paragraaf 2.3: versnellen en vertragen

2.3 versnellen en vertragen
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

2.3 versnellen en vertragen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

leerdoelen
aan het einde van de les kan jij:
-Welke soorten bewegingen wij kennen
 -Wat een stroboscopische foto is
-bewegingen herkennen in een stroboscopische foto
-door middel van een tabel een plaats-tijd diagram maken
-soorten bewegingen herkennen in een plaats-tijd diagram

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

vul de grootheden + eenheden lijst in
grootheid
afkorting
eenheid
afkortin
snelheid
..................
..................
..................
..................
s
..................
..................
..................
..................
seconden
uur
..................
..................

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

20 m/s = ...... km/h
A
72
B
20
C
5,6
D
40

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kate rijdt met haar BMX een rondje door een park. het rondje is 8 km en ze heeft een gemiddelde snelheid van 5 m/s. Bereken hoelang ze over het rondje doet. bereken de tijd in uren

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

3 soorten bewegingen
In de natuurkunde kennen wij 3 soorten bewegingen:
- constante snelheid (de sneheid veranderd niet)
- versnelde beweging (de snelheid wordt steeds groter
-vertraagde beweging (snelheid wordt steeds kleiner)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

waar vind je een
constante snelheid?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Constante Snelheid
Snelheid wat niet verandert noem je constante snelheid
- Cruise control
-loopband sportschool

Slide 8 - Tekstslide

Deze auto rijdt op de cruisecontrol. Daardoor is de snelheid steeds 107 km/h. Als de snelheid niet verandert, dan noem je dit een constante snelheid.

waar vind je de
versnelde beweging

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

versnelde beweging
 je snelheid wordt steeds groter
- Een bal die naar beneden valt
-optrekken van een auto
- het inhalen van een vrachtwagen 
-start formule 1 race

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

versnelde beweging
De versnelde beweging betekend dat je snelheid steeds groter wordt. Voorbeelden van versnelde bewegingen zijn:
- Een bal die naar beneden valt
- het optrekken van een auto als het stoplicht groen wordt
- het inhalen van een vrachtwagen op de snelweg
-de start van een formule 1 race

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

versnellen in een tesla

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

waar vind je de
vertraagde beweging

Slide 13 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

vertraagde beweging
 snelheid steeds kleiner wordt 
-stoplicht op rood
-de laatste seconden van een achtbaan
-remmen voor overstekende kat 
-finishen van een hardloopwedstrijd

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

vertraagde beweging
Als de snelheid steeds kleiner wordt heb je een vertraagde beweging
Voorbeelden van een vertraagde beweging zijn:
-remmen als het stoplicht op rood gaat
-de laatste 5 seconden van een achtbaan
-remmen als er een kat oversteekt
-finishen van een hardloopwedstrijd

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vertragen en versnellen

Slide 16 - Tekstslide

Als een snelheid wel verandert, is de snelheid niet constant.
In deze kermisattractie word je omhooggeschoten.

De snelheid neemt in het begin sterk toe. Dit noem je versnellen.

Daarna rem je af. Je gaat nog steeds omhoog, maar je snelheid neemt af. Dit noem je vertragen.


stroboscoop lamp 

- af en toe een flits


- bij een flits een foto




Slide 17 - Tekstslide

dit wordt vaak gebruikt in een donkere ruimte met een lamp 
Stroboscoop
  • Lamp die met korte, regelmatige tussenpozen een lichtflits geeft;
  • Kan verbonden worden aan een camera.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stroboscopische foto

Met een stroboscopische foto leg je een beweging vast in 1 plaatje. 

Constante snelheid= Afstand is steeds hetzelfde

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stroboscopische foto

Met een stroboscopische foto leg je een beweging vast in 1 plaatje. 

Versnellen = De afstand wordt steeds groter

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stroboscopische foto

Met een stroboscopische foto leg je een beweging vast in 1 plaatje. 

Vertraging = de afstand wordt steeds kleiner

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

welke 3 soorten beweging ken je

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

constant
vertraagd

versneld

Slide 24 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

opdrachten
je kunt nu de opdrachten van bladzijde 49 maken. Maak opdracht 29 t/m 32 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plaats tijd diagram
De beweging van een lift bestaat uit, versnellen, vertragen en een constante snelheid.

Dit kan je vast leggen in een plaats-tijd diagram. 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plaats tijd diagram

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plaats tijd diagram
Je kan de beweging herkennen

Versnellen: 0 - 10 s
Constant: 10 - 45 s
Vertragen: 45 - 55 s
Staat stil: 55 - 60 s 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

oefenen

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Video

Deze slide heeft geen instructies

opdrachten
Je kunt nu de opdracht op bladzijde 51 maken. Maak opdracht 33 t/m 37

Als je klaar bent kun je ook de opdrachten van het werkboekje maken

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies