G2mha - 4-04-2025 H3 F - verwijswoorden

Welkom bij Nederlands!
Todo:
  • liggen de spullen die je nodig hebt op tafel?

Op tafel heb je liggen:
  • lesboek
  • schrift
  • pen
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Nederlands!
Todo:
  • liggen de spullen die je nodig hebt op tafel?

Op tafel heb je liggen:
  • lesboek
  • schrift
  • pen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we deze les doen

  • Uitleg H3 Formuleren (blz. 82)
  • Opdrachten maken.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Je kunt
  • verwijswoorden op de goede manier gebruiken.
Doel

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk bespreken
H2 TV F (blz. 56)
Opdracht 1 t/m 4

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verwijswoorden (blz. 82)
Ze verwijzen naar iets of iemand in de tekst.



het, zijn, hij, hem, zij/ze, haar, hen, hun
Je gebruikt verwijswoorden om variatie aan te brengen.
Gebruik ze in samengestelde zinnen.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verwijswoorden
Weet je niet of een woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is? Kijk dan in een woordenboek of een (online) woordenlijst.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je gebruikt verwijswoorden om...
A
... het moeilijker te maken voor de lezer.
B
... de tekst korter te maken.
C
... meer afwisseling in de tekst te krijgen.
D
...de tekst leuker te maken.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verwijswoorden...
A
geven een verband aan in de tekst.
B
geven een eigenschap aan.
C
geven aan dat iets van iemand is.
D
verwijzen naar iets in de tekst.

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk verwijswoord kun je gebruiken om naar het woord 'kat' te verwijzen?
A
die of deze
B
dat of dit

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen verwijswoord?
A
ze
B
deze
C
zeker
D
zij

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk verwijswoord kun je gebruiken om naar het woord 'katje' te verwijzen?
A
die of deze
B
dat of dit

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke verwijswoorden horen in deze zin? 
Sleep de verwijswoorden naar de goede plaats.
Er kunnen meerdere verwijswoorden goed zijn als antwoord. 
Vera doet het trucje voor.    ________  zegt:

‘Zo moet je ________ doen.’
deze
die
dit
dat
hij
zij
het

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fifa20 is een PS4-spel die net uitgekomen is
A
juist
B
fout

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke verwijswoorden horen in deze zin? 
Sleep de verwijswoorden naar de goede plaats.
Het drumstel is van Davids vader, 

maar ________ gebruikt ________ niet meer.
deze
die
dit
dat
hij
zij
het
ze

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke verwijswoorden horen in deze zin? 
Sleep de verwijswoorden naar de goede plaats.
Onno krijgt een vreemd mailtje binnen.

_________ denkt dat  ________ spam is.
deze
die
dit
dat
hij
zij
het
ze

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik eet het liefst melkchocola, ... vind ik lekkerder dan pure.
A
dat
B
die

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ken jij mijn buurjongen?.... komt volgend jaar bij ons op school.
A
Dat
B
Die

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat:
Maken: 
H3 F (blz. 82): opdracht 1.

Hoe:
Je mag samenwerken met je buurman/buurvrouw.

Klaar?
Ga verder met opdracht 2 t/m 5.
Dit is ook het huiswerk voor maandag.





Hulp nodig?
Kijk naar het stoplicht

rood: stil! 
Vraag het de docent als
je het echt niet meer weet.
geel: fluisterniveau 
Overleg met diegene naast je
groen:  fluisterniveau 
Overleg met diegene naast je of vraag het
de docent  


Aan het werk!
timer
10:00

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Denk een momentje

Slide 20 - Tekstslide

Laat even bezinken of alles duidelijk is.
Heb je nog vragen? Die kun je invullen bij de volgende dia.
Welke vragen heb je nog?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies





Je kunt
  • verwijswoorden op de goede manier gebruiken.
Doel

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Maandag 7 april:
Maken: 
H3 F (v.a. blz. 82): opdrachten 1 t/m 5





Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies