Licht en ruimte

K&C
Licht & schaduw
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

K&C
Licht & schaduw

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
- Aan het eind van deze les kun je herkennen, uitleggen en toepassen welke verschillende licht - en schaduwwerkingen er zijn. 
- Je kunt feedback geven op je eigen werk en dat van anderen


 

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Welke woorden denken jullie
aan bij licht?

Slide 4 - Open vraag

Lichtbron
Een lichtbron is de plek waar het licht vandaan komt

Slide 5 - Tekstslide

Deze les
- Wat is een lichtbron?
- De beeldaspecten licht & schaduw
- Fotostudio maken en foto's maken (in WeO-groepen)
- Korte presentatie beste foto, feedback van de klas

Slide 6 - Tekstslide

Begrippen licht & schaduw
- Maak aantekeningen in je boek
- Maak een kleine tekening bij het begrip

Slide 7 - Tekstslide

Licht & schaduw?
Licht en schaduw ontstaan als het licht van een lichtbron geheel of gedeeltelijk wordt tegengehouden
door een object.



Slide 8 - Tekstslide

Natuurlijke lichtbron
De lichtbron die het licht geeft is onderdel van de natuur. Denk aan de zon, de maan of vuur. 

Slide 9 - Tekstslide

Kunstmatige lichtbron
Een kunstmatige lichtbron is niet-natuurlijk, maar door de mens gemaakt. Denk aan een lantaarnpaal, een zaklamp of een schemerlamp.

Slide 10 - Tekstslide

Zichtbare lichtbron
De lichtbron is zichtbaar in de tekening. Dit kan zowel kunstlicht als natuurlijk licht zijn.

Slide 11 - Tekstslide

Verborgen lichtbron
Deze lichtbron is niet zichtbaar in de tekening, maar doordat er schaduw aanwezig is weet je dat er zich ergens een lichtbron bevind.

Slide 12 - Tekstslide

Eigen schaduw
Eigen schaduw is de schaduw die op het object aanwezig is. Bijvoorbeeld: De zon schijnt op de woestijnduin; de ene kant van de woestijn zit in het licht, de andere kant is donker.


Slide 13 - Tekstslide

Slagschaduw
Slagschaduw is de schaduw die een object "werpt" op een ondergrond of achtergrond.


Slide 14 - Tekstslide

Halfschaduw en kernschaduw
De halfschaduw is het lichtste deel van de schaduw en de kernschaduw is het donkerste deel van de schaduw.

Slide 15 - Tekstslide

Licht van opzij
Bij zijlicht komt het licht van opzij. Dat kun je zien aan de slagschaduw.

Slide 16 - Tekstslide

Gebundeld licht
Als alle lichtstralen één kant op gaan spreek je over gebundeld licht. Denk maar eens aan een zaklantaarn of lichtshow. We noemen dit ook wel een spotlight.



Slide 17 - Tekstslide

Tegenlicht
De lichtbron bevindt zich tegenover je. Tegenlicht kan een romantische of dreigende sfeer veroorzaken. Dat komt door het grote contrast tussen licht en donker. Je ziet dan alleen de omtrek (silhouet) van iets.


Slide 18 - Tekstslide

Meelicht
Als je mee kijkt met de richting van het licht, dan spreek je van meelicht. Dat wat je bekijkt heeft dan bijna geen eigen schaduw.


Slide 19 - Tekstslide

Strijklicht
Licht dat onder een scherpe hoek over een oppervlak valt noemen we strijklicht. Het effect van strijlicht is dat onregelmatigheden in het oppervlak zichtbaar worden.

Slide 20 - Tekstslide

Glimlicht
Op glimmende voorwerpen zie je allemaal witte vlekken, dat zijn glimlichten. Glimlichten ontstaan door weerkaatsing van het licht op gladde voorwerpen.

Slide 21 - Tekstslide

Licht-donker contrast
Bij licht-donker contrast gaat het om het contrast in helderheid. Het naast elkaar gebruiken van licht en schaduw. 

Slide 22 - Tekstslide

Clair-obscur
Sterk Licht - Donker contrast

Slide 23 - Tekstslide

Fotostudio
- Je gaat met je groepje van een mini studio maken (lichtbox)
- Deze ga je vaker gebruiken!
- Maak hem zo dat je de achtergrond kleur kan veranderen (papier)

Slide 24 - Tekstslide

Fotostudio
- karton / doos
- papier
- schaar / stanleymesje
- snijmat
- lijmpistool
- plakband
- liniaal
- potlood
- vliegerpapier

Slide 25 - Tekstslide

diffuus licht
Verspreid licht: Er zijn geen schaduwen te zien, omdat het licht van alle kanten komt (vaak bij bewolking).

Slide 26 - Tekstslide