Prefixes, Suffixes, because, and, but M2

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Goals:
1. You are able to summarise a short part of the video in English.
2. You are able to complete words correctly.
3. You are able to mention new words you have learned today.

Slide 2 - Tekstslide

Content for today:

- CNN10 (10min.)
- Grammar (15min.)
- Practice (15min.)
- Words (15min.)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Prefixes & Suffixes
Prefixes & Suffixes 

Slide 5 - Tekstslide

Prefixes and suffixes
(voorvoegsels en achtervoegsels)
Prefixes zijn letters die voor het woord komen om zo de betekenis van het woord te veranderen.

Suffixes zijn letters die achter het woord komen om zo de betekenis van het woord te veranderen.

Slide 6 - Tekstslide

4

Slide 7 - Video

00:31
Prefix is in front
Suffix is at the back
A
False
B
True

Slide 8 - Quizvraag

01:02
What does the Prefix Re-
mean here

Slide 9 - Open vraag

01:43
Which word fits behind Happy
A
Ness
B
Ment

Slide 10 - Quizvraag

02:46
Which one comes in front?
A
Suffix
B
Prefix

Slide 11 - Quizvraag

Prefixes 
Suffixes

Slide 12 - Tekstslide

Match the prefixes with the words they go with.
help
happy
apply
teach
fear
paint
un-
re-
-er
-ful
-less
-ing

Slide 13 - Sleepvraag

Wat komt er voor "play"
A
Mis
B
Re
C
Un
D
Ir

Slide 14 - Quizvraag

Moving on to the suffixes!

Slide 15 - Tekstslide

Wat komt er achter "end"
A
ment
B
ness
C
ing
D
er

Slide 16 - Quizvraag

Voegwoorden: and, because and but

Slide 17 - Tekstslide

Voegwoorden: and, because and but
Voegwoorden gebruik je om twee zinnen samen te voegen. De betekenis van de voegwoorden vertelt wat de verbinding is tussen de zinnen. 

Slide 18 - Tekstslide

Voegwoorden voorbeelden
But (tegenstelling); maar
I want to cycle, but my bike is broken.


Slide 19 - Tekstslide

Voegwoorden voorbeelden
But (tegenstelling); maar
I want to cycle, but my bike is broken.
And (toevoeging); en
I like to watch Netflix and HBO.

Slide 20 - Tekstslide

Voegwoorden voorbeelden
But (tegenstelling); maar
I want to cycle, but my bike is broken.
And (toevoeging); en
I like to watch Netflix and HBO.
Because (reden); omdat
I bought a new laptop because mine stopped working.

Slide 21 - Tekstslide

We use our books ... our laptops.
A
but
B
and
C
because

Slide 22 - Quizvraag

I didn't like that movie ... it was boring.
A
but
B
and
C
because

Slide 23 - Quizvraag

My mom went to get the package, ... it wasn't there.
A
but
B
and
C
because

Slide 24 - Quizvraag

REDEN
TEGENSTELLING
TOEVOEGING
BUT
BECAUSE
AND

Slide 25 - Sleepvraag

Make the exercises on the worksheet
15 minutes

When your done:
- study the words on quizlet
or
- read the words on page 170-171

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

                          - er                           

1) gebruik je als vergrotende trap (om iets te vergelijken)
sweeter, nicer, cooler, darker, lower


2) voor een persoon of ding die een 'iets' (een actie) doet (werkwoord wordt zelfstandig naamwoord)
teacher, dancer, biker, gamer

Slide 30 - Tekstslide

                      - less                           

1) gebruik je om te zeggen dat iets mist
flavourless, meaningless, hopeless, homeless


Slide 31 - Tekstslide

                      - ful                           

1) gebruik je om te zeggen dat iets een eigenschap bezit
beautiful, careful, wonderful, stressful
Let op: spelling is dan met één L

Slide 32 - Tekstslide

                            -ing                   

1) gebruik je om van een werkwoord een zelfstandig naamwoord te maken.
setting

Slide 33 - Tekstslide