toch een idee te hebben van de inhoud. 

Rollerblader auf Streife
(S.44)

Slide 16 - Tekstslide

Welke reden stond voorop, toen men besloot agenten van inlineskates te voorzien?
A
gezondheid
B
kostenbesparing
C
publiciteit
D
wendbaarheid

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide

Teil 2:

Signalwörter 
Lesestrategien II 


Slide 19 - Tekstslide

Signalwörter
Verbinde die niederländische und deutsche Übersetzungen mit einander. 

1. Zuerst selbständig übersetzen
2. Danach in Zweiergruppe übersetzen
3. Nachdem in einer vierzahl verbinden
timer
4:00

Slide 20 - Tekstslide

Lesestrategien II
4. structuur herkennen (signaalwoorden) 
5. gedetailleerd lezen

Slide 21 - Tekstslide

Structuur van de tekst
Je moet de structuur van een tekst kunnen ontdekken en gebruiken. 

Jij moet verbanden kunnen herkennen en aangeven: 
verwijzingen, voorbeelden, argumenten, conclusies, herhalingen. 


Slide 22 - Tekstslide

Vraag: Alinea 1 bestaat uit twee delen
- In deel 1 praat Tim over hoe hij aan ideeën voor zijn video’s komt.

- In deel 2 over hoeveel tijd het kost om een video te maken.
 Met welk Duits woord begint deel 2? 

Schrijf dit Duitse woord op je wisbordje 

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Darts 
Welches Wort passt im Sinne des Textes in die Lücke in Absatz 1?
 
A  Aber
B Denn
C Sogar
D Trotzdem 

Slide 25 - Tekstslide

Darts 
(1) Für Herbert Creon ist die Welt eine Scheibe. Seit vielen Jahren schon.
Dart ist für ihn ernsthaft betriebenes Hobby und Leidenschaft zugleich.
„Es geht um enorme Präzision, aber auch um mentale Stärke.
............... : in Wettkämpfen muss die Konzentration oftmals über Stunden hoch gehalten werden. Das funktioniert nur mit Training. Viel Training. Profis trainieren 4 bis 6 Stunden am Tag“, weiß Creon. 

Slide 26 - Tekstslide

Gedetailleerd lezen
Soms moet je een deel van een tekst OF korte tekst grondig lezen op een vraag te kunnen beantwoorden. 

Shock an der Europaschule
(S. 50) 

Slide 27 - Tekstslide

Vraag: 
Op een school in de Duitse plaats Kerpe vielen plafonddelen naar beneden. 
Welke uitspraak over deze tekst is juist? 

Lees de tekst --> dan pas naar de antwoorden kijken 


Slide 28 - Tekstslide

Schock an der Europaschule S.50
Schock für Schüler und Lehrer an der Europaschule in Kerpen. In einem Klassenraum lösten sich Metallträger an der Decke und fielen teilweise herunter. Verletzt wurde niemand. Konrektor Dominik Riediger berichtet, dass die Achtklässler zum Zeitpunkt des Unglücks gerade eine Fünf Minuten-Pause hatten. Sie waren zwar im Klassenraum, saßen aber nicht an den Plätzen, über denen die Deckenteile herunterkamen. „Wir haben großes Glück gehabt, dass nichts passiert ist“, so Riediger. Doch der Zwischenfall heizt die Diskussion über den maroden Zustand des rund 40 Jahre alten Schulgebäudes an. Der Vorfall hat aber nichts mit Baumängeln, zum Beispiel durch Materialermüdung, zu tun. Vielmehr ist an der Decke von Unbekannten manipuliert worden, möglicherweise
handelt es sich auch um einen Fall von Vandalismus. „Es muss jemand an der Konstruktion dran gewesen sein.“ Dies hätten Untersuchungen einer Fachfirma und von Experten der Stadt ergeben. 

Slide 29 - Tekstslide

Antwoordmogelijkheden
A Gelukkig was het schoolgebouw gesloten toen er plafonddelen naar beneden vielen.
B Vermoedelijk is de plafondconstructie van het schoolgebouw met opzet beschadigd.
C Voor de zekerheid gaan deskundigen nu alle plafondconstructies in oudere schoolgebouwen controleren.
D Vrijwel zeker is het plafond naar beneden gekomen door slecht onderhoud van het schoolgebouw. 

Slide 30 - Tekstslide

OO jeee.. Paniek wat nu 

1. blijf rustig doorademen 
2. ga verder met een andere vraag/tekst 
3. geef altijd een antwoord bij ABC vragen. 
4. Vertrouw op jezelf. Je weet meer dan je denkt. 

Slide 31 - Tekstslide

Volgende les 
Allerlaatste echte les

- examenvragen 
- signaalwoorden 
- samen of zelfstandig een examen maken 

Slide 32 - Tekstslide