In deze les zitten 10 slides, met tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
§3 Mening, argument en conclusie
Slide 1 - Tekstslide
Welkom!
Ga naar je plek, pak je spullen en wacht tot de les begint.
Boek Nieuw Nederlands en schrift als je niet online hebt gewerkt.
Leesboek
Schrift
Pen
timer
2:00
Slide 2 - Tekstslide
Lezen in stilte
timer
10:00
Slide 3 - Tekstslide
Leerdoel:
Je leert deze les meningen, argumenten en conclusies herkennen in de tekst.
Slide 4 - Tekstslide
Pak je schrift en je pen.
Bekijk het nieuwsfragment en schrijf de mening op van de bewoners van het dorp. En de mening van de burgemeester.
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Video
Mening
Een mening of standpunt is een uitspraak over wat iemand ergens van vindt of hoe iemand ergens over denkt.
Met een mening of standpunt kun je het eens of oneens zijn.
Aan deze signaalwoorden herken je een mening: ik vind, volgens mij, naar mijn mening, ik denk.
Bijvoorbeeld: Maaike vindt dat werken achter de kassa erg leuk is.
Slide 7 - Tekstslide
Argument
Een uitleg bij je mening noem je een argument. Met een argument geef je een of meer redenen aan waarom je een bepaalde mening hebt.
Argumenten herken je aan signaalwoorden zoals: want, omdat, namelijk, immers, aangezien.
Bijvoorbeeld: Ik vind het fijn als de schooldag kort is (mening), want dan houd je meer tijd over om zelf leuke dingen in te plannen. (argument)
Slide 8 - Tekstslide
Conclusie
Na de meningen en alle argumenten trekt de schrijver aan het eind van een tekst vaak een conclusie. Een conclusie is een soort eindoordeel na alle informatie bij het standpunt.
Je herkent een conclusie aan signaalwoorden als: dus, concluderend, dat betekent.
Bijvoorbeeld: Je kunt het best na het mbo ook nog hbo doen, want dat vergroot je kans op een leuke baan die bij je past. Dat betekent dat je het beste nog even door kunt gaan met leren.
Slide 9 - Tekstslide
Je kunt nu meningen, argumenten en conclusies herkennen in een tekst.