Past simple (herhaling) en past continuous

Past simple / present perfect, and 
past continuous
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Past simple / present perfect, and 
past continuous

Slide 1 - Tekstslide

Today's planning:
Today:

- Grammar Recap (past simple/present perfect)

- Explanation: 
past continuous 
past continuous and past simple in one sentence.


Slide 2 - Tekstslide

Practise: I ____ [be] in Nottingham for a week.

present perfect / past simple?

Slide 3 - Open vraag

They _____ [go] to school this morning.

present perfect / past simple?

Slide 4 - Open vraag

Present perfect / past simple
"How long ______[you/know] Susie for?"

Slide 5 - Open vraag

Present perfect / past simple
"They _____[move] here five years ago."

Slide 6 - Open vraag

Present perfect / past simple
"He ________ [cook] dinner last night."

Slide 7 - Open vraag

Present perfect / past simple?

He ____ (love) her ever since he met her.

Slide 8 - Open vraag

Present perfect
Basis regel om de present perfect te maken:
  • have/has + voltooid deelwoord

Voltooid deelwoord:
1. regelmatig werkwoord + ed > I have worked
2. onregelmatig werkwoord 3e vorm > to go - went - gone
> I have gone

Slide 9 - Tekstslide

Past Simple
The past simple

Slide 10 - Tekstslide

Past Simple

- Wanneer gebruik je de Past Simple?

-  Hoe maak je de Past Simple?



Slide 11 - Tekstslide

Past Simple:

Wat is de regel van de past simple?
A
hele ww+ - ed of irregular verb
B
shit = hele ww+-s
C
vorm van to be + hele ww+ -ing
D
have/has + voltooid deelwoord (3e rijtje)

Slide 12 - Quizvraag

Past Simple:

Wat zijn de signaalwoorden van de Past Simple?
A
Tomorrow, next week, in 2025,
B
Last month, yesterday, a month ago, in 2012
C
Today, now,
D
again, always, constantly

Slide 13 - Quizvraag

Past Simple:
in welke zin wordt de past simple gebruikt?
A
I have lived in Utrecht for 13 years.
B
I was living in Utrecht.
C
I lived in Utrecht in 2010
D
I am living in Utrecht.

Slide 14 - Quizvraag

Past Simple:
Welke zin gebruikt de Past Simple?
A
I always walk to school.
B
I am reading a book now.
C
I organised a party last week.
D
Will you come to my party tomorrow?

Slide 15 - Quizvraag

Past Simple:
Welke zin gebruikt de Past Simple?
A
She was living in the city.
B
She lived in the city.
C
She has lived in the city.
D
She has been living in the city.

Slide 16 - Quizvraag

Past Simple:
Welke zin staat in de Past Simple?
A
I was hearing my mother.
B
I have heard my mother.
C
I heard my mother.
D
I hear my mother.

Slide 17 - Quizvraag

'Past continuous'
Past Continuous

Slide 18 - Tekstslide

Past Continuous
- Wanneer gebruik je de Past continuous?
De Past continuous gebruik je om te zeggen dat iets in het verleden aan de
 gang was.

-  Hoe maak je de Past continuous?
De Past continuous bestaat uit was of were gevolgd door werkwoord + ing:
Billy was thinking about baseball.
We were talking to the president.


Slide 19 - Tekstslide


Past Continuous
Wanneer gebruik je de Past Continuous?
A
Wanneer iets altijd, nooit of regelmatig gebeurt.
B
Wanneer iets een tijdje bezig of aan de gang was in het verleden.
C
Wanneer iets in het verleden is gebeurd.
D
Wanneer iets in het verleden is begonnen en nu nog bezig is.

Slide 20 - Quizvraag

Past continuous:

Wat is de regel van de past continuous?
A
hele ww+ - ed of irregular verb
B
was/were hele ww+ -ing
C
vorm van to be + hele ww+ -ing
D
have/has + voltooid deelwoord (3e rijtje)

Slide 21 - Quizvraag

Past Continuous:
in welke zin wordt de past continuous gebruikt?
A
I haven't been to that film yet.
B
I was walking down the street when I tripped.
C
I lived in Utrecht in 2010
D
I am eating a sandwich.

Slide 22 - Quizvraag

Past Continuous:
Welke zin staat in de Past continuous?
A
They were living in poverty.
B
They are living in poverty.
C
They lived in poverty.
D
They have been living in poverty.

Slide 23 - Quizvraag

PAST CONTINUOUS

In welke zin wordt de Past Continuous gebruikt?
A
They film the event with a hidden camera.
B
They filmed the event with a hidden camera.
C
They are filming the event with a hidden camera.
D
They were filming the event with a hidden camera.

Slide 24 - Quizvraag

past continuous van 'sleep'
A
am/is/are sleeping
B
was/were sleeping
C
slept
D
have been sleeping

Slide 25 - Quizvraag

VRAAG:
Wat is het verschil tussen de Past Simple en de Past Continuous??

Slide 26 - Tekstslide

Past Simple vs. Past Continuous
Wanneer gebruik je Past Continuous?

  • Je gebruikt de Past Continuous om te zeggen dat iets in het verleden een tijdje duurde of een tijdje aan de gang was. 

  • Het verschil met de Past Simple is dus dat de Past Simple gaat om een moment, terwijl de Past Continuous gaat over een langere gebeurtenis


Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Now show what you know!

(maak zinnen met de past continuous en past simple)

Slide 29 - Tekstslide

I ______ a film when the telephone ______. (watch / ring)

Slide 30 - Open vraag

She ______ home when the accident ______ (drive / happen)

Slide 31 - Open vraag

Ik begrijp wat ik moet doen bij Past Continuous & Past Simple ?
A
Ja
B
Nee
C
Een beetje

Slide 32 - Quizvraag

Slide 33 - Link

Homework
Afmaken: 4.3 online

Daarna:
4.4, Exercises 1 t/m 11

Slide 34 - Tekstslide